Troost

1999-03-05
  • Jaargang 43
  • nummer 5
We weten allemaal dat kinderen warmte, voeding en onderdak nodig hebben. Kinderen die honger lijden, lopen een veel grotere kans op ontwikkelingsstoornissen en ziekten. Maar het is voor kinderen minstens zo belangrijk dat ze getroost worden.

Emotioneel verwaarloosde kinderen worden onvoldoende getroost. Het gevolg is dat ze later vaak ernstige gedragsproblemen ontwikkelen. En, als je zélf niet getroost bent, hoe zou je dan een ander kunnen vertroosten?

Zwaardere straffen?
In de media klinkt steeds vaker de roep om strengere straffen. Helaas is de ervaring dat het gedrag van mensen vaak nauwelijks verandert door lange gevangenisstraffen. Als een lange straf al ’helpt’, dan is dat meestal alleen in combinatie met een goede behandeling.
Zo’n intensieve behandeling brengt extra kosten met zich mee, en op die kosten is de afgelopen jaren fors bezuinigd. Het gevolg is nog meer dan voorheen dat het vaak dweilen is met de kraan open. Er is sprake van een draaideur-effect: binnen enkele maanden zien ex-gedetineerden het politiebureau alweer van de binnenkant.

Een strengere opvoeding?
Een hoog percentage van de gedetineerden komt uit kwetsbare (en vaak: gebroken) gezinnen. In verband met de jeugdcriminaliteit horen we steeds vaker de roep om een strengere opvoeding. Inderdaad kennen veel kinderen hun grenzen niet (meer). Het is heel gewoon dat je je colablikje op straat gooit. Als iemand tegen jou aanbotst, scheld je hem de huid vol.
Waarom zou je nog in de bus opstaan voor een bejaarde vrouw? Zonder licht door rood fietsen, hoort bij de cultuur van de studentenstad.
Normen en waarden: daar hebben we de school voor, denken veel aanhangers van Paars. Vergeet het maar! Problemen die in het gezin chronisch zijn, kán de school nauwelijks oplossen.
Alleen binnen de muren van de school zou er iets aan te doen zijn. Iets minder rommel in de kantine, iets meer orde in de klas.

Het effect van straffen
Kinderen voelen zich niet gelukkig als ze in hun gedrag onvoldoende begrensd worden. Een deel van het grens-overschrijdende gedrag van jongeren kan gezien worden als een schreeuw om aandacht. Maar wie denkt dat crimineel gedrag met strengere straffen in het gezin tegen kan worden gegaan, maakt een denkfout.
In een deel van de gezinnen waar kinderen in de criminaliteit terechtkomen, wordt juist veel gestraft. Kinderen worden dagelijks geslagen, krijgen dagen tot wekenlang huisarrest, moeten vaak maaltijden missen. Maar het helpt allemaal niets. Thuis passen ze zich schijnbaar aan, buitenshuis gaan ze volkomen hun eigen gang.
Er zijn onderzoeken die laten zien dat het niet in de eerste plaats de straf is, die maakt dat het kind luistert. Zeker: het kind gehoorzaamt dan uit angst voor straf. Vervolgens gaat het -als het de kans krijgt – alsnog de fout in. Het kind berekent als het ware zijn kansen.
Een jongen vertelde dat hij gewoon incalculeerde dat hij bij thuiskomst een enorm pak slaag van zijn vader kreeg; hij had toch een leuke avond gehad, dat pak slaag had hij er dan wel voor over....

De relatie....
Wat maakt wél dat het kind luistert?
Voor het antwoord op die vraag komen we op het terrein van de hechting. Een werkdefinitie van hechting is dat dit kind weet, voelt en ervaart dat het bij deze volwassene hoort. Om tot een goede relatie te komen, is het belangrijk dat de opvoeder sensitief is (aanvoelt wat het kind nodig heeft). Daarnaast moet de opvoeder responsief zijn (weten hoe je moet reageren). Dat lijkt niet altijd gemakkelijk, maar in gezinnen waar kinderen welkom zijn, zijn ouders voor een groot deel van nature ingesteld op de behoeften van hun kind. Je hoeft geen pedagogisch diploma te hebben voordat je kunt opvoeden.
Ieder kind is verschillend. Dat is o.a. een kwestie van temperament. Er zijn kinderen die meer meegaand zijn, anderen zijn eerder dwars. En toch: als een kind leert te gehoorzamen, heeft dat vooral te maken met de kwaliteit van de relatie tussen ouders en kinderen.
Een kind luistert dus niet in de eerste plaats omdat het veel gestraft wordt, het luistert vooral als de ouders gevoelig zijn voor de behoeften van het kind en daar ook goed op reageren.
Even terug naar de onderwijs-ideeën van Paars, de normen en waarden op school..... Een school kan zeker normen en waarden overbrengen. Maar als een kind thuis geen emotionele veiligheid ervaart, hoe moet een onderwijzer met 33 kinderen in de klas dat kind dan wel die basisveiligheid doen ervaren?

Relatie en criminaliteit
Een groot deel van de jongeren die in de criminaliteit terechtkomt is onveilig gehecht. Op de één of andere manier hebben ze zich als kind emotioneel niet veilig kunnen voelen. Dat kan te maken hebben met de aard van het kind; sommige kinderen zijn buitengewoon moeilijk te begeleiden (het is dus niet juist om steevast met de beschuldigende vinger naar de ouders te wijzen).
Wel maken de gegevens over veilige en onveilige hechting duidelijk dat de kwaliteit van het gezin (vooral de eerste 3 levensjaren van het kind) heel belangrijk is (zie ook: Mamma, aan mij raken! Opbouw 1998/26). In de afgelopen decennia is veel kritiek geleverd op het gezin. Het zou goed zijn als de overheid zou komen tot een herwaardering van het gezin. De gevolgen van pedagogische verwaarlozing van jonge kinderen in 1999 zullen we over 15 tot 20 jaar aan den lijve ondervinden. De relatie vormt de belangrijkste basis voor de begrenzing van het gedrag.
Binnen die relatie is de troost de belangrijkste gezonde groei-vitamine.
Het draait uiteindelijk allemaal om de liefde, heeft Prof. Dr. W. ter Horst vele malen in inmiddels zeer veel publicaties naar voren gebracht. Kinderen luis teren beter naar ouders met wie ze een goede relatie hebben dan naar ouders die streng straffen.

In de kerk
Troost is de belangrijkste groei-vitamine voor mensen. Ook in de kerk zoeken veel mensen naar troost. Maar lang niet iedereen kan die troost vinden; het hart blijft ’leeg’. Om aan die leegte te ontkomen hebben mensen – ook in de kerk – manieren gevonden om de pijn niet te voelen. Een paar voorbeelden:
– het leggen van nadruk op de zondigheid van de mens. Hoe zwaarder de preek, hoe meer straf, hoe beter. De preek werkt als een soort ’aflaat’.
– het hanteren van strakke, voorspelbare regels. Alles wordt zoveel mogelijk vastgelegd in een zoveel mogelijk zwart-wit-schema, zodat je altijd precies weet wat goed en wat fout is.
– het zoveel mogelijk doen van ’goede werken’ (vrijwillige junkies, Martin, Opbouw 43/3). Zoveel mogelijk lezen in de Bijbel, zoveel mogelijk bidden, altijd bezig zijn met evangelisatie. En als je je dan nog niet geborgen voelt, moet je nóg meer in de Bijbel lezen, nóg meer bidden, nóg meer evangeliseren.
Alsof de mens door veel goede werken te doen zijn zaligheid kan verdienen.....

Selderhuis en Crabb
In zijn column van 23 januari 1999 in het Nederlands Dagblad schreef Prof. Selderhuis, hoogleraar aan de Christelijk Gereformeerde Theologische Universiteit in Apeldoorn: „Ik betrap mijzelf er nogal eens op hoe vaak ik in een preek het woord ’moeten’ gebruik. ’U moet’, ’We moesten eens’. Alleen wie doet wat Jezus zou doen, alleen wie veel dingen juist niet doet, alleen wie zo blij is, zoveel bidt en zoveel zekerheid heeft, alleen wie zoveel geeft aan de kerk, zoveel bidt, zoveel belijdt, beleeft, zoveel zondekennis heeft, alleen die kan een goed christen zijn.” Ook Larry Crabb legt in zijn boek Van binnen uit (Novapress, 1993) bij dat ’moeten’ de kritische vinger. „We kunnen leren om beloften op te eisen door meer geloof; we kunnen de zonde indelen in handzame categorieën en die dan gewetensvol vermijden. We kunnen nieuwe meditatietechnieken uitproberen; we kunnen ons meer toeleggen op kerkelijke activiteiten en bijbelstudie.
Het is een verleidelijke boodschap.
Van kerkelijke zijde duwt men ons als het ware de schop in de hand, wijst ons waar we kunnen gaan graven, en dan is het aanpakken geblazen.” We delen de wereld in, we delen de mensen in, we weten precies wat goed is en wat niet goed is. We worden brave mensen, met relaties die steeds weer stroef lopen. Daardoor raken we teleurgesteld en we sluiten onszelf af: het is veiliger om op een afstand te blijven. Op deze manier kunnen we niet leren wat het werkelijk betekent om elkaar lief te hebben.

Veilig en onveilig
Weer een stukje opvoeding. Als een kind zichzelf pijn doet gaat de hartslag direct omhoog: een symptoom van de stress. Dat kind kan zijn moeder om een pleister vragen. Maar de stress (meetbaar aan de hartslag) gaat het snelst en het meest omlaag als moeder een kusje op de zere plek geeft. De meeste kinderen weten dat. Onveilig gehechte kinderen kennen die troost onvoldoende. Ze verbijten zich, ze zoeken het zelf wel uit. Of ze klampen zich aan moeder vast, worden ondertussen boos en laten zich niet troosten.
Zit hier niet een parallel met de praktijk van het geloofsleven van christenen?
Zijn we niet vaak bezig met de buitenkant van het geloof? Draait het in ons leven niet te vaak om de regel en te weinig om de relatie? Natuurlijk: regels zijn belangrijk, maar uiteindelijk gaat het om jouw verhouding tot God.

Onveilig gehechte christenen
Hoe gaan christenen om met de relatie tot God? Weer een parallel met de opvoeding. Een deel van de christenen zegt: dat je gevallen bent, is je eigen schuld: dat komt door de zonde. Later krijg je er een kusje op, tenminste als je je goed gedraagt en dan pas als Jezus terug komt. Er is nu geen troost.
Een ander deel zegt: ik voel pijn, ik ga hard aan het werk, dan voel ik de pijn niet zo. Er wordt alleen een pleister geplakt; de pijn wordt toegedekt.
Helaas zijn er ook mensen die aan de rand van de kerk terechtkomen. Ze hebben pijn, maar ze zeggen: in de kerk vind ik toch geen troost, laat die pleister ook maar zitten. Geen kusje en geen pleister. Al die mensen hebben en houden een hoge mate van stress in hun lijf. De oplossingen die ze voor de pijn hebben, werken niet, omdat ze zichzelf willen troosten en/of zich niet willen láten troosten. Eigenlijk zijn ze in hun geloofsleven onveilig gehechte kinderen.

Je láten troosten
Als we ons niet geaccepteerd en getroost voelen, kunnen we het vuur uit onze geheiligde sloffen lopen, maar de pijn blijft. Eigenlijk stellen we dan de vraag: wat is uw enige pijnstiller in leven en sterven? Welnu: die pijnstiller werkt maar tijdelijk. De vraag in de Heidelbergse Catechismus luidt: wat is uw enige troost? Bij troost gaat de pijn niet weg, maar hij wordt draagbaar. Wie Jezus niet kent als zijn troost, leeft met een half Evangelie, hoe hard hij ook loopt voor de kerk.
Onze tijd vraagt om herkenbaar christen-zijn, om levende voorbeelden, om mensen waaraan ook aan de buitenkant te zien is dat ze veranderd zijn.
Maar: werkelijke genezing komt van binnenuit. Erkennen dat je emotioneel beschadigd bent en voor die pijn niet weglopen. Dat is nodig om je veilig te kunnen hechten, om je helemaal aanvaard te weten door Jezus.
De Here Jezus is als mens op aarde gekomen. Daardoor kan Hij de pijn met ons meevoelen. Dát aanvaarden wordt pas realiteit als je je ook láát troosten.
En met de troost die jij ontvangen hebt, kun je ook anderen vertroosten. Dat zei Paulus ook al.... Leest u het maar na in zijn tweede brief aan de gemeente van Corinthe, het eerste hoofdstuk. Zodat wij hen kunnen troosten met de troost, waarmee zij zelf door God vertroost worden....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief