Boekbespreking
1999-01-22
Woorden van troost voor wie achterbleef- Jaargang 43
- nummer 2
In de gevelsteen van elk huis is een kruisje gemetseld. Er is niemand, die aan het lijden en aan het verlies van een geliefde ontkomt. Het is dus een hoogst actueel onderwerp, dat de attentie van ons alle vraagt. Wanneer je iemand die je intens lief is, ziet wegsterven of plotseling door de dood verliest, lijkt het alsof het leven even stilstaat. Mensen vragen zich verdrietig af hoe zij verder moeten.
Ds. P. Vermaat, Ned. Herv. predikant te Scheveningen, heeft aan deze materie bijzondere aandacht geschonken in een geschrift waarvan de ondertitel als thema van deze boekbespreking dient. Het is uitermate belangrijk om na te gaan hoe je je jegens de ander in zijn rouwsituatie moet gedragen. Hoe formuleer je je troostwoorden en welk moment kies je uit om ze aan de mens in nood te adresseren? Hier worden veel fouten gemaakt. Goedbedoelde opmerkingen dienen soms om een bepaalde verlegenheid te camou-fleren terwijl ze intussen de smart bij de rouwdragenden vermeerderen. Men moet hen, die een intens verlies hebben te verwerken daarvoor de nodige tijd en ruimte bieden. Het gaat er niet om hoe jij het bezoek aan hen afbouwt, maar hoe zij hun leed in hun leven inbouwen. Gun ze de rust om tot zichzelf te komen. Probeer niet in één keer alles te zeggen. Kom niet te vlot met bijbelwoorden aandragen. Daarvan gaat op dat moment geen zegende werking uit. De mensen, die in rouw gedompeld zijn, zijn vaak verdoofd.
Aanvankelijk kunnen ze bezoek van buitenstaanders maar moeilijk verdragen. Ze willen bij tijden alleen gelaten worden om tot zichzelf te komen. Er zijn bepaalde fasen in de rouwverwerking. Er gaat soms heel wat aan vooraf voordat men tot een daadwerkelijke aanvaarding gekomen is. Aanvankelijk leek het te gelukken en de mensen prezen de weduwe of de weduwnaar, omdat ze zo flink waren op de dag van de begrafenis. Later komt soms de woede in hen op en vragen ze zich af waarom dat hun moest overkomen.
Daar gaan we geen vrome woordjes tegenaan gooien, want dan kan een vorm van depressie des te eerder toeslaan. Soms kan een enkel woord echt troosten al zou je het op het eerste gehoor niet zeggen.
Als in een supermarkt iemand, die uit eigen ervaring weet wat het is om alleen verder te moeten, tegen een ander, die in dezelfde omstandigheden verkeert, zegt: Het went nooit!, dan heeft dat meer betekenis dan een heel betoog. Het verlies van je huwelijkspartner betekent, dat je gehalveerd bent. Dat is elke dag levendig present. Hoe reageert de gemeente van Christus daarop?
Welke aandacht geeft de dominee daaraan in zijn pastorale rubriek in het plaatselijk kerkblad? Je moet je dan wachten voor gemeenplaatsen.
Die worden als dooddoeners beschouwd. We moeten steeds voor ogen houden, dat we uit eigen kracht de ander niet kunnen troosten.
Op een gegeven moment zullen we de Bijbel openen om woorden te zoeken, die door de genade van Gods Geest de medemens in zijn verdriet steun kunnen bieden.
Daarom mogen en moeten wij bidden, ook samen met die ander in nood. We schuilen dan samen weg achter het bloed van Christus en roepen om Gods vaderlijke ontferming ten aanzien van zijn verslagen kind. Ook het toezenden van een aansprekend gedicht kan soms verkwikkend zijn en fungeren als een dikke jas om een verkild lijf.
Het verlies van een kind heeft voor de ouders een onzegbare betekenis.
Terecht merkt Vermaat op, dat voor een vader en een moeder, die een kind uitdragen, in het Nederlands geen apart woord is (p.69).
Er zou nog veel meer te schrijven zijn over dit onderwerp, maar we willen het hierbij laten. Bovengenoemde zaken en nog meer krijgen in dit boekje van onze hervormde collega de nodige aandacht. Ik vind wel, dat er teveel gedichten in zijn opgenomen al is de dichterlijke verwoording van het verdriet op verschillende bladzijden trefzeker te noemen. Een en ander accentueert tevens het bijbelse getuigenis, dat zo actueel is in moeilijke tijden! We willen deze praktische handreiking van ds. Vermaat graag aanbevelen.
N.a.v. Ds. P. Vermaat; ’Nooit meer blij?’ Uitgeverij Kok Voorhoeve- Kampen, 100 pag. ƒ 17,90.
O. Mooiweer, Enschede