Eendrachtig volharden in het gebed

1998-04-03
  • Jaargang 42
  • nummer 7
We hebben in de kerk nodig om de ervaringen die je als gelovigen opdoet. met elkaar te delen. Elkaar bemoedigen met de goede dingen die God doet. Ook samen leren hoe je omgaat met het gevoel dat God juist ver weg is. Vorige keer leerden we op dit punt van de breedte en de diepte die je in de Psalmen vindt. Voor dit nummer beloofde ik een aanzet voor hoe dat in de praktijk kan gaan.

Daarmee heb ik mezelf natuurlijk in de nesten gewerkt. In de eerste plaats omdat ik heus niet het gevoel heb, zo goed te weten hoe het moet. Vaak voel ik me eerder een uil die zangles geeft. En ik schrijf hier juist over omdat ik de noodzaak voel dat we op dit punt samen verderkomen. In alle gemeenten waar ik kom, merk ik een zoeken en tasten op dit punt. Welke kant veranderen we uit? AI geruime tijd heb ik een brief op tafel van een broeder die zich zorgen maakt. "Er wordt vandaag weer aandacht gevraagd voor andere methoden. Want we leven in een 'totaal andere wereld' en daar zouden we rekening mee moeten houden. De smaak is anders, we zijn meer visueel ingesteld. Van reclame kunnen we misschien veel leren? Toneel is een eigentijds middel? Waar komt in Christelijke gemeenten de behoefte vandaan om steeds met iets nieuws te komen? Het ontwikkelen van nieuwe ideeën is voor sommige beroepen absoluut noodzakelijk maar wel vermoeiend.
Is dat onze opdracht? Hoe zeer de Here ons juist rust gunt, daar spreekt de hele Bijbel van". Van de zorgen van deze broeder begrijp ik iets. Ik wil niets liever dan de kern van het evangelie overdragen. Maar als we dat te lijf gaan met 'nieuwe methoden' en 'korte communicatieijnen', dan gaat er bij mij wat kriebelen. Zoals ik bij sommige plannen voor 'gemeente-opbouw' het gevoel krijg van: als het zo moet, dan 42 -124 kun je de kerk net zo goed door McKinsey laten organiseren. Vergelijk het met de verhoudingen in een gebroken huwelijk. Je kunt er alle technieken van goede communicatie en luisteroefeningen op loslaten maar wat er echt nodig is, dat is: liefde, vergeving, aanvaarding van elkaar. Zonder liefde en vergeving werkt geen enkele techniek. Met liefde en vergeving zijn die technieken nog zeer aan te bevelen, maar je verbeeldt je niet meer dat het daar van afhangt.

Nieuwe structuren?
Zo is het ook in de kerk. Wat we nodig hebben is het besef van zonde en van genade. Geloof en liefde, vertrouwen op God. Deze centrale dingen bereiken we niet door korte communicatielijnen of een nieuwe structuur, we kunnen ze alleen ontvangen op het gebed. Als het daarmee begint en eindigt, dan merkt de -gemeente ook dat het bij nieuwe ideeën niet om hobby's of technieken gaat. Dan kunnen nieuwe vormen en nieuwe liederen herkend worden als een vrucht, die groeit aan de wijnstok van Christus. Verder kan een zekere relativering geen kwaad: veel veranderingen zijn à la Prediker. "Iets waarvan de mensen zeggen: dit is iets nieuws, en het was aloud in de dagen van weleer'. Pas geleden realiseerden we ons, dat we nog geen zangavond zouden beleggen zonder vooraf met de' organisatie te bidden. Hoe kun je dan kerkdienst houden zonder gebed vooraf? En zo werd besloten om het consistoriegebed weer in te voeren. Of, nog zoiets, de schriftlezing wordt af en toe gedaan door een gemeentelid: oude mensen vinden dat nieuwigheid, maar heel oude mensen glimlachen dat deze oeroude gewoonte weer terugkeert.
In wezen gebeurt dat in het groot, wanneer we nu pleiten voor meer persoonlijke inbreng van de gemeenteleden. Dat lijkt toch heel erg op het beeld dat we krijgen van de diensten in de eerste gemeenten? Ik word altijd aangetrokken door wat Paulus in 1 Corinthe 14:26 schrijft: "Telkens als gij samenkomt, heeft ieder iets: een psalm of een lering of een openbaring of een tong of een uitlegging; dat alles moet tot stichting geschieden". Dat is totaal niet het beeld van onze kerkdiensten, waarbij één persoon de hele dienst leidt. Je leest over een veel breder palet, waarbij onderlinge bemoediging en vermaning een grote rol speelt. Later is dat verloren gegaan, toen de kerk groot werd en ook gevestigd raakte. Mensen voelden zich ook echt vertegenwoordigd door die ene man die Gods woord bij ons en onze zorgen bij God bracht. Nu staat er ook nergens dat het zo moet als in de eerste gemeente, maar je hoeft er nauwelijks van om te vallen als er in onze tijd elementen van die oudste vieringen terug komen. Er zijn meer overeenkomsten tussen de voorchristelijke en de nachristelijke tijd. In beiden komt het meer aan op persoonlijk geloof, persoonlijke keuze en toewijding dan op het 'bij de kerk horen'.

Wat is er nodig?
Intussen kom ik nu op de heel praktische vraag, hoe we met veranderingen in de kerk omgaan. Het zal belangrijk zijn, dat we in de gemeente zo breed mogelijk nadenken over wat er nodig is in de kerk van vandaag. Ik moet eerlijk zeggen, dat ik daar zelf niet altijd genoeg aan bijgedragen heb. Jarenlang heb ik wel ongeveer gevoeld welke kant het uit moest: meer nadruk op persoonlijk geloof en de beleving ervan, betrokkenheid van meer mensen bij de kerkdienst enz.
En ik probeerde dan geruisloos (heel) kleine stapjes in die richting te zetten. Het aardige daarvan is wel, dat je weinig wrijving krijgt. Maar een groot nadeel is, dat de gemeente er weinig bij betrokken is en dat het ook nauwelijks een zaak van gebed kan zijn binnen de gemeente. Om te kunnen bidden, moet je toch minstens de nood zien waar je voor bidt. De nood waar we het over hebben, kwam op mij heel duidelijk af, toen ik zat na te denken over het verhaal van een goede broeder, die me vertelde dat een ouderling hem op huisbezoek eens had gevraagd: "hoe is het met uw persoonlijk geloof?", waarop hij geantwoord had: "net wat u zegt, dat is persoonlijk".
Dat verhaal bleef bij me hangen. Er zat wel een achtergrond bij, waarom die vraag van de ouderling zo moeilijk viel, maar dat laat ik nu liggen. Het korte gesprek geeft het probleem kernachtig weer: de genoemde broeder heeft een stevige gereformeerde traditie achter zich. Geloof in God als iets dat heel belangrijk voor je is, maar waar je liever niet over praat. Omdat het privé is, kwetsbaar ook. Mag ik dit even traditioneel gereformeerd noemen: een echte geloofsovertuiging, waar de mond niet bepaald van overloopt. Het is ook wat gênant als een ander er wèl vrijuit over praat. Ik heb het met die uitdrukking 'traditioneel gereformeerd' niet over de inhoud van de leer, maar over die merkwaardige combinatie van een vaste overtuiging en er weinig over spreken.

Traditioneel gereformeerd
Welnu, laat de generatie die nu tussen de 50 en de 60 is, zich eens eerlijk afvragen: in hoeverre hebben wij het geloof kunnen doorgeven aan de volgende generatie? Ik denk dat dit in twee groepen uiteen valt: de ene helft heeft afgehaakt, de andere helft is evangelisch geworden. Traditioneel gereformeerd is er niemand meer.
Goed, dat is te grof gesteld. Met 'afgehaakt' bedoel ik natuurlijk óók degenen die wel lid blijven, maar ja ... Het is in elk geval moeilijk om een beroep op hen te doen om ouderling te worden of zo. En met 'evangelisch geworden' bedoel ik óók degenen die wel degelijk Nederlands Gereformeerd blijven, maar persoonlijker zijn gaan geloven; die andere liederen willen; die zich zorgen maken of hun ouders wel echt geloven; die bijtanken in de evangelische wereld. Maar de combinatie van een overtuigd geloof en er niet over praten, die zie je toch steeds minder?
Nu lijkt me de bereidheid om over andere kerkelijke vormen na te denken afhankelijk van de mate waarin je je dit dilemma realiseert. Het gaat er niet om, dat 'traditioneel gereformeerd' verkeerd zou zijn. Ik twijfel niet aan de echtheid ervan. Maar het is toch ook bepaald niet het model, dat zo uit de Bijbel komt. En dan mag er toch ruimte zijn voor andere accenten?
Zeker wanneer je ziet, hoe we anders uit elkaar dreigen te groeien. Wat kan er dan praktisch veranderen?
Het ligt voor de hand om eerst te denken aan de kerkdiensten en het zingen van mooie lofliederen. Daar ben ik ook erg voor, maar je moet je wel realiseren dat dat de buitenkant nog maar is. Veel belangrijker is, dat we zelf leren te luisteren naar God en naar elkaar, en dat we leren te spreken tot God en tot elkaar. En ja, dat is toch eerst een zaak van gebed. Tijdens mijn bezinning stuitte ik ineens op een bijbelgedeelte, dat ik altijd verkeerd uitgelegd had. Namelijk over de situatie van de discipelen vóór de Pinksterdag. Ik had altijd uitgelegd: de discipelen zaten maar bij elkaar; het was de Geest die hun gesloten deuren opende. Maar wat een openbaring was het voor me, toen ik in Handelingen 1: 14 las: "Deze allen bleven eendrachtig volharden in het gebed". Wist ik dat vroeger niet? Natuurlijk wel, maar toch heb ik de discipelen vroeger te passief voorgesteld. Ze zaten maar niet wat bij elkaar, nee, ze waren eendrachtig en volhardend in het gebed. De Geest is uitgestort door Gods genade, maar op het volhardend gebed van de discipelen. Wat een krachten van God kunnen er vrij komen als wij dat vandaag nog doen!
En als we ons in dat gebed en die volharding oefenen.

Aäron en Hur
We kennen in onze gemeenten zoiets vaak al: een gebedskring. En ik weet van mensen, die dáár de belangrijkste dingen van het geloof geleerd hebben. Daarnaast heb ik meer en meer zegen gezien op aparte cirkels van gebed voor één bepaalde nood: vier of vijf mensen die speciaal het gebed voor één persoon of gezin uitoefenen en die daarin volharden. Ik moet daarbij denken aan het gebed van Mozes tegen de Amalekieten: er waren twee broeders, Aäron en Hur, die de armen van Mozes ondersteunden omdat het gebed anders niet vol te houden was. Machtig, als we dat voor elkaar kunnen betekenen! Daarnaast denk ik aan de bijbelkringen. U merkte uit mijn verhaal, dat ik graag zou zien dat er in de kerkdienst meer ruimte zou komen voor concrete voorbede en concrete dankzegging. Er is immers méér dan een 40-jarig huwelijk en een gebroken been. Maar we vinden dat soms moeilijk in zo'n grote groep. Wat een geschikte ruimte is een bijbelkring daar dan voor! Je bent dan immers samen in vertrouwde kring, bij het licht van Gods Woord. Is dat geen goede gelegenheid om zorg en zegen met elkaar te delen? Of die ruimte er is, dat hangt wel af van de manier waarop je de bijbelstudie doet.
Soms lijkt het of het om een technische studie naar woordjes en feiten gaat. Waarbij kanttekeningen en boekjes over de tafels vliegen. Tegelijk weet ieder, hoe veel beter de avond verloopt als het lukt om bij het bijbelgedeelte te vragen: wat wil God mij hiermee zeggen? Wat leer ik over God, wat leer ik over mezelf, wat vind ik hierin om voor te danken of voor te bidden? Als vanzelf krijgt ieder dan de ruimte om de eigen vragen en zorgen, en de eigen vreugde en dankbaarheid, daarbij in te brengen. In zo'n sfeer kun je veel makkelijker de dingen van alle dag voor de troon van God brengen.
En daar gaat het toch om.

Nog iets waar ik veel goeds van heb gezien: maaltijden, samen eten. Opnieuw wil ik de beschrijving van de eerste gemeenten niet als norm beschouwen, maar toch heb ik het daar wel van geleerd. Ik merk bij jongeren, ook bij jongeren die heel positief geloven, dat ze geen flauw benul hebben van wat de gemeenschap in de kerk zou kunnen betekenen. Individualisme, zegt u, en dat is ook zo. Nu kun je wel preken tegen het individualisme, maar we ademen het allemaal in en heus niet alleen de jongeren. Als je nu plaatsen kunt scheppen waar je gemeenschap kunt oefenen, dan doe je daar iets moois mee. Het sterkst is dat, wanneer je zo'n maaltijd combineert met of laat uitlopen op een bijbelstudie en gezamenlijk gebed.
Wel, meer voorbeelden zouden te noemen zijn maar als gezegd: ik heb maar een beperkte ervaring. Wat ik wil zeggen is: laten we plaatsen scheppen, waar we kunnen oefenen in het samen leven voor Gods aangezicht.
Waarbij we zorg en zegen met elkaar delen om ze samen bij God te brengen. Uit reacties op deze serie weet ik, dat het verlangen daarnaar in veel gemeenten speelt. Ik ben heel benieuwd naar ervaringen uit de praktijk van de kerken. Zou u mij daarover willen schrijven? Ik woon aan de Mecklenburgstraat 36, 3621 GP Breukelen. Kant en klare artikelen hoeven het niet te zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief