Doe leuk of ik zap
2001-06-22
Reveil, een maandblad dat gemaakt wordt met veel liefde en weinig geld (geen ideale combinatie, maar wel vele malen beter dan het omgekeerde), gaat in het mei-nummer in op het verschil tussen de cultuur van de kerk en die van de wereld van vandaag.- Jaargang 45
- nummer 13
Die laatste wordt door Reveil gekarakteriseerd als een graascultuur, waarin mensen, jongeren voorop, met grote gretigheid hun menu samenstellen. Picking the fruits without the roots. Kiezen uit een overdaad en snel switchen als de keuze te wensen overlaat.
In die sfeer groeien ook christelijke jongeren op. En dat heeft consequenties.
Reveil laat een aantal mensen aan het woord die veel met jongeren werken. Eén van hen is Jelle Jongsma, studentenwerker bij de Navigators in Rotterdam. Als kerken kunnen we wel ophouden, zegt hij, wanneer we deze ontwikkeling niet serieus nemen. Want:
"Van lieverlee is dat levensgevoel ook onder christen-jongeren gemeengoed geworden. Ik merk het ook bij mezelf.
Een paar jaar geleden voelde ik in de kerk ook sterk de behoefte te gaan zappen. Het raakte me niet, ik vond de preek maar niks, ik wilde een ander kanaal. Nu ben ik nog aardig loyaal, maar de meeste jongeren zullen op zo'n moment denken: dit is tijdverspilling.
En ze kiezen met de voeten."
Kenmerkend voor het huidige levensgevoel is volgens Jelle de Loesje-spreuk: Doe leuk of ik zap. "Toen ik die uitspraak las, was mijn primaire reactie daar lijnrecht tegenin te gaan. Kom op zeg, het leven is niet altijd leuk.
Maar ik heb ontdekt dat je er wel op in móét spelen, je hebt gewoon geen keus.
De trend biedt ook een kans. () Als je creatief omgaat met de uitdaging van de moderne tijd, is ze niet zo negatief als je in eerste instantie denkt. Het vraagt wel commitment van de medewerkers.
Ze moeten er helemaal voor gaan, want de kwaliteit moet zo goed zijn dat je kunt ‘concurreren' met de ‘wereld’."
Kwaliteit is in de zapcultuur erg belangrijk.
Jelle kan niet nalaten dat te benadrukken. "Als je weet dat de deelnemers uit een heel scala aan mogelijkheden moeten kiezen om bijvoorbeeld wekelijks naar een bijbelstudieavond te komen, moet je alles uit de kast halen om daar wat goeds van te maken." Helaas is dat geen open deur als het gaat om jongerenwerk, signaleert Jelle. "Veel jongerenwerk in plaatselijke kerken blijft steken in de goede bedoelingen. Kwalitatief is het onder de maat. We zouden onszelf in de kerk eens wat serieuzer moeten nemen! God heeft ons het belangrijkste wat Hij had geschonken (‘we zijn gekocht met het kostbare bloed van Christus’); als je daaraan denkt, wordt het dan niet tijd dat we onze prioriteiten anders stellen, onze agenda's anders indelen, zodat er meer tijd en geld vrijkomt om het kerkenwerk ingrijpend op de schop te nemen?"
Een ander die aan het woord komt is Wim de Knijff, "trendwatcher bij de Evangelische Omroep", volgens Reveil.
Hij zegt:
In hun kleurrijke omgeving ervaren jongeren de kerk als een grijze muisen dat zouden kerkmensen zich eens vaker moeten realiseren. "Eén leer, waar je het liefst ineens voor moet tekenen, (vaak) één vorm van jeugdwerk, waar sinds jaar en dag dezelfde dingen plaatsvinden, en een traditionele kerkdienst. Waar treffen jongeren nu nog een situatie waar iemand drie kwartier aan het woord is, zonder dat ze iets mogen terugzeggen?
Geen wonder dat ze gaan shoppen...
De kerk is veel te vormvast.
Christelijke organisaties zitten dichter op de huid van de tijd en kunnen makkelijker inspelen op cultuurtrends.
Bovendien is men in de kerk geneigd eerder de meetlat van het verleden en de tradities aan te leggen. Vandaar die moeizame relatie die de kerken soms met de EO onderhouden. We zouden teveel jongeren van het kerkplein naar het marktplein trekken in plaats van omgekeerd. Hoe serieus we die kritiek ook nemen, laten de kerken het signaal dat daar vanuit gaat, ook eens oppikken."
In de kritiek op de ‘vormvaste’ kerk valt Jelle Jongsma De Knijff bij. "Ik preek zelf wel eens en dan ervaar je hoe lastig het is om iets relevants te zeggen voor een publiek dat qua leeftijd en opleidingsniveau zo uiteenloopt.
Slechts een enkele spreker heeft dat talent. Dan denk ik: waarom maken we dit niet interactiever en vooral relationeler? Soms heb ik na afloop van een dienst de indruk dat ik mijn tijd beter had kunnen besteden door met de kerkganger naast me in de bank een bak koffie te drinken en een goed persoonlijk gesprek te voeren.
Je merkt dat de kerk in haar vormgeving de aansluiting mist bij de cultuur.
Als een zendeling naar Afrika gaat, vindt niemand het vreemd dat hij zich aanpast aan die cultuur. Onze eigen cultuur is de laatste decennia ingrijpend veranderd, maar in de kerk lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. We moeten weer leren kerk-zijn in de tijd waarin we leven. Het is niet zo moeilijk om dat goed bijbels te funderen. Paulus was de Grieken een Griek, en wilde zich aan allen aanpassen als hij daardoor enkele tijdgenoten zou kunnen redden. Dat bijbelse principe treden we met voeten. Uit gemakzucht, angst of traditionalisme."
Met name dat laatste blijft bij mij haken. Voor veel kerkmensen lijkt de belangrijkste vraag: voel ik me thuis in mijn kerk? De bijbel reikt ons een ander criterium aan: kan mijn naaste (ook m’n jonge naaste) in deze kerk zijn of haar Heer en Heiland leren kennen?