„Het ligt voor de hand dat je elkaar opzoekt”

1999-02-19
  • Jaargang 43
  • nummer 4
Was het een noodgreep? Nee, beslist niet. Zeggen zowel het NGJ als de CGJO. De beide jongerenorganisaties van respectievelijk de Nederlands Gereformeerde Kerken en de Christelijke Gereformeerde Kerken gaan structureler samenwerken. „Het is onzin het wiel opnieuw uit te gaan vinden als de doelgroep zoveel raakvlakken heeft.”

Het is geen verloving. Er zijn hoogstens vriendschapsringen uitgewisseld.
En verder willen de organisaties voorlopig ook niet gaan. „Een intentie tot structurelere samenwerking”, noemden ze het in de verklaring die ze onlangs in Opbouw publiceerden.
„Daarbij kun je denken aan het gezamenlijk uitgeven van (studie)materiaal, het gebruik maken van elkaars kennis en het samen organiseren van activiteiten”, legt Sjoerd de Haan uit, werkzaam als coördinator op het Apeldoornse bureau van de CGJO (Christelijke Gereformeerde Jongeren Organisatie).
De beide organisaties ontdekten de afgelopen jaren dat ze behoorlijk ’op één lijn zaten’. „We herkenden elkaar in heel veel dingen. Dat was eigenlijk direct vanaf het begin het geval. En nu willen we kijken wat we in de praktijk samen kunnen gaan doen”, legt ds. Fred Blokhuis, predikant te Zalk en voorzitter van de Stichting Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk (NGJ) uit.

Kwaliteit
Hij geeft toe dat de stap voor het NGJ op een goed moment komt. Het afgelopen jaar is er in het Nederlands Gereformeerd Jeugdwerk veel gebeurd. De stichting is met het verdwijnen van de Jeugddag en het maandblad Verkenning behoorlijk ’uitgekleed’.
En dan is daar opeens de CGJO, ’broeders van hetzelfde huis’, die een paar kledingstukken over het kamerscherm werpen. Of toch niet? „We zijn een kale organisatie op dit moment, inderdaad”, geeft Blokhuis toe. „Maar over wat er gedaan wordt binnen NGJ-gelederen ben ik ontzettend optimistisch. Dat zit namelijk goed in elkaar; het heeft kwaliteit.
Neem bijvoorbeeld de kadercursussen.
Wat we doen, zet zoden aan de dijk. Na een kaderweekend kan ik echter voldaan terugblikken: we hebben weer gezaaid, laat maar groeien.
En natuurlijk is dit niet zo’n gekke zet.
Er zijn onder de NG-jongeren toch een aantal die verlangen naar een jeugddag.
Nu, misschien worden ze dit jaar uitgenodigd voor de Christelijke Gereformeerde landdag die rond Pasen wordt gehouden. Maar waar het omgaat is dat we elkaar iets te bieden hebben.”

Raakvlakken
De beide organisaties kijken in de eerste plaats naar de overeenkomsten die ze hebben in hun streven om jongeren te ondersteunen op basis van de Bijbel. Het is een geluid dat menigeen gemist zal hebben in de discussies rond de samensprekingen tussen de verschillende kerken in de afgelopen jaren. De verklaring van de beide organisaties komt wat dat betreft ook op een heel ’markant’ moment; vlak nadat de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken heeft besloten de samensprekingen met de Nederlands Gereformeerden stop te zetten.
Nog weer een bevestiging van de kloof die is ontstaan tussen de kerkelijke top en de ’werkvloer’? De Haan: „Op veel plaatsen werken de NG en CG kerken al samen; ook op het niveau van de Jeugdverenigingen.
Daar kun je niet omheen. En dan is het eigenlijk raar om als besturen van landelijke organisaties strikt gescheiden op te blijven trekken.” Blokhuis valt hem bij: „Het ligt voor de hand dat je elkaar opzoekt. Veel Christelijke Gereformeerde Kerken staan heel dichtbij ons. Bovendien is het onzin om het wiel opnieuw uit te gaan vinden als de doelgroep zoveel raakvlakken heeft.”

Verwarrend
Hij verwacht niet dat de collega-organisatie op haar besluit wordt teruggefloten: „Er is in hun bestuur uitvoerig over gesproken en nagedacht. Het zou me verbazen wanneer nu toch blijkt dat het wordt afgekeurd.” Ook De Haan verwacht dit niet: „Allicht zullen er vragen gesteld worden. Het zal misschien moeilijk worden, hoewel we ook positieve respons krijgen trouwens.
Maar het is niet onze intentie om de zaak over enige tijd maar weer af te blazen.” Een eerste vrucht van de samenwerking zal waarschijnlijk ’iets’ rond het Jaar met de Bijbel zijn. En er wordt gekeken waar en hoe er van elkaars materiaal gebruik gemaakt kan worden.
Voor het reilen en zeilen op de plaatselijke jeugdverenigingen verandert er niet zoveel, geven beide organisaties te kennen. De Haan: „Ik denk dat ze het nauwelijks zullen merken.
Wellicht ontvangen ze eens bepaalde uitgaven met de gezamenlijke logo’s van NGJ en CGJO of zullen jongeren elkaar op termijn meer kunnen ontmoeten tijdens evenementen of (cursus) bijeenkomsten. Ook wordt het voor samenwerkende verenigingen en districten of regio’s hopelijk duidelijker.
Het is voor hen soms best verwarrend als er op plaatselijk of regionaal niveau heel intensief samengewerkt wordt, terwijl op landelijk niveau er geen contact blijkt te zijn.”

„Intentieverklaring? Nee, niets van gehoord.” Jacqueline Van der Lugt heeft het nieuws gemist.
Maar als ze hoort waar het over gaat, springt ze er enthousiast op in: „Ik vind het heel goed, mooi!” De jeugdvereniging (15+-club, zoals deze in de wandelgangen heet) van Lelystad weet niet beter of Nederlands en Christelijk Gereformeerd gaan zondags gewoon door dezelfde deur. De bijna 40 leden weten ook niet van elkaar wat ze nu van huis uit eigenlijk zijn. De club is dan ook lid van beide jongerenorganisaties, het NGJ en de CGJO. Jacqueline: „We krijgen post van beide clubs.
En op sommige punten overlappen ze elkaar. Krijg je van de CGJO een inleiding over zending en even later van het NGJ ook.
Het zou mooi zijn als die elkaar niet langer kruisen.” Wat de regioactiviteiten betreft wordt met jeugdverenigingen uit beide kerken veel samen gedaan. „En dan is het niet zo dat alleen de Nederlands Gereformeerden naar een Nederlands Gereformeerde bijeenkomst vertrekken. Nee, dan gaan we samen”, aldus Jacqueline.

Daan van Rijnswou, lid jeugdvereniging Amersfoort: „Tja, wat zal ik ervan zeggen? We hebben ongeveer vier jaar geleden wel eens samen iets met de Vrijgemaakt Gereformeerden hier in Amersfoort georganiseerd. Maar dat is op een gegeven moment gestopt. De mensen die elkaar van de vrijgemaakte school kenden, gingen toen van jv af. En daarna hebben we het er nooit meer over gehad.” Over de plannen van het NGJ en de CGJO is hij vrij sceptisch: „Het klinkt misschien allemaal wel een beetje negatief, maar van de plannen verwacht ik niet zo heel veel. Het NGJ kennen we vooral van de kaderweekenden. En verder staat het vrij ver van ons af. Dus ik denk dat we er weinig mee te maken zullen krijgen. Maar als ze iets zouden organiseren en ons daarvoor uitnodigen, zal ik zeker komen. En de rest ook, denk ik.”

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief