Een dieper geloof of de tijdgeest
1998-03-06
Ik heb een heel intensieve tijd achter de rug en in feite zit ik er nog midden in. Het gaat over gebed en verhoring; over veranderingen in de gemeente en wat voor spanningen die opleveren; en uiteindelijk over geloof en ervaring. Ik heb behoefte om erover in de Opbouw te schrijven omdat ik sterk het gevoel heb dat het ontwikkelingen betreft waar we allemaal mee te maken hebben.- Jaargang 42
- nummer 5
Het verhaal begint en eindigt met bidden. Met het gegeven, dat bidden in mijn eigen leven en in de gemeente steeds belangrijker geworden is. Ik stel mezelf de vraag, hoe dat zo gekomen is. Ik ben niet zo'n bidder van nature.
Wel heb ik enkele herinneringen aan mijn jeugd als ik God vroeg om met een teken te bewijzen dat Hij bestond.
Zo moet je dat eigenlijk niet vragen, maar God verhoorde wel. Verder ken ik als onweerlegbare zekerheid het belang van gebed bij mijn werk, met name preken maken. De echte verlichting met de Heilige Geest, die God op het gebed soms al tijdens en anders vlak na het gebed geeft. Geweldig!
Maar buiten dat deed ik niet zo veel met bidden. Het praktisch bidden heb ik meer van mijn vrouw geleerd. Zij kent veel meer hoogten en diepten dan ik en zij kan vanuit de diepte roepen tot God. Over de kinderen, over haar gevoelens, over teleurstellingen. En hoe meer je bidt, hoe meer je ook van verhoring weet. Of liever andersom: hoe minder je bidt, hoe minder verhoring je zult ervaren. Ergens in die wereld ben ik ook zelf steeds meer gaan leren van de realiteit van bidden.
Eén belangrijke les leerde ik bij mijn werk op de EO. We hebben daar de goede gewoonte om vaak en heel concreet te bidden voor programma's die we maken. Help ons om een goed gesprek, een goed programma te maken.
Ogen open na het gebed
Wat ik daaruit over verhoring geleerd heb is in de eerste plaats, dat het vaak vies tegen valt. Het helpt niet in die zin, dat EO-programma's zoveel beter worden dan andere. Soms straalt de knulligheid ervan af. En toch, je moet toch al heel erg bevooroordeeld zijn om niet te zien dat de EO door de Here geweldig gezegend wordt en als een zegen gebruikt. Zo ben ik tot de overtuiging gekomen, dat gebed heel belangrijk is en dat daarbij een grondregel is: het is prima om je ogen dicht te doen bij het bidden, maar het is minstens even belangrijk om je ogen open te doen ná het bidden. Daar bedoel ik mee, dat de verhoring soms uit een heel andere hoek komt dan je dacht. Zo heb ik ooit van binnen overhoop gelegen met mijn gemeente en ik bad telkens of God die gemeente wilde veranderen. In plaats daarvan veranderde Hij mij. Is dat gebed dan verhoord?
Dacht het wel! Maar het duurde even voor ik het in de gaten had. Daarna kwamen in de gemeente een aantal bijzondere verhoringen op het gebed. Wat er precies gebeurde, dat is niet om in de krant te zetten. Maar we leerden dingen in de praktijk. Hoe God verhoort nadat we erkend hadden dat we zelf radeloos waren. Hoe je een gebedskring kunt hebben voor iemand persoonlijk. Hoe de strijd tegen duistere machten is, waarbij alle kerkenraadsleden thuis in gebed waren op het uur van een bepaald bezoek. En nog meer. Prachtig. Maar weet u wat nou het probleem was? Dat we in onze gereformeerde cultuur zo weinig kunnen met persoonlijke ervaringen in de kerk. Concreet: er is eigenlijk nooit ruimte gekomen om in de gemeente voor deze verhoringen te danken. En als je er bij mensen thuis over vertelt, dan zijn sommigen wel blij, maar er gaan ook veel haren overeind staan.
Melaatse mannen
Er kwamen eens tien melaatse mannen op Jezus af. "Gaat heen, toont u aan de priesters", zei Jezus. En terwijl zij weg gingen, werden ze allen gereinigd. Ze zullen allen blij en dankbaar geweest zijn. Maar slechts één van hen keert terug om met luider stem God te verheerlijken. Jezus zegt dan: "Waren er dan geen anderen om terug te keren en God de eer te geven, dan deze vreemdeling?" (Lucas 17:11-19), Dat verhaal bleef bij me hangen. Zou Jezus in onze gereformeerde wereld 1 op 10 halen? Persoonlijk herinner ik me twee situaties waarin iemand na een verhoring verlof vroeg om voor het dankgebed te vertellen wat God gedaan had. Beide keren betrof het een vreemdeling, net als in Jezus' verhaal: de ene was een Molukse vrouw, de ander iemand die pas bekeerd was en die nog niet wist dat je zoiets niet doet onder ons.
Zeg ik daar nu mee, dat dankbaarheid pas echt is wanneer je er voorin de kerk een soort getuigenis van geeft?
Beslist niet. Dankbaarheid is een zaak van het hart en zoals je bidden moet leren in de binnenkamer voordat je het kunt doen in het openbaar, zo geldt dat ook van dankbaarheid. Bij publiek bidden, zo goed als bij publiek danken ligt altijd het gevaar op de loer dat je het veeleer 'voor de mensen' doet. Dat je met je gedachten dus eerder bij de mensen om je heen dan bij de Vader in de hemel bent. Tegelijk is het wel waar, dat God er recht op heeft als Hem in het midden van de gemeente dank wordt gebracht voor wat Hij op het gebed van de gemeente gedaan heeft. Het punt met die tien melaatsen is niet, dat de andere negen niet dankbaar zouden zijn geweest. Het punt is, dat slechts die ene terugkwam om voor God en mensen aan God de eer te geven voor wat Hij gedaan heeft. God heeft er recht op en mensen hebben er zoveel aan. Als de Bijbel beschrijft, hoe Jezus een wonder doet dan zal ik daar, net als iedere predikant, altijd bij uitleggen: het ging niet om dat wonder op zich, maar om wat God daarmee aan geloof wilde bewerken onder de mensen. Dat geldt toch ook als God vandaag een wonder doet, of een verhoring geeft waar we heel blij mee zijn?
Nee hoor…niksl
Kijk, nu kom ik van het onderwerp gebed op het onderwerp verandering. Want ik signaleerde, dat wij in onze traditie het niet zo in huis hebben om iets te doen met de persoonlijke kant van het geloof, met de ervaring. En ik zeg erbij, dat dit in toenemende mate begint te knellen. Ik bezoek mensen thuis' en als ik aan het eind van het bezoek vraag: is er nog iets om voor te danken of te bidden, dan krijg ik soms de verschrikte reactie "nee, hoor, niks!". Dat is op zichzelf al vreemd, want waar kom je dan voor? Maar bovendien zie ik soms in hun ogen de schrik: hij zal toch niet weten wat er echt aan de hand is? Dat kan voor een deel liggen aan de verkeerde manier waarop ik die bezoeken doe en daar onderzoek ik mezelf op. Maar ik hoor vergelijkbare moeiten van ouderlingen, dus het lijkt toch iets wat we gezamenlijk hebben.
Daar voegt zich bij, dat ik sprekend over het gebed meermalen jongeren heb horen zeggen: ik heb mijn ouders nooit horen bidden. Daar schrik ik van.
Tegelijk besef ik best, dat het niks nieuws is. Het zal vroeger in heel veel gezinnen zo geweest zijn. Dat je hoogstens het Onze Vader of een ander vast gebed hoorde, maar verder niks en er werd niet over gepraat ook. Was dat nou slecht van die mensen? Dat wil ik helemaal niet zeggen. Hun geloof was ingebed in een gereformeerde wereld. Er waren een heleboel dingen, die je impliciet van elkaar wist en die niet zo nodig uitgesproken hoefden te worden. Maar dat impliciete weten is weg, omdat het ondersteunende kader van een 'gereformeerde wereld' steeds meer wegvalt en nu zullen we het aan elkaar moeten zien, horen, ervaren.
Gods hand of de tijdgeest
Ja, 'ervaring', ik kan me voorstellen dat iemand zegt: je wordt ermee dood gegooid tegenwoordig. En dan kun je ook de kritische vraag stellen: is dat nu echt allemaal het gevolg van een dieper leven met God, of is het een kwestie van de tijdgeest? Daar zou ik op willen antwoorden, dat er inderdaad duidelijk een invloed van de tijdgeest in meespeelt, maar is dat nou een tegenstelling met te zeggen dat het het werk van God is? Laat me een vergelijking trekken. In december 1989 viel de Muur in Berlijn, als onderdeel van de onttakeling van het communisme. Was dat nu het gevolg van allerlei binnenwereldse ontwikkelingen of was het de hand van God? Ook daar klopt de tegenstelling niet. Er zullen allerlei verklaringen mogelijk zijn, al heeft geen mens deze ontwikkeling en de snelheid ervan voorzien. Tegelijk is het zó duidelijk de verhoring van veel gebeden die voor de slachtoffers van het communisme zijn opgezonden. Ik herinner me, hoe ik op de eerstvolgende Jeugddag de vergelijking trok met de kerkelijke muren. En dat ik er toen van zei: "God kan communisten veranderen, misschien kan Hij zelfs gereformeerden veranderen". In de jaren die volgden hebben we toch met de handen kunnen tasten dat God dat ook aan het doen is? In de gereformeerde hoek van kerkelijk Nederland worden de grenzen nog wel scherp getrokken, maar de leden van de kerken geloven er steeds minder in. Dat stelt ons voor allerlei nieuwe vragen, maar ik dank er God voor. En ik weet zeker, dat ik met die dank bij de Koning der kerk aan het goede adres ben.
Nuchter en kritisch
Terug naar de grote nadruk die we in onze tijd zien liggen op de ervaring van het geloof. Ik kan in mijn eigen leven heel duidelijk aanwijzen, hoe God het zo geleid heeft dat ik voor het belang daarvan meer oog kreeg. Tegelijk wil ik helemaal niet wegpraten dat de geest van onze tijd het is, die maakt dat we zo'n belangstelling hebben voor het delen van ervaringen, meer dan voor het verkondigen van de leer. Daarmee wordt het nog niet verdacht of zo. Het besef, dat we ook gewoon met een culturele invloed te maken hebben, zal wat mij betreft minstens twee dingen betekenen. Allereerst dat we nuchter en kritisch blijven; dat hoop ik in een volgend artikel te doen. Maar verder leert het me om de openheid waarmee onze generatie over geloof en geloofservaring praat, niet zo af te schilderen alsof het bij de vorige generatie alleen maar buitenkant en verstandelijke leer was. Welnee, zij zijn kinderen van hun tijd en wij zijn kinderen van onze tijd (nou ja, ik voel me vaak een tussenvorm ...). Kinderen van hun tijd: ik denk nu aan de generatie van na de oorlog, die Nederland opgebouwd heeft op wilskracht en doorzettings-vermogen. Van die generatie heb ik de wonderlijke mix geleerd, die ik als oer-gereformeerd ging beschouwen: je leeft met hart en ziel voor kerk en geloof, maar je praat er zelden over. Dat is te zeggen: je praat wel over kerkelijke zaken, maar zelden over wat God de afgelopen week voor je betekend heeft in vreugde en verdriet. Dat is echt iets wonderlijks voor me; ik kom het in de Bijbel nergens tegen. Maar ook dat heeft een element van tijd-geest in zich. In deze generatie praatte je toch sowieso niet zoveel over gevoelens? Ik spreek veel veertigers, die "genegenheid en goedkeuring" van hun ouders heel erg gemist hebben. Maar als ik die ouders spreek, dan zeggen ze: natuurlijk hield ik van mijn kinderen, alleen zei je dat niet zo hardop. Eigenlijk vinden ze dat een beetje klef. Zou dat nou helemaal losstaan van het feit, dat ze in de oorlog vreselijke dingen hebben meegemaakt, waar niemand ooit over praatte omdat je gewoon dóór moest gaan?
Hetitische vazal-verdragen
De invloed van de tijd waarin je leeft op de manier waarop het geloof uitgedrukt wordt. Het valt me op, dat dat ook in de Bijbel al zo was. Het zijn B. Holwerda en C. Vonk, die ons geleerd hebben dat de verbondssluiting in het Oude Testament helemaal vorm gegeven was op het stramien van de Hetitische vazal-verdragen. Een sterk argument voor de overtuiging dat het om oude teksten gaat. Maar ook een heel kras voorbeeld van hoe God de uitdrukking van de diepste geloofsgeheimen heeft aangepast aan de eigentijdse cultuur. Stel je voor: Gods verbond, dat is toch wel de binnenkant van de openbaring. En die binnenkant wordt dan geformuleerd naar nota bene Hetitisch voorbeeld! Ik ben nog altijd diep onder de indruk van wat deze Bijbel-geleerden ons aanreikten. Maar ik heb afgehaakt van pogingen om dit 'verbondsmatig spreken' als model terug te lezen zelfs in het Nieuwe Testament, om ook daar 'sporen van Hetitische vazal-verdragen' aan te wijzen ... Wie zou God daar nou mee geholpen hebben? Ik ben er diep van overtuigd: Gods woord is levend en krachtig. En zijn evangelie is sterk genoeg om in iedere tijd een kracht van behoud te zijn voor ieder die gelooft. Wat een uitdaging, om dat unieke woord dan te mogen verstaan in onze tijd!
Noot: 1 In dit en volgende artikelen noem ik nogal wat voorbeelden uit de prakttik. Die komen uit 1 7jaar ervaring op verschUlende plaatsen. Dat u dus niet denkt. dat al die zorg en al die zegen over dat ene dorp gaan waar ik nu sta ...