Druktemakers die niet tegen drukte kunnen (1)

2000-03-31
  • Jaargang 44
  • nummer 7
Vorig najaar besteedde ‘Opbouw’ aandacht aan autisme. Daarop kwam de vraag van lezers of er ook geschreven zou kunnen worden over ADHD. Deze week de eerste van twee bijdragen over een gedragsbeeld dat momenteel sterk in de belangstelling staat.

De vraag van deze lezers is niet vreemd. In de eerste plaats bestaat er een verband tussen ADHD en autisme. Daarnaast komt ADHD betrekkelijk vaak voor: 1 op de 20 kinderen vertoont duidelijk de symptomen die passen bij dit beeld. Deze bijdrage gaat over kinderen, maar ADHD komt ook bij volwassenen voor. Bij kinderen is het gedrag het meest opvallend: ze kunnen onmogelijk stil zitten tijdens de kerkdienst, ze verstoren de kindernevendienst, tijdens de catechisatie lukt het nauwelijks om hun aandacht ‘te vangen’.
De omgeving heeft het vaak over verwende kinderen die maar eens strenger moeten worden aangepakt. Ouders worden daardoor met een schuldgevoel opgezadeld.
En ze moeten vaak al zoveel extra investeren in hun hyperactieve kind.

Wat is ADHD?
Een aantal jaren geleden werd er veel gesproken over ‘MBD-kinderen’.
"Tien tot vijftien procent van alle kinderen hebben sinds hun geboorte een lichte hersenbeschadiging waardoor zij zich dikwijls anders gedragen dan andere kinderen. Die kinderen hebben MBD, een ‘minor brain dysfunction’, zo vermeldt de inleidende tekst van het boekje "Eén op de tien" uit 1980.
Inmiddels is de term MBD verouderd, omdat (nog) onvoldoende duidelijk is in hoeverre er sprake is van het niet goed functioneren van de hersenen. In plaats van MBD kwam ADHD: een naam die niet verwijst naar de oorzaak, maar slechts naar ‘uiterlijk waarneembaar gedrag’.
De afkorting ADHD betekent: Attention Deficit/Hyperactivity Disorder: een aandachtstekortstoornis die gepaard gaat met hyperactief gedrag.

Twee polen
Kinderen met hyperactief gedrag trekken in de media momenteel sterk de aandacht. Minder bekend is dat er ook kinderen zijn die geen druk gedrag vertonen, maar bij wie vooral het tekort aan aandacht opvalt (ADD).
Kenmerken van het aandachtstekort zijn o.a.: het kind let vaak niet op details, is slordig met het schoolwerk; raakt vaak dingen kwijt die hij nodig heeft voor zijn taken en bezigheden. Deze kinderen kunnen apathisch over komen en zijn vaak slaperig. Ze komen zelden bij een kinderpsychiater terecht, omdat ze ‘naar buiten toe’ weinig problemen geven. Helaas worden daardoor de vaak bij deze kinderen voorkomende angststoornissen en problemen met taal en motoriek ook niet behandeld.
Bij de andere pool van de diagnose (ADHD, de hyperactieve kinderen) valt op dat ze vaak onrustig met handen en voeten bewegen, wiebelen met hun stoel, steeds van hun plaats lopen, antwoorden geven voordat de vraag goed uitgelegd is. Hun hele lijf is voortdurend in beweging, zelfs tijdens de slaap. ADHD zien we veel vaker bij jongens dan bij meisjes. In de praktijk komt de combinatie van beide ‘polen’ veruit het meeste voor: kinderen die zich slecht kunnen concentreren én hyperactief en impulsief gedrag vertonen.
Soms is er sprake van een golfbeweging: apathisch gedrag en druk gedrag wisselen elkaar af.

Van binnen uit
Totnutoe staat niet vast wat de oorzaak is van ADHD. Men vermoedt dat er (evenals bij autisme) sprake is van een stoornis in de prikkelverwerking binnen de hersenen. De informatie komt wel bin-
nen, maar wordt –bij wijze van spreken- op de verkeerde plaats of op de verkeerde tijd bezorgd. Er zijn aanwijzingen dat deze oorzaak (mede) genetisch bepaald is. Als één van de ouders ADHD heeft is er een grotere kans dat ook een kind hyperactief gedrag vertoont.
Datzelfde verband zien we bij één-eiïge tweelingen. Bovendien komt ADHD relatief vaak voor in combinatie met andere stoornissen, zoals het Syndroom van Gilles de la Tourette en autisme.
Al deze gegevens wijzen erop dat druk gedrag van kinderen lang niet alleen verklaard kan worden uit een verkeerde stijl van opvoeden of uit de chaos in de hedendaagse samenleving. Er is bij kinderen met ADHD (ook) van binnenuit iets aan de hand. Kinderen met ADHD raken dus sneller dan andere kinderen hun concentratie kwijt.
Sommige onderzoekers menen dat hier ook een verklaring ligt voor het hyperactieve gedrag. Het lijkt op dat van kinderen die vechten tegen de slaap. Ze raken de grip op de wereld kwijt en proberen door druk gedrag wakker te blijven. Er wordt de komende jaren veel verwacht van nader onderzoek met betrekking tot de zgn. ‘neurotransmitter-
processen’ (hoe worden indrukken ‘getransporteerd’ door de hersenen?). Dat onderzoek lijkt ook in relatie tot autisme en schizofrenie van groot belang te zijn.

Concentratie
Wat gaat er mis bij kinderen met ADHD? Wat vooral opvalt is dat het kind de aandacht slecht vast kan houden. Vaak zijn het druktemakers die zelf niet tegen drukte kunnen. Er lijkt iets mis te zijn met dat deel van de hersenen dat de concentratie moet regelen. Wonderlijk is dat het kind zich wél goed kan concentreren bij een computerspelletje of als het individueel aandacht krijgt. Er ontstaat daardoor gemakkelijk een misverstand, want het is net of deze kinderen verwend zijn en daardoor geen aandacht kunnen delen.
Het probleem is echter dat ze vooral ‘van binnen uit’ moeite hebben om de aandacht vast te houden.
Uit testen blijkt steeds weer dat kinderen met ADHD het goed doen als een opdracht snel wordt aangeboden. Als het tempo lager is, raakt de aandacht zoek en presteren ze slechter dan leeftijdgenoten: ze raken afgeleid. Ook bij het kiezen van een beloning zien we dit patroon: kinderen met ADHD kiezen voor een snélle beloning, ook als ze weten dat ze door te wachten een grótere beloning zullen krijgen.

Gedragskenmerken
De meeste kinderen kennen perioden met druk gedrag. Peuters kunnen ontremd reageren, omdat ze nog onvoldoende innerlijke rem hebben.
Een kind dat veel oorpijn heeft reageert daar soms met druk gedrag op; met zijn gedrag overstemt het de pijn. Ook pubers zijn soms erg druk in hun spreken en handelen. Dit drukke gedrag past bij de situatie of de ontwikkelingsfase.
Bij kinderen met ADHD is sprake van een chronische problematiek.
Een aantal opvallende gedragskenmerken van hyperactieve kinderen met ADHD zijn: - gebrek aan concentratie: het kind heeft veel moeite om de aandacht bij de les of bij het werk te houden - gebrek aan organisatie van het gedrag: het kind heeft moeite om vooruit te kijken: het handelt impulsief; het ziet iets en handelt meteen - overbeweeglijkheid: alles is altijd in beweging, dit is ook terug te zien in het handschrift - ontremd gedrag in sociale contacten (bijv. door iedereen heen praten, direct een antwoord geven zonder eerst na te denken).
Opgemerkt moet worden dat het gedrag zich overal voor moet doen: én thuis, én op school, én op straat én tijdens de catechisatie.
Als een kind alleen thuis druk is, maar zich in andere situaties goed kan concentreren is er vermoedelijk iets anders aan de hand. Voor het bepalen van de diagnose geldt tevens dat het gedrag al voor het 7e jaar opvallend aanwezig moet zijn geweest.
Voor het volledige overzicht van de gedragskenmerken verwijzen we naar de literatuuropgave aan het eind van dit artikel.

Sociale en emotionele gevolgen
Hyperactief gedrag van één of meerdere kinderen heeft vaak grote gevolgen voor het sociale- en emotionele functioneren van het gezin. Sommige gezinnen komen in een isolement terecht. Het drukke gedrag roept vragen op. "Ze moeten dat joch gewoon eens strenger aanpakken!"
Wanneer je als ouders zulke opmerkingen regelmatig hoort heb je al gauw de neiging om je terug te trekken. Je vindt nergens begrip, je bent nergens meer welkom. En dat terwijl het juist voor deze gezinnen buitengewoon belangrijk is om zorgen te delen. Het kind zelf heeft ook het risico dat het vereenzaamt. Ook sociale kinderen komen gemakkelijk in een isolement terecht. Het is moeilijk om vriendjes te houden omdat het samen spelen vaak moeilijk is. Het gedrag van kinderen met ADHD kan erg onvoor spelbaar zijn, het humeur kan zomaar omslaan. Ook speelgoed kan onbedoeld stuk gaan. Andere kinderen hebben soms veel moeite met dit lastig te begrijpen gedrag. Dat geldt trouwens niet in de laatste plaats voor het kind met ADHD zélf. Ook hij begrijpt vaak zijn eigen gedrag niet en heeft zeker de gevolgen van zijn gedrag niet zo bedoeld. "Ik raakte het aan en toen was het opeens stuk…."
Het gevolg van veel negatieve ervaringen is dat er bij hyperactieve kinderen nogal eens een negatief beeld van zichzelf groeit.
Het kind krijgt het gevoel dat het de zondebok is, in het gezin, op school, op de club. Door de vele kritische opmerkingen die het naar zijn hoofd krijgt kan hij het gevoel krijgen dat er niemand meer van hem houdt. Juist deze kinderen hebben extra emotionele ondersteuning nodig: ook jij bent uniek en je mag er zijn!

(wordt vervolgd)

Literatuursuggesties:
• Theo Compernolle: Zit stil! (Lannoo, 1994)
• Theo Compernolle e.a.: Alles went, ook een adolescent (Lannoo, 1998); dit boek gaat over pubers en adolescenten met gedragsproblemen, waaronder ADHD.
• R.A. Barkley: Diagnose ADHD (Swets & Zeitlinger, 1997); een zeer informatief en meer diepgaand wetenschappelijk getint boek voor ouders en hulpverleners.
• C.H. Versteeg-Corba: Sta nou eens stil! (Groen, 1999); bestemd voor ouders van overbeweeglijke kinderen en kinderen met ADHD. Het laatste hoofdstuk gaat in op specifieke thema’s voor christen-ouders, zoals het omgaan met schuldgevoelens.

Al deze boeken bevatten tevens adressen van hulpverleningsinstanties.

* In Opbouw (43/24) werd door redactielid J.J.Lakerveld het kinderboek ‘Applaus voor mijn broertje’ (Gerry Velema-Drenth, Callenbach, 1999) besproken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief