Persschouw
1999-02-05
Merkbaar- Jaargang 43
- nummer 3
Het eerste catechisatie-uur in het nieuwe jaar. De 16-jarigen. „Wat is jullie wens voor dit jaar”, vroeg ik zomaar, „en dan met betrekking tot God?” De een zei: „Ik zou graag dit jaar wat minder moeilijkheden hebben op het gebied van geloof.” Minder problemen met zijn ouders erover, bedoelde hij. En dan (waarschijnlijk) rond uitgaan enzo. Een jongen die ik niet direkt verdacht van uitspattingen.
Een ander zei, dat hij wat meer van God zou willen merken...
Vroeger (in de tijd van de Bijbel) greep God soms heel duidelijk in. Als de Israëlieten afgedwaald waren en zich bekeerden, redde God hen van hun vijanden.
Nu zie je hoe Irak gebombardeerd wordt en dat in Afrika bijna iedereen honger lijdt, maar God grijpt niet in. We hebben er een tijdje met elkaar over doorgepraat.
Anderen in de groep herkenden het wel. Net of het geloof heel ver van je af staat. Een meisje zei, dat zij wel merkte dat God er was. Vaak verhoorde Hij haar gebed. Hij gaf haar wat ze vroeg. Maar, zei ze ook, in een andere kerk kun je soms meer merken, dat God er is. Waar komt dat dan door, vroeg ik.
Doordat het er in de kerk soms een beetje (erg) stijf toegaat? En: wat doe je, als een andere kerk wat aansprekender lijkt? Maar vooral praatten we door over wat je wel of niet merkt van Gods aanwezigheid.
De les ging over Christus die aan Gods rechterhand zit en alle macht heeft (Zondag 19). Kun je daar iets van merken? De Catechismus zegt dat Hij ons beschermt tegen alle vijanden. Hij wil graag dat wij volhouden tot Hij terugkomt en erbij zijn op de nieuwe aarde.
Het feit dat de kerk steeds blijft bestaan, ondanks alle tegenwerking, bijvoorbeeld in China, is daaraan niet te zien, dat Christus de macht heeft? Verder noemt de Catechismus, dat Hij in ons hemelse gaven uitgiet. Hij geeft ons geloof, hoop en liefde. In de duisternis van deze wereld zien we lichtpuntjes. We vierden Kerstfeest. Christus is het Licht. In Hem zien we God. Door Hem hebben we hoop. Maar duisternis is er nog steeds: als bommen burgers doden en miljoenen elke dag honger hebben. Maar ook als wij falen als kinderen van God. Dat maakt het ook moeilijker om te zien dat God er is. De duisternis overheerst soms. Geloven is vasthouden aan wat je niet ziet. Vertrouwen houden. Wat je op jongere leeftijd soms nog niet ziet, ga je later misschien wel ontdekken. Want ik merk zelf gelukkig wel, dat God er is.
Mensen die ziek zijn merken het vaak.
En mensen die weten dat ze niet lang meer te leven hebben. We hebben samen gedankt voor dit open gesprek en gebeden om te mogen merken dat het waar is wat God zegt: Ik ben met u, met jou. Een postmodern antwoord van een 16-jarige op een spontane vraag gaf ons een gouden catechisatie-uurtje.
Wij knipten dit stuk uit de: ’Gereformeerde Kerkbode’ – bestemd voor de noordelijke provincies. Het is geschreven door ds. R.Th. de Boer, vrijgemaakt gereformeerd predikant te Ureterp, binnenkort te Leusden.
Dit artikel is uit het leven gegrepen.
Vroeger werden veelal allerlei vragen van jongeren onder de tafel gewerkt.
Vele zekerheden stonden recht overeind en het werd vaak als heiligschennis beschouwd wanneer men daarbij een vraagteken plaatste. Op de catechisatie kwam het persoonlijke geestelijke leven met al zijn ups en downs niet aan bod.
Het lesje moest worden afgedraaid en verder was er geen tijd voor discussie.
Ik schrijf deze dingen niet om met modder te gooien, want ik ben zelf in de beginperiode van mijn predikantschap ook een gevangene geweest van deze traditionele catechetische stijl. Gelukkig is daar verandering in gekomen. Je bent je meer bewust geworden, dat je met de jongeren in een geloofsgemeenschap leeft.
Daarom lijkt het mij voor een catecheet heerlijk om rondom de woorden van de Heid. Catechismus met de jeugd te praten over hun eigentijdse vragen en problemen, opdat hun geloof handen en voeten mag krijgen in de alledaagse samenleving.
Ik kan begrijpen, dat collega De Boer aan dergelijke catechisatie-uren goede herinneringen bewaart!
Enschede, G. Mooiweer