Goede Vrijdag
1998-04-03
Mijn God, mijn Lief, ontluisterd,- Jaargang 42
- nummer 7
hoe hangt U daar, naakt uitgestrekt,
terwijl de wereld, goedgebekt,
haar hoon spuwt, ingefluisterd
door de slang.
Geen vaste grond onder de voet,
waar ik op afstand sta te kijken.
Ik vrees uw schande, pijn en bloed,
maar Heer, ik wil van U niet wijken.
Ik ben zo bang.
De zon die brandde in uw huid
slaat plots de handen voor haar heet gezicht.
De aarde siddert, braakt haar doden uit.
Daar aan dat ene lijf hangt heel het hels gewicht
van onze zonde.
De tempel scheurt haar kleed.
Het Leven sterft. De duivel lacht?
Uw laatste woord, die luide kreet:
'Het is volbracht!' is dat waarop de wereld wacht?
Uw dodelijke wonden?