Over macht en verantwoordelijkheid
1999-03-05
Onze cultuur is in de war als het gaat om man en vrouw zijn, manlijkheid en vrouwelijkheid.- Jaargang 43
- nummer 5
De tijd van de mannenbroeders en ook de tijd, dat een vrouw haar werk neerlegde zodra ze trouwde om moeder en huisvrouw te worden, is voorbij.
De tijd van de agressieve emancipatie, toen het niet acceptabel was om verschillen tussen mannen en vrouwen aan te wijzen, is ook voorbij. Alsof er, op een paar lichamelijke punten na, geen verschil is tussen man en vrouw.
Boeken als ’Mannen komen van Mars, vrouwen komen van Venus’ worden door velen gelezen. Maar de vanzelfsprekendheid van vaste rolpatronen is verdwenen. In het maatschappelijk leven hebben al meer vrouwen een leidinggevende rol. Veel moeders hebben een baan. Er is meer vrijheid wat betreft werk en hobby. Aan de andere kant is er ook veel onzekerheid onder mannen en vrouwen wat betreft hun identiteit.
De mannen en vrouwen die in Christus een nieuwe schepping zijn – hoe zijn die man en vrouw, in de samenleving en in de kerk?
De veilige weg is ook gevaarlijk
Het emancipatiestreven heeft een lelijke kant. Een ik-gerichte, niet dienende kant. Er zit een boel tijdgeest doorheen.
De positieve discriminatie van de vrouw, de druk om deel te nemen aan het arbeidsproces, individualisering, en daarmee te weinig oog voor trouw in relaties, maken goede dingen kapot.
Was het vroeger beter? Waarom kiezen we niet de veilige weg, als vrouwen: in de schaduw van de mannen? Of is dat ook niet een automatisch veilige weg?
Met vrouwen in Africa kreeg ik regelmatig gesprekken over de verantwoordelijkheid van de vrouw als haar man b.v. verkeerde dingen doet en haar daarin betrekt. „Hij is mijn heer”, zeiden ze heel christelijk. „Ik moet hem gehoorzamen en niet tegenspreken.” Ik voelde me onbehagelijk als ik zei dat ik toch denk dat wij allemaal persoonlijk verantwoordelijk zijn en ons nooit kunnen verschuilen achter onze man. Dat maakt het leven ingewikkeld voor die vrouwen.
Toen de moorden losbarstten in Rwanda vroeg ik me af wie van die vrouwen, eventueel tegen hun man in, zou kunnen kiezen voor het goede, al huiver ik bij de gedachte aan de risico’s.
Onmondigheid heeft een lelijke kant waar het kwaad vrij spel krijgt.
Vrouwen, bewegingen en bewogenheid
Maarten J. Verkerk gaat, in zijn boek ’Sexe als antwoord’, als christen in gesprek met de moderne en postmoderne feministisch beweging en met de christelijke vrouwenbeweging uit zijn eigen traditie. Ik bewonder de toon die hij heeft weten te treffen. Wat hij als feiten aanvoert, is vaak schokkend. De toon is bewogen, zonder de bitterheid of verontschuldiging (van : neem het ons mannen niet kwalijk). Dat kan, denk ik, alleen als je weet dat de mens geneigd is tot alle kwaad, dan overvalt het je niet en dat God de beschermer is van het zwakke, dan leg je je niet neer bij onrecht. Het gevoel dat na het lezen van het boek bij me bleef, is dat als het probleem van de feministen niet het mijne is, dat dan komt door mijn bevoorrechte positie. Er zijn veel goede vaders en mannen en veilige gezinnen waar iedereen er mag zijn zoals hij of zij is. Er zijn ook veel andere gezinnen en maatschappelijke structuren waarin vrouwen tot diep in hun mens zijn worden bedreigd. Het is schrijnend dat eens op een rijtje te zien. Met de kwetsbaarheid van de vrouw komt die van het kind mee. Waar vrouwen hun plek niet krijgen, is ook voor kinderen geen plek.
We moeten daarover niet naïef zijn en ook als christenen rekening houden met misverstanden die kunnen ontstaan in ons spreken over nederigheid en gehoorzaamheid en verkeerde (voor)beelden in onze structuren. Het logo van de uitgever op het kaft van het boek geeft me (onbedoeld ongetwijfeld) een aanwijzing: ’besonnen en stoutmoedig’ staat er op.
Met grote stappen wordt de lezer meegenomen de geschiedenis door. Naar een begaafde weduwe uit de Middeleeuwen, Christiane de Pisan, die boeken schreef waarin ze haar worsteling liet zien met het beeld van de vrouw in die tijd: een zedenloos wezen, vol onreinheid. Ze werd daardoor onzeker en depressief. In de ’Stad der vrouwen’ die ze beschreef, zocht ze een veilige plek, daar waar Vrouwe Rechtvaardigheid en Vrouwe Recht woonden. Hoe groter de deugden van de vrouw, schreef ze, des te nederiger en zachtmoediger zou ze zijn. Maar daarvoor moest ze wel eerst haar waardigheid terugkrijgen. Dan naar de Franse Revolutie waar Vrijheid Gelijkheid en Broederschap niet opging voor de zusters.
Vervolgens naar de Kerk. Daar treft Verkerk twee polen aan: die van sekse als scheppingsordening (A. Kuyper b.v.) en de nadruk op de gaven van het individu (Bavinck b.v.). Sinds de Heidelbergse Catechismus veranderde er wezenlijk iets. Zowel de man als de vrouw werden beschreven als Profeet, Priester en Koning. Erg concreet werd dat niet, al vonden de reformatoren dat vrouwen in noodgevallen mochten preken.
De vrouwen van het Reveil en de oprichting van de Nederlandse Christenvrouwenbond komen aan de orde.
Evenals vrouwenkloosters in de Middeleeuwen en vrouwen in de Chinese cultuur.
Gestold kwaad en kwaad dat kwaad aan trekt
Het boek ’The color purple’ van Alice Walker speelt een belangrijke rol in het boek van Verkerk. Het is het verhaal van een negervrouw in Amerika die als tiener door haar vader seksueel is misbruikt en daarna door de man aan wie ze is uitgehuwelijkt. Ze schrijft haar verhaal in een ontroerende en rauwe brief aan God. Hij is de enige die ze vertrouwt, al ziet ze Hem eerst ook als man, blanke man natuurlijk. Het boek heeft het effect van ’De negerhut van Oom Tom’. Zoiets kán toch niet! Wie laat dat gebeuren? We weten dat dergelijk misbruik ook nu voorkomt. Verkerk komt met gedocumenteerde cijfers.
In Pakistan kan een vrouw die verkracht is, alleen een aanklacht tegen de dader indienen als er vier (!) mannelijke getuigen zijn. In de VS sterven per dag vier vrouwen aan mishandeling, in Canada beleeft een kwart van de vrouwen hun eerste seksuele ervaring onder dwang, in Nederland blijkt van elke 5 vrouwen 1 wel eens mishandeld te zijn geweest door hun man of minnaar. Verkerk wijst aan hoe dit kwaad vaak ’gestold’ is in wetgeving. In de negentiende en twintigste eeuw werden de rechten van de man veilig gesteld, niet die van de vrouw. Een vrouw had b.v. geen enkele zeggenschap over haar kinderen. Zo trekt kwaad kwaad aan.
De ongelijkheid zit niet alleen in wetgeving.
De feministen ontdekten de macht van beelden. De idealisatie van het moederschap b.v. en de ’mythe van de schoonheid’, o.a. uitgedragen in soapseries.
De onwerkelijke relaties in romantische boeken. De vrouw bekijkt zichzelf door de ogen van de man en in de spiegel van de reclame. In Amerika lijden 5 tot 10 procent van de vrouwen aan anorexia en bulimia, in Nederland 1 tot 2 procent. Het is niet ongewoon dat werkende vrouwen een kwart van hun inkomen besteden aan hun schoonheid.
De kerk
Hoe zit het met de kerk? In het ND van 1-2 j.l. wordt geciteerd uit het rapport van de SOW-kerken tegen seksueel misbruik (auteur R. Ganzevoort) dat „de klassieke gereformeerde leer schadelijk kan zijn voor slachtoffers”. Deze uitspraak is velen wat al te bout. Is in de kerk ook kwaad gestold in structuren en een leer die eerst heel anders bedoeld was?
Verkerk beschrijft de kerk in Handelingen, de kerk van Paulus met zijn medewerkers, sunergoi in het grieks. Dat waren zowel mannen als vrouwen.
Daarna ontstond een hiërarchie, clericalisering (ambten) en daarmee ook vermannelijking van de kerkstructuur.
Vanaf de kerkvaders werd nagedacht over de vraag of de vrouw ook naar het beeld van God geschapen was. „Ja,” zei Calvijn, „zij het in tweede graad”.
Maar met de Heidelbergse Catechismus forceerde hij een geweldige doorbraak.
Allen, ook vrouwen zijn profeet, allen zijn priester, allen zijn profeet. Hoe is dat omgezet in kerkstructuur en theologie?
Abraham Kuyper schilderde de man als koning van het gezin en de vrouw als dienares. Tot op de dag van vandaag zijn er christelijke gezinnen waar vader de baas is en niemand hem zal tegenspreken. In de, in onze cultuur, kleine, gesloten gezinnen, betekent dat dat de macht van de man in het gezin groot is en dat dat in verkeerde handen kan vallen.
De zonen in het gezin volgen het voorbeeld van vader, de meisjes voelen zich inferieur, houden hun mond en voelen zich schuldig i.p.v. verontwaardigd als ze als seks-object worden gezien. Zo kan binnen een gezin een incest-cultuur ontstaan. De cijfers liegen er niet om, dat weten we inmiddels. Wat we niet voor mogelijk houden kan blijkbaar gebeuren. Waar vrouwen minder geacht worden, voelen ze zich minder, zijn minder weerbaar en het slechtste komt boven in de macht-hebbers. Niet omdat mannen slechter zijn dan vrouwen, maar omdat wij allemaal geneigd zijn tot kwaad en macht kwaad de ruimte geeft.
Antwoord, ieder naar zijn aard
Na een overzicht van verschillende vrouwenbewegingen en een analyse van het kwaad tegen vrouwen ook in structuren, wijdt Verkerk een derde deel aan de vraag: wat is nou eigenlijk het verschil tussen man en vrouw, en wat is de zin van ons man en vrouw zijn?
Het is een moeilijk gedeelte, met veel termen uit de reformatorische wijsbegeerte.
Niet voor niets is het boek uitgegeven in de christelijk wijsgerige reeks.
In navolging van H. Dooyeweerd (de vader van de reformatorische wijsbegeerte) ziet Verkerk drie invalshoeken:
– De mens staat niet op zich, maar leeft in relatie. In de eerste plaats tot God.
Mens zijn is antwoord geven door middel van alle gaven en capaciteiten, ook in en d.m.v. seksuele gaven.
– De mannelijke mens én de vrouwelijke mens zijn geschapen naar het beeld van God. De volheid van het beeld Gods komt juist tot uitdrukking in de eenheid van man en vrouw, zegt Bavinck.
– Mens zijn is afhankelijk zijn. In de eerste plaats van de Schepper, maar ook van elkaar. De man heeft een hulp nodig. „Het karakteriseert de activiteit, niet de identiteit van de helper.” De vrouw is geschapen in betrokkenheid op hem.
Maar de wederzijdse betrokkenheid degenereerde toen de relatie met God veranderde.
Nu Christus het kwaad overwonnen heeft wordt de opdracht voor de man zich aan haar over te geven, in navolging van Christus, i.p.v. over haar te heersen, zoals het in zijn aard ligt na de zondeval (Efeze 5). Antwoord op het kwaad is dan ook niet het beeld van de zelfstandige sterke vrouw van het feminisme, maar het opnieuw leren antwoorden.
Daarbij rekening houdend met het feit dat er nog steeds kwaad is en dat dat voortdurend voorkomen en bestreden moet worden en dat ieder mens uniek is in de gaven die hij of zij van God krijgt en de antwoorden die hij of zij geeft.
Veilig en vreugdevol vrouw en man zijn
Zolang wij nog niet volmaakt zijn, lopen we gevaar dat sterken zwakken overheersen.
Hoe voorkomen we dat in de kerk? Een meldpunt voor misbruik is helaas noodzakelijk, maar kunnen we ook in structuren verkeerd machtsdenken voorkomen? Op een conferentie van Leanne Payne (schrijfster van o.a. ’Crisis in mannelijkheid’) kwam het kwaad van ’vrouwenhaat’ ter sprake.
Een diepe minachting die sommige vrouwen van jongs af gevoeld hebben en nog steeds voelen, ook voor zichzelf.
Een frustratie die zich kan uiten in machteloze lievigheid of juist machteloze rebellie. Zijn we in onze kerken vatbaar voor deze ziekte, door structuur of leer?
Het grote gevaar, zegt Leanne Payne, is dat we, i.p.v. rechtop voor God, gebogen leven naar de schepping toe. Uit Gen. 3:16 weten we dat vrouwen gevaar lopen te buigen in hun huwelijk.
Ze zijn op een verkeerde manier onderdanig, omdat de plek die God toekomt, door haar man wordt ingenomen. In Rwanda zag ik vrouwen die voortdurend geslagen werden en geen cent zagen van het inkomen van hun man.
Ze verdroegen het: zo zijn mannen, zo wil God het. In Nederland zie ik vrouwen die voortdurend smeken om de tijd en aandacht en goedkeuring van hun man, die hij nooit kan geven zonder zelf gebogen te raken naar haar toe. Zo raken we verward in machteloze relaties, waarin we of te veel of te weinig van elkaar vragen. Sommige mensen raken zelfs verward wat betreft hun identiteit.
De man voelt zich niet mannelijk en wordt aangetrokken tot een man in wie hij die mannelijkheid wel ziet. Een vrouw ziet zichzelf niet als vrouw in de ogen van mannen, ze zoekt een vrouw om zichzelf te worden. Zo was het niet bedoeld. De eenheid man-vrouw is gebroken.
Ons kerkenwerk, in het grote gezin van God de Vader, zou een voorbeeld moeten zijn van wederzijds afhankelijke en elkaar bemoedigende samenwerking van man en vrouw. Juist in de kerk mogen we elk rechtop voor God leven elk met onze eigen gaven en verantwoordelijkheden.
Hoe vinden we structuren die daarvoor ruimte maken? De volgende keer bekijken we de teksten van Paulus over vrouwen in de gemeente en het ambt.
’Sekse als antwoord’, Maarten J. Verkerk; uitg. Buijten en Schipperheijn, Amsterdan, 1997, 253 pagina’s, ƒ 37,50