Statenvertaling in discussie

1998-04-03
  • Jaargang 42
  • nummer 7
Er is een boeiende discussie aan de gang in de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte over de vraag of de oude Statenvertaling van 1637 (verder afgekort als SV) in onze tijd nog bruikbaar is. Tot voor kort werd over die vraag niet gesproken, in elk geval niet openlijk. De toon werd in deze kringen immers gezet door de Gereformeerde Bijbel Stichting, en die veroordeelde kort en krachtig alles wat niet naadloos aansloot bij de SV.
Maar daar is nu verandering in gekomen. De oorzaak daarvan is wel aardig: men is namelijk overvallen door het grote succes dat 'Het Boek' bleek te hebben, juist ook in kringen van hen die tot nu toe alleen de SV wilden gebruiken. De gewone gelovigen in de kerken hebben 'met de voeten gestemd' door, ondanks de afkeurende geluiden van bovenaf, massaal Het Boek aan te schaffen (of de Parallelbijbel, waarin SV en Het Boek naast elkaar staan afgedrukt). Zo fungeert dit onverwachte succes van Het Boek nu als een soort alarm binnen de rechterflank van de Gereformeerde Gezindte. De rust rond de Statenvertaling is luidruchtig verstoord.
Op een vergadering van Gereformeerde Bonds-predikanten op 8 januari heeft dr.
M.J. Paul een referaat gehouden dat nogal de aandacht heeft getrokken. Het referaat, en de reactie van Paul op de geleverde kritiek, is geplaatst in vijf nummers van De Waarheidsvriend.
Hoofdlijn van zijn betoog is dat het gebruik van de SV steeds meer bezwaren oplevert, omdat in taalkundig opzicht deze vertaling steeds verder van ons af komt te staan. Een gedachte die ook door niemand bestreden werd. Nu zou men vervolgens denken: welaan, sluit u aan bij het grote vertaal-project van het NBG en de KBS om in het begin van de volgende eeuw te komen tot een nieuwe bijbelvertaling (afgekort: NBV). Maar zo simpel ligt dat niet. Weliswaar is dr. Paul daar zelf wel bij betrokken (als supervisor), maar hij somt zes redenen op waarom hij denkt dat de acceptatie van de NBV binnen zijn achterban moeilijk zal liggen. In feite is de grote noemer van al die punten samen: de taaiheid van de eigen traditie (voorbeeld: HEER mag niet, dat moet HE(E)RE zijn). Paul blijkt zich hiervan ook wel bewust te zijn; hij schrijft tenminste: Op grond van deze zes criteria heb ik emstige twijfels of de NBV voor ons een aanvaardbaar altematief is. Als de Bijbel voor het eerst vertaald zou worden, zou ik er tot op zekere hoogte enthousiast over zijn: een toegankelijke vertaling die wetenschappelijk verantwoord is. Maar de praktijk is dat wij gewend zijn aan andere vertalingen, in ons geval vooral de SV.
Dus: als er geen Statenvertaling was, zou deze nieuwe vertaling tot enthousiasme aanleiding geven; maar omdat er wél een SV is, zal het wel niks worden.
Ook opmerkelijk in dit verband is de manier waarop Paul spreekt over de vertaling van zgn. 'dogmatisch gevoelige teksten' in de NBV. Als voorbeeld noemt hij Genesis 12:3; daar zou, naar verluidt, in de NBV niet meer staan dat in Abraham alle geslachten der aarde gezegend worden, maar dat de volken elkaar of zichzelf zegenen. En Paul zegt dan: Hiermee is een pijler onder de heilshistorische benadering van de Schrift weggeslagen.
En weliswaar voegt hij daar dan aan toe: Op grond van tal van exegetische argumenten kies ik hier bewust voor de~weergave van SV of NV, maar dat neemt niet weg dat hier toch sterk de indruk gewekt wordt dat de dogmatiek, de dogmatische traditie, heerst over de vertaling; en dat lijkt me een vreemde zaak.
Hetzelfde kan gezegd worden als Paul het even verderop heeft over dogmatisch gevoelige teksten, die anders vertaald worden dan wij wenselijk achten. Wie of wat bepaalt wat er vertaald moet worden?
Toch alleen wat er stáát, en niet wat wij, vanuit onze traditie, wenselijk achten?! Of hebben we als protestanten voor niks ooit een geding gehad met Rome over de verhouding tussen Schrift en traditie? Maar goed, laat niet de indruk ontstaan dat dr. Paul eigenlijk kiest voor de oude SV. Hij ziet zeer wel de bezwaren die daaraan kleven, en hij zegt daar behartigenswaardige dingen over; het duidelijkst voor mijn besef in de twee laatste artikelen, waarin hij ingaat op kritiek. Met een citaat daaruit eindig ik: De handhavers van de SV willen geen veranderingen. Zij zeggen (bedoeld of onbedoeld) tegen de huidige en toekomstige jeugd: pas je maar aan. Wij doen geen moeite je tegemoet te komen; kom ons maar tegemoet. Deze houding wordt - terecht - door veel jongeren niet begrepen.
Ze lezen Het Boek en zien hoe het veel eenvoudiger kan. Waarom wordt er dan geen goede nieuwe vertaling op de markt gebracht? Als het Woord van God zo belangrijk is, dan kan toch geen moeite te veel zijn dit dichtbij te brengen?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief