Henk van Riessen als cultuurfilosoof
2000-03-31
Op 28 februari j.l. is Henk van Riessen op 88-jarige leeftijd overleden. Bij de lezers zal hij bekend zijn van zijn boeken of omdat ze vroeger misschien wel college bij hem hebben gelopen. Hij was een trouw lezer van Opbouw. Daarom is het goed hem in ons blad te gedenken.- Jaargang 44
- nummer 7
Van Riessen was vooral cultuurfilosoof. In zijn boeken en artikelen probeerde hij de betekenis van christelijk filosoferen voor de alledaagse praktijk te laten zien. Keer op keer stelde hij een onderzoek in naar de achtergronden en motieven van de heersende stromingen en de gangbare trends in onze cultuur. In een niet aflatende volharding heeft hij aandacht gevraagd voor de oorsprong en de gevolgen van de secularisatie van onze cultuur: de cultuur zonder God. Die cultuur weet ten diepste geen raad meer met de toekomst, met de zin van de werkelijkheid en met de zin van elk persoonlijk leven.
De Machten
Vooral het thema van de zin boeide Van Riessen.
Het bijbels getuigenis dat alles uit, door en tot God is, klonk in zijn filosoferen steeds weer door. Alles heeft zijn ontstaan, bestaan en bestemming in God. Heel de werkelijkheid is daarom zin-zijn. De mens kan zich in zijn pretentie van eigenmachtigheid voor dat zin-zijn van de werkelijkheid afsluiten.
Dat gebeurt in de westerse cultuur zelfs zeer intensief. Maar omdat de mens als religieus mens -- dat is een scheppingsgegeven -- houvast nodig heeft, kiest hij zelf zijn goden. De moderne mens is verslaafd aan machten, die hem in de greep houden.
Dat kunnen de machten van wetenschap, techniek en organisatie zijn, maar ook de verslavende middelen waaraan velen ten prooi vallen. Het gevolg is dat de eigenmachtige mens schipbreuk lijdt en beheerst wordt door een gevoel van onmacht en zinloosheid.
Ondertussen bepalen de machten de cultuurontwikkeling.
In zijn Maatschappij der Toekomst (eerste druk, 1952 en vijfde druk, 1973) ziet hij een toenemende collectiveringstendens ontstaan. Later -- in Mondigheid en de Machten (1967) vult hij die visie aan door aandacht te vragen voor het veelzijdig verzet tegen de machten. Zijn visie is dat de ontwikkeling van de Westerse cultuur beheerst wordt door de strijd tussen cultuurmachten en allerlei vormen van protest daartegen. De ene trend vertoont een integratie van macht en collectivisme, de andere trend is die van atomisering en individualisering, het uiteenvallen van de maatschappij. Die twee gaan hand in hand en strijden met elkaar. Samen parasiteren ze op Gods schepping en komen er daarom ook nooit los van.
Dat is voor de christen de reden om ze enerzijds ernstig te nemen, maar anderzijds ook te relativeren.
Gods blijvende regering geeft christenen zelfs de mogelijkheid de tweestrijd in de cultuur te doorbreken en met God een andere richting in de cultuur te gaan.
Het is misschien wel interessant om op te merken dat de collectiveringstendens die Van Riessen met de groeiende machten verbindt, volgens hem zich in politieke structuren uitwerkt. De staat van de toekomst zal volgens hem collectivistischer worden. In feite voltrekt zich vandaag dat collectiveringsproces vooral buiten de politiek om. Er heeft in onze dagen zelfs een proces van ontstatelijking plaats ten gunste van de technischeconomische machten die in grootschaligheid -- globalisering -- en intensiteit toenemen.
Van Riessen's analyse is daarmee geen verleden tijd geworden, maar behoeft slechts een correctie.
Deze correctie voltrekt Van Riessen zelf al voor een deel in een laatste artikel van zijn hand in het blad CREDO
(oktober, 1992) onder de titel ‘De Antichrist.‘
De antichrist
Van Riessen schrijft over de antichrist terwijl bijna iedereen daarover zwijgt.
Wie hoort er nog over preken? In onze tijd wordt alle aandacht aan het persoonlijke, aan het eigene van elk mens gegeven. Vooral de aandacht voor gevoelsbeleving van de mens staat centraal. Als correctie op vroegere eenzijdigheden is dat te begrijpen. Maar het zou jammer zijn, wanneer dat ten koste zou gaan van een profetische bezinning op wat zich in onze cultuur voltrekt. Van Riessen blijft daar tot op het laatst aandacht voor vragen. In het licht van vooral het boek Openbaring spreekt hij over de komst van de antichrist. In het bijbelse licht wordt over zijn komst gesproken.
De antichrist zal zich opstellen om de wederkomst van Christus en het aanbreken van het Koninkrijk Gods te verhinderen.
De macht van de antichrist ziet Van Riessen in de integratie van wetenschap, techniek en economie. -Hij zal mensen verleiden om zich over te geven aan zijn macht. Zodoende verliezen mensen het zicht op de zin van de geschiedenis en vinden ze een vermeende oplossing voor hun zincrisis.
Tekenen van onze tijd ziet Van Riessen als voorbode van de antichrist. Dat betreft naast de groei van de machten, het gesloten wereldbeeld, de mens als de passieve massamens, die ook tegelijk de individualistische, materialistische mens is. Deze massa zal de antichrist straks nodig hebben voor zijn absolute macht, die hij zal tonen in zijn wonderdaden van wetenschap, techniek en economie. De diepste vraag naar zin van de mens op aarde -- het Koninkrijk van God -- wordt daarbij buiten spel gezet.
De weg van de antichrist
Hierboven zei ik dat de collectiveringstendens zich momenteel buiten de politiek om voltrekt. De machtsvorming in de wereld heeft vooral plaats in de sectoren van techniek, economie en financiën.
Er ontstaan structuren die een wegbereiding kunnen zijn voor de antichrist.
Op wereldschaal zien we mensen opereren die veel te zeggen hebben en in macht de president van de Verenigde Staten verre overtreffen. Ik zou niet willen beweren dat de antichrist zich daarin nu al openbaart, maar in elk geval kan ons duidelijk worden dat hij langs die weg komt. Zo vind ik het, om een voorbeeld te noemen, verrassend dat wanneer Allan Greenspan, de voorzitter van de amerikaanse banken, 'kucht', omdat hij zich zorgen maakt over financiële ontwikkelingen, de hele economische wereld 'verkouden' wordt. Zijn macht is onvoorstelbaar. Het lijkt er op dat hij de technischeconomische wereld, de overheden en de machten naar zijn hand kan zetten en daarmee veel invloed op alle mensen kan uitoefenen.
Om elk misverstand uit te sluiten: Greenspan kan vanuit zijn verantwoordelijkheid terecht moeten optreden. Het punt is evenwel dat zijn macht mogelijk in de toekomst in verkeerde handen kan komen. In elk geval kunnen we in onze tijd zien dat er een mogelijkheid is, dat de antichrist wereldomspannende macht kan krijgen. En ook, omdat hij buiten de kaders van de rechtsstaat kan opereren, de rechteloosheid van velen en de wetteloosheid van velen kan bevorderen.
In Christus zijn
Maar laat ik terug keren naar Van Riessen. Is de ontwikkeling van steeds grotere machtsvorming op wereldniveau een noodlot?
Het heeft er alle schijn van. Toch mogen christenen daarvan niet uitgaan. In tegendeel, de christen moet zich inzetten voor wat God gebiedt, hij moet de crisis van normen en zin doorbreken en hij moet ernaar streven, de leiding over de machten in een in bijbelse betekenis zinvol perspectief om te zetten. Dat is voor Van Riessen het zoeken van de gerechtigheid van het Koninkrijk Gods.
Dat was ook het perspectief dat hij de christelijke politiek in zijn laatste boek voorhield: ‘Christelijke politiek in een wereld zonder God’ (1990).
Eerder zei ik dat Van Riessen in zijn cultuurfilosofie vooral aandacht vraagt voor wat er in de cultuur gaande is. Dat is momenteel voor velen niet interessant. Men vraagt vooral aandacht voor het persoonlijke. De cultuurtrends verlammen en mensen hebben dan genoeg aan zichzelf. Ook in de kerk is die trend merkbaar. Is Van Riessen in een ander uiterste vervallen en geeft hij te weinig aandacht aan het persoonlijke?
Niets is minder waar. Ik denk dat hij beide op een dieper niveau met elkaar heeft verbonden. Hij staat een eenheid voor in het christenleven.
Het persoonlijk christelijk leven mag niet worden uitgespeeld tegen de betrokkenheid bij de cultuur of omgekeerd. Het zou zelfs te verdedigen zijn dat juist Van Riessen's aandacht voor de diepte van het christen-zijn in Christus, hem de mogelijkheid gegeven heeft de cultuurmachten onder ogen te zien en vanuit Christus ook de overwinning te zien gloren. Dat heeft hij heel scherp laten zien toen hij in 1981 afscheid nam als voorzitter van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte-- nu de Vereniging voor Reformatorische Wijsbegeerte. De titel van zijn afscheidsverhaal was toen "IN". Een nietig woord, dat "IN". Maar dit kleine woord komt in de Bijbel op een zeer inhoudsvolle wijze aan de orde. Ik citeer: " Het woordje "IN' is blijkbaar beslissend voor het verband dat God met de mensen onderhoudt. Hoe intiem, troostrijk en moedgevend is het als de christen leest, dat Christus in hem is en hij in Christus".
"Dat woordje "in" troost en bemoedigt, het geeft geborgenheid aan en houdt een gebod en beloften in". "In Christus zijn, is in de wereld werkzaam zijn in Zijn dienst en om Zijn Koninkrijk te tonen."
Aan het eind van die afscheidsrede zegt Van Riessen:-"Ik heb in deze inleiding dikwijls geput uit de Bijbel. De traditie der filosofie zal dit als niet filosofisch aanmerken.
Maar dat luisteren naar de Bijbel mankeert m.i. aan deze traditie. De bron, waaruit ook de filosofie denkend moet putten, waarvan ook zij moet uitgaan en waarheen ook zij steeds weer terug moet keren, is de Heilige Schrift. Wat kan een christenfilosoof verstaan van de verhouding van God en de mensen, als hij de essentie van deze relatie niet aan de orde stelt, nl. dat de christen in Christus bestaat en Christus in de christen?"
Deze leidraad uit het leven van Henk van Riessen was het geheim en de bron van zijn leven.
Het heeft zijn cultuurfilosofie gestempeld.