De EO-isering van het kerkelijk leven
2000-03-31
Daarover schreef Reina Wiskerke eind vorig jaar een artikel in het Nederlands Dagblad. Haar conclusie: In het moderne accent op subjectiviteit, waarachtigheid en persoonlijke ervaring - Jaargang 44
- nummer 7
hebben de orthodox-protestanten hun variant gevonden van het moderne levensgevoel.
Misschien zal het hun redding blijken. Zeker is dat er ook wat verloren gaat.
In De Reformatie van 5 februari gaat G.J. van Middelkoop hierop in. De conclusie van Reina Wiskerke vindt hij te luchtig; als dit proces zich doorzet, zo voorziet hij, gaan er wezenlijke dingen verloren. Nee, zolang dit nieuwe accent op persoonlijke beleving en ervaring gecombineerd is met confessionaliteit en historisch besef, is er niks aan de hand. Maar, zegt hij:
het wordt anders, wanneer het gereformeerde dreigt te vervagen. Als het wordt ingeruild voor het evangelische of het evangelisch-reformatorische of wat dan ook. Wanneer het gereformeerd zijn dreigt op te gaan in een algemeen oecumenisch gezind christendom. Dan verlies je uit het oog, dat de Heilige Geest werkt via de structuren van de verkondiging van het Woord, van de kerk, van het verbond.
Dan zie je niet langer de noodzaak van een hartelijk verbonden zijn met de gereformeerde belijdenis als samenbindende kracht binnen en tussen kerken. Dan raak je het besef kwijt, dat het voortdurend hartelijk ja zeggen tegen de confessie een middel is om als gemeente èn persoonlijk te blijven bij de gezonde leer. Een middel dat ons helpt de eenheid van het ware geloof te bewaren.
Dat beschermt tegen infectie met dwaalleer en tegen een onevenwichtig benadrukken van sommige leerstukken. () Wanneer de nadruk op de juiste leer, op de binding aan de kerkelijke belijdenis en de trouw aan kerkelijke voorschriften plaats gaat maken voor een accent op subjectiviteit, waarachtigheid en persoonlijke ervaring (), gaat het goed scheef. We komen dan tot een andere kerk en een andere geloofsbeleving. We zoeken het in een terugkeer naar de kernwaarheden van de Schrift, de basale waarheden, een back to basics. En we realiseren ons niet, dat juist terwille van het vasthouden van die basale waarheden ons geloof zich moet bewegen binnen de gereformeerde kaders van Woord en kerk en verbond.
We stuiten hier op zwakke plekken in onze hedendaagse geloofsbeleving.
Zwakke plekken die vragen om versterking en herstel. En om voorzorgsmaatregelen.
Ik zie die zwakke plekken liggen in een gebrekkig besef van wat de kerk en de confessie betekenen en van de betekenis van de kerkgeschiedenis.
In de huidige sfeer van verwatering en synthese zouden we veel meer aandacht moeten besteden aan wat de Bijbel zegt over de kerk en over de gezonde leer. Ons kerkbesef en ons besef van de inhoud en de waarde van onze belijdenissen vragen mijns inziens om een grondige onderhoudsbeurt en om bescherming tegen erosie in het klimaat van vandaag.
De kerkelijke verdeeldheid roept vragen en een zekere verlegenheid bij ons op. Maar dat moeten we toch niet laten doorslaan in een kerkelijk indifferentisme, waar het eigenlijk allemaal niet zoveel meer uitmaakt. We blijven toch geloven, dat de vergadering van de kerk het belangrijkst is waar het op aarde om draait?
Ik denk dat Van Middelkoop terecht vragen stelt bij het opschuiven van het Gereformeer-de in de richting van het Evangelische.
Maar de koers die hij wijst brengt ons voor mijn gevoel niet verder. In feite komt het neer op ‘terugnaar-
het-verleden’. Maar kúnnen we eigenlijk nog wel terug? En is de nadruk op de kerk en op de belijdenis werkelijk in het verleden een garantie gebleken tegen eenzijdigheden?
Buiten de Vrijgemaakte kerken zullen niet zovelen die vraag met Ja beantwoorden...
‘t Is bij Vrijgemaakten trouwens altijd wat lastig om te ontdekken wat ze precies bedoelen met de kerk. Veel van wat Van Middelkoop schrijft speelt zich voor mijn besef meer af op het niveau van de theorie dan op die van de feitelijk bestaande kerk; het gaat meer over de idee ‘kerk’, dan over een concrete kerk. Tegelijk vrees ik dat hij stilzwijgend dé kerk en de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerk(en) aan elkaar gelijk stelt.
Misschien hebben de Vrijgemaakten ons wel nodig om iets meer kritische distantie te krijgen ten opzichte van zichzelf.
Maar omgekeerd hebben wij ook hen nodig, namelijk om niet te verdrinken in de vrijblijvendheid. En zo citeer ik dan nog één passage van Van Middelkoop, waar ik het aardig mee eens ben -- waarbij ik zo vrij ben om vooral het woordje ‘samen’ in de laatste regel royaal te beamen. Van Middelkoop:
Mijns inziens moeten wij er erg attent op zijn dat we geen orthodoxprotestantse variant van het moderne levensgevoel gaan vormen. Niet leven in een geest van iedervoorzich, van een pragmatistisch niet-moeilijk-doen, van een postmoderne afstandelijkheid. Maar samen hartelijk staan voor een gereformeerd geloven en leven in deze tijd.
M.H.T. Biewenga, Emmeloord