Ruggensteun
1998-04-03
Is het uitzien naar de komst van Christus en naar het herstel van het leven geen puur eigenbelang? Komt het niet voort uit egoïsme? Als er mensen zijn die ernaar uitzien alleen maar omdat er dan een eind komt aan hun ellendige situatie, vinden ze de bijbel niet aan hun kant. Als het verlangen naar Christus zelf niet meespeelt, is er iets niet in de haak. Maar anderzijds is het natuurlijk onzin, dat iemand die leeft voor Christus en in ellendige omstandigheden verkeert, niet zou mogen verlangen naar een verbetering van zijn situatie. Tijdens de Duitse bezetting verlangde iedereen naar de bevrijding. Ik heb vesl gehoord en gelezen over die tijd, maar ben nog nergens de opmerking tegengekomen: dat was fout van het Nederlandse volk, want dat was egoïstisch. En dat zullen we ook wel nooit te horen krijgen, want iedereen weet dat een dergelijke bewering onzin zou zijn.- Jaargang 42
- nummer 7
Natuurlijk mag een volk dat verdrukt wordt, verlangen naar het moment van de bevrijding. Natuurlijk mag je daarnaar uitzien. Het zou wat moois zijn als dat niet mocht! We leven nog steeds in bezet gebied.
Overal in deze wereld wapperen de vlaggen van de satan en dreunen de laarzen van zijn legers. Precies zoals tijdens de Duitse bezetting ons regeringscentrum in Londen was en iedereen uitzag naar de dag waarop koningin en regering naar ons land zouden terugkeren, zo is ons regeringscentrum in de hemel en zien wij uit naar de dag waarop onze koning, Jezus Christus, op aarde zal terugkeren en we bevrijd zuIlen worden. Zouden we daarnaar niet mogen uitzien? Natuurlijk wel. Jezus zelf heeft daar op gezinspeeld, toen Hij tegen zijn discipelen zei: als jullie al die verschrikkelijke dingen zien gebeuren, heft dan jullie hoofden omhoog, want dan is jullie verlossing dichtbij.
Dat deden we in bezet gebied ook toen de invasie in Normandië begon. Toen ging er een schok door ons heen, een golf van verwachting. Want nu kwam de bevrijding dichtbij. We waren er nog niet, want de vijand kon nog lelijk huishouden. Hij kon nog velen mishandelen en doden in de concentratiekampen. Er zou nog een hongerwinter komen. Maar het was wel degelijk een troost dat de bevrijding dichtbij kwam. Dat was een enorme steun in de rug, voor iedereen: voor de mensen in de kampen en gevangenissen en voor hen die uitgehongerd raakten, maar ook voor hen die zonder al te grote kleerscheuren erdoorheen gerold waren. Zo mag ook de komst van Christus een troost zijn voor ons allemaal, een steun in de rug voor hen wier leven verminkt en qeschondsn is en ook voor hen die zelf nog weinig te incasseren kregen.
Troost hebben we nodig. Want er is nogal wat verkeerd in bezet gebied.
Avond aan avond verschijnen de beelden van alle mogelijke verschrikkingen op de tv. En dan is er ook nog al het leed dat niet in de kranten of op de tv komt. Leed in ziekenhuizen, inrichtingen en gezinnen. De vijand houdt nog op een verschrikkelijke manier huis. Is het egoïsme als je ten overstaan van al deze dingen uitziet naar de komst van Christus? Geen sprake van. Het mag ons moed geven. De boze vijand wordt verslagen. De bevrijding komt. Dat mag voor ons een troost en ruggensteun zijn om er de bezettingstijd mee door te komen.