Tussen Janmaat en Sinjeuren

1998-01-09
  • Jaargang 42
  • nummer 1
Vreemd toch dat je terugkijkend op de verhouding Nederland en Zuid-Afrika, het gevoel bekruipt steeds tussen de wal en het schip te hebben gezeten, bekneld tussen twee elkaar uitsluitende standpunten.

Kwam je uit Zuid-Afrika terug in Nederland, dan werd je het vuur na aan de schenen gelegd met de vraag: die apartheid daarmee ben jij het toch ook niet eens, nietwaar? Nee, zei je dan, helemaal niet, maar het is toch ook niet zo gemakkelijk als jullie wel denken. Men heeft in Zuid-Afrika de verkeerde oplossing op de goede vraag of zo verschillende volken en culturen wel zo makkelijk samen kunnen leven.
Ach, zei men dan wel in het goede vaderland: geloof je eenmaal samen in de Here Jezus, dan wordt dat alles zoveel makkelijker. Nee, antwoordden wij dan, geloof heft je thuiscultuur niet op.
Gingen we dan naar Zuid-Afrika terug waar we weer de prae-incarnaties van Janmaat tegenkwamen, dan hadden we als zendelingen wel het gevoel weer in een andere huid te moeten kruipen. Ras en cultuur zijn verdelende factoren, door God geschapen, zeiden die prae-incarnaties, wat God gescheiden heeft, mogen wij niet vermengen. Nee, zeiden wij dan, nog maar net bekomen van de gesprekken met de Nederlandse sinjeuren: het is toch niet zo makkelijk als jullie denken want God heeft één mens gemaakt die nog niets eens een cultuur ontwikkeld had, een mens op God betrokken; en toen er later meer mensen kwamen met verschillende culturen en talen was dat heus niet zo'n zegen.
Je blijft altijd welke taal je ook spreekt en welke cultuur je ook inademt, mens op God betrokken. Er zit een inherente eenheid in het menselijk geslacht. Nu, zo vele jaren verder, heb ik wel eens het gevoel nog steeds bekneld te zitten; alleen maar, er wonen nu Janmaats in Nederland van wie ik geluiden opvang die ik vroeger wel hoorde uit de mond van diens prae-incarnaties uit Zuid-Afrika: "die lui uit Suriname en Ghana moeten maar liever hun eigen wijken en scholen houden. Ze zijn niet accommodeer-baar in onze eigen samenleving". Ga ik dan weer terug naar Zuid-Afrika en luister ik naar wat de heren-politici daar te zeggen hebben over de bouw van één nieuwe natie uit al onze volken, over het terugdringen van eigen talen, over het bagatelliseren van etnisch gevoel en cultuur-verschillen, over de verzoenende waarde van één taal, het Engels, dan heb ik het gevoel dat ik vroeger ook al eens zoiets gehoord heb en wel uit de mond van Nederlandse sinjeuren.
De heren-politici in Afrika zijn als het ware de post-incarnaties van de Nederlandse sinjeurs van vroeger zoals er Janmaats van Afrika zijn doorgeschoven naar Europa. Misschien is het wel het lot van iemand die graag tot Afrika en Europa tegelijk wil behoren, voortdurend in de knel te moeten zitten. Het is verwarrend; hoewel de geschiedenis maar weinig varianten lijkt te hebben, zijn het de rolspelers in de geschiedenis die steeds van positie veranderen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief