De kloof

1998-01-09
  • Jaargang 42
  • nummer 1
Over de uitkomsten van het grote EO-onderzoek 'De boodschap en de kloof' is in de afgelopen weken en maanden heel wat gezegd en geschreven. Zelf had ik me in oktober en november in Opbouw ook min of meer met dit onderwerp beziggehouden, in drie artikelen over 'Vragen en antwoorden' - met meer vragen trouwens dan antwoorden; en misschien moet dat ook wel: om de goede antwoorden te vinden, zullen we als kerk(en) eerst (weer) moeten leren de goede vragen te stellen. Dat kon op dit moment wel eens onze opdracht zijn: om niet gelijk met alle mogelijke (prachtige, Gereformeerde) antwoorden aan te komen, maar eerst heel goed te luisteren naar wat nu eigenlijk de vragen zijn; de vragen van de mensen om ons heen, van de jongeren, en vaak ook de vragen die diep in ons eigen hart leven.
Terug naar 'de Boodschap en de Kloof'. In het Christelijke Gereformeerde 'Kerkblad van het Noorden' van 28 november 1997 vond ik een persoonlijke reactie op het EO-congres waar de resultaten van het onderzoek werden gepresenteerd. Schrijver ervan is S.J. Wierda, kerkelijk opbouwwerker van de Christelijke Gereformeerde kerk in Groningen. Ik neem er een gedeelte uit over, zonder verder commentaar. Vooraf slechts dit: zijn vragen zijn de mijne; meer nog: zijn vragen behoren m.i. die van ons allen te zijn! Wierda schrijft:

Op diverse vragen weten we tegenwoordig niet meer zo goed een antwoord, terwijl we die vragen dertig jaar geleden nog met grote stelligheid durfden te beantwoorden. Vragen over de vrouw in het ambt, over de schepping, over de relatie tussen christendom en andere religies - deze thema's kwamen in het EO-onderzoek voor, maar we kunnen het rijtje gemakkelijk langer maken. Als we de bijbel lezen en herlezen en opnieuw doordenken in onze tijd, komen er misschien andere antwoorden dan dertig jaar geleden. Dat is met name een schok voor die mensen die alles in vaste waarheden willen vastleggen.
Er is nog veel meer aan de hand. Hoe komt het dat zoveel mensen zo weinig 'beleven' in een eredienst? En dat terwijl we nota bene geloven dat er een ontmoeting plaatsvindt met de levende God! Hoe komt het dat zoveel jongeren liever naar een praise-avond gaan dan naar een kerkdienst waar de catechismus wordt uitgelegd? Hoe komt het dat zoveel mensen zich meer opgebouwd weten door een persoonlijk gesprek over de dingen van God op een gesprekskring dan door de dienst op zondag? Natuurlijk zijn er genoeg mensen die iedere zondag weer genieten van de diensten, maar bovenstaande vragen zijn bepaald niet uit de lucht gegrepen. Hoe komt het dat de predikant een bepaalde tekst prachtig kan uitleggen, maar dat toch de boodschap niet werkelijk landt in de harten van de mensen, van de jongeren in het bijzonder? Hoe komt het dat er zo weinig vuur, zo weinig enthousiasme uitgaat van onze gemeenten, terwijl we toch een boodschap hebben van jewelste?

Nog wat over hetzelfde onderwerp. Nu niet uit een kerkblad, maar uit Visie, het programmablad van de EO. In het nummer met de programma's van 7 t/m 13 december stond een gesprek met o.a. Youth for Christ-direkteur Ed de Kam en 'onze' dominee Willem Smouter. Ik neem daar een stukje uit over. Dat begint met een vraag van de interviewer:

"Maar verwachten we niet te veel van onze eigen actie en te weinig van Christus?"
Smouter: "Ik verwacht helemaal niets van onze eigen actie. Ik zie in mijn gemeente dat God grote dingen doet, terwijl er ook veel ellende is. Ik zie dat God concrete uitreddingen geeft. Het probleem van mijn gemeente is dat we daar nauwelijks over praten. Ik heb afgelopen zondag gebeden of God daar opening in wil geven. Diezelfde avond vertelde iemand op de jeugdvereniging over een wonder dat God in zijn leven gedaan had. Dus ik wil helemaal niet zo nodig actieplannen aandragen. Ik ben er steeds dieper van overtuigd dat we met lege handen staan. Dat is geen vroom gepraat. Toen mijn handen leeg waren en ik me een tijd moest terugtrekken, merkte ik dat Gód dingen deed. Alleen moeten we de ruimte creëren om dat met elkaar in de gemeente te delen."
De Kam: "Dat is toch te simpel. Geestelijk gezien ben ik het helemaal met je eens. Maar ik denk dat er twee dingen tegen elkaar uit worden gespeeld. Wij moeten bidden alsof alles van God afhangt en we moeten werken alsof het allemaal van jou afhangt. Die twee dingen kun je niet losmaken. Uiteindelijk geloof ik dat God Zijn spoor trekt, maar je kunt nooit je eigen verantwoordelijkheid loslaten."!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief