Hij zal niet richten

1999-03-05
  • Jaargang 43
  • nummer 5
naar hetgeen zijn ogen zien, of rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen...
Jes. 11:3

„Ik zou niet graag in de schoenen van de rechter staan”. „Ik denk dat dit ook meer een zaak is voor het hemelse gerecht dan voor het aardse”.

Het slot van een aflevering van Baantjer, een aantal weken geleden.
De Cock en zijn team hadden eindelijk een psychopathische seriemoordenaar te pakken gekregen. In en paar shots zie je aan het eind nog hoe hij ooit als jong knulletje misbruikt was. Beelden die je dit alleen door associatie vertelden.
Ze suggereren, dat het geen wonder was, dat hij zo was geworden.

Herkenning
Het is opvallend hoeveel levensbeschouwelijke en religieuze thema’s er in televisieseries aan de orde komen.
We hebben daar in de maatschappij behoefte aan. Niet alleen omdat er steeds minder mensen naar de kerk gaan, maar ook en veelmeer omdat het leven meer en meer gefragmenteerd is geworden.
En dan is het goed als je jezelf kunt identificeren met mensen in een verhaal wat je herkent, waarin je eigen vragen aan de orde komen.
Zo ook in de serie van Baantjer.
„Ik zou niet graag in de schoenen van de rechter staan”.
We herkennen dat. Niet alleen in dat verhaal, maar in zoveel situaties, waarin we er niet meer uitkomen. Bijvoorbeeld in ethische discussies, of in afweging van belangen, op al die punten waar we in het leven als mensen tegen de grenzen van ons menselijk kunnen aanlopen. Daar, op die momenten mogen de rechters voor god spelen en de knoop doorhakken door een oordeel uit te spreken.
Misschien dat je kunt zeggen, dat vandaag soms het recht moet spreken, waar de ethiek niet meer verder kan.
Tegelijk weten we dat het een noodgreep is, het doorhakken van een knoop.

De hemelse rechter
Het is de hemelse rechter die de dingen doorziet, die rechtvaardig is.
Die op de een of andere manier die dingen in harmonie weet te brengen, die wij niet met elkaar kunnen rijmen.
Hij heeft een totaalbeeld.
Het recht, maar ook de geschiedenis van de dader en – niet op de laatste plaats – de waarde van het slachtoffer en wat hem of haar is aangedaan.
Vaak komen wij niet verder dan het zien in fragmenten. Maar de hemelse rechter zal na dezen alles terecht brengen.
De ontknoping en de heling van het leven.
Met dit in het achterhoofd, kom je dan in Jesaja de belofte tegen, dat er iemand op aarde zal komen, die alle kenmerken draagt van de hemelse rechter. Het is in een van de beloften van het Messiaanse vrederijk.
Kennelijk is er geen vrederijk mogelijk, als er geen recht is geschied. Maar het wonderlijke is dat de rechter op aarde komt en niet in de hemel blijft. Als we het gedeelte lezen in Jesaja, dan herkennen we Jezus in het rijsje dat voort zal komen uit de tronk van Isaï. Hij is de hemelse rechter, maar dan komend op aarde. „Ik zou niet graag in de schoenen van die rechter staan”, zei de rechercheur. Terecht, want er komt nogal wat voor kijken, wil je aan iedereen en alles recht doen.
Wil het leven ook weer terecht gebracht worden.
Het mooie is dat Jesaja tekent hoe deze hemelse rechter op aarde op een heel bijzondere manier wordt toegerust.
Op Hem rust de Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte, van kennis en vreze des Heren.
Toegerust met die Geest „...zal Hij niet oordelen naar wat zijn ogen zien, noch rechtspreken naar hetgeen zijn oren horen; Want hij zal de geringen richten in gerechtigheid, en de ootmoedigen in billijkheid..”.
Geringen en ootmoedigen, zijn vaak ook degenen die niet voor zichzelf op kunnen komen of hun recht kunnen halen. Hij zal ze recht geven in gerechtigheid en billijkheid. Daar waar wij in het zien van het nieuws of in de beleving van onze emoties, samengevat in zo’n film, in vastlopen.

Leven in voorlopigheid
Het leven is nog steeds niet terechtgebracht.
Het vrederijk lijkt soms verder weg dan ooit. En voor onze beleving is het even onbestaanbaar dat een wolf en een schaap vredig naast elkaar in het zonnetje liggen als dat er een wereld zonder criminaliteit en geweld zal zijn. En toch, zegt de profetie, toch gaat het daar naartoe.
Het scharniert om deze rechter, die niet alleen recht zal geven aan de zwakken, als we ze zo mogen samen nemen, maar Hij zal ook ”de aarde slaan met de roede van zijn mond en met de adem van zijn lippen de goddelozen doden.” Kennelijk staat er nog veel uit van de profetie. Niet alles is vervuld.
Maar na Pinksteren mogen ook wij ontvangen van de Geest, die zo bijzonder op Hem rustte.
De Geest van wijsheid en verstand, van raad en sterkte van kennis en vreze des Heren.
Om die Geest mogen we bidden. In die Geest mogen we ons ook oefenen in wijsheid en verstand en raad en sterkte. Het is weliswaar in voorlopigheid, als een voorschot. Maar het is niet niks.
Want het oefenen in die eigenschappen, wordt gedragen door de kennis en de vreze des Heren, een van de kenmerken van het vrederijk: ”Men zal geen kwaad doen noch verderf stichten op gans mijn heilige berg, maar de aarde zal vol zijn van de kennis van de Here, zoals de wateren de bodem van de zee bedekken”.
Bidden om en werken in de Geest.
Ons oefenen in barmhartigheid om niet zo snel te oordelen.
Ziende op onszelf. Voor deze tijd moeten we ook maar bidden voor onze aardse rechters dat ook zij geleid mogen worden door zijn Geest. Zij immers moeten in hun werk een afspiegeling zijn van wat de hemelse rechter finaal zal doen. Het zijn mensen aan wie wij in onze maatschappij soms een bovenmenselijke taak hebben toevertrouwd.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief