Spinsels

1999-01-22
  • Jaargang 43
  • nummer 2
Visserslatijn?
’Ik lig. Ik lig vet!’ ’Harde waag met uithaal!’!
’Een Orca-super-super tegen jouw reuzensmurf?’ Ik laat bovenstaande conversatie een beetje langs mij heen gaan. Als mijn kinderen aan het knikkeren zijn voel ik mij echt oud. In mijn tijd hadden we alleen stuiters, kleintjes en groten. Mijn moeder vertelde over knikkers van klei en bikkels. Niet alleen het materiaal is veel sterker gevarieerd, ook de terminologie is danig veranderd. Ik doe maar geen poging de regels te begrijpen. Mij te ingewikkeld. Dat geeft trouwens wel problemen als ik een keer moet scheidsrechteren bij een meningsverschil. Ik heb geen idee waar het nu eigenlijk om gaat. Mijn onwetendheid belet mij overigens ook om mee te doen. Ik zou best wel willen, één potje. Maar de wetenschap dat ik minstens een half uur bezig ben met het leren van regeltjes en moeilijke woorden weerhoudt mij. Laat maar zitten.
Begrijp mij goed, ik heb niets tegen knikkeren. Ik vind het zelfs leuk. Maar door al die onbekendheid is de drempel te hoog om mee te doen.
Terwijl ik buiten in de zon zit en dit overpeins begrijp ik hoe buitenkerkelijken tegen ons aankijken. Precies zoals ik nu naar mijn kinderen kijk. Met een zekere vertedering maar zonder precies te begrijpen waar ze mee bezig zijn. En omdat ik die aansluiting mis blijf ik op een afstand.
Misschien als het eenvoudiger was, als het voor iedereen te begrijpen was...
Misschien zouden er dan meer mensen mee doen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief