Overmoed

1999-03-05
  • Jaargang 43
  • nummer 5
Overmoed
is je grenzen
niet kennen.
Mens-zijn
is aan
grenzen
gebonden zijn.
Mens-zijn
is niet
zonder
medemensen
kunnen.
Overmoed is
denken zonder
anderen
te kunnen.
Overmoed is
alleen
je sterke
kant tonen.
Je zoeken
en vragen
verbergen.

Ik was gevraagd om te komen spreken over moed en bemoediging bij het ouder worden. Het almaar ouder worden, vooral als er steeds meer verlies, ziekte en afhankelijkheid komt, kan moedeloos stemmen. De vraag komt dan op wat is nu moed en hoe kan een mens die zich moedeloos voelt, soms naar de dood verlangt, bemoedigd worden?
Hierover nadenkend kwamen mijn gedachten vanzelf op het thema ’overmoed’.
Misschien kwam het wel door dat bericht over de twee vrouwen, een van hen op huwelijksreis in Oostenrijk, die het leven lieten bij een busongeluk.
Ze waren het slachtoffer van overmoed.
Een chauffeur, zo las ik in de krant, die de sneeuw trotseerde en meende wel zonder extra voorzieningen de bus op de weg te kunnen houden.
Dagelijks maakt ’overmoed’ slachtoffers.
Het gevaar trotseren, het gevaar opzoeken geeft een ’kick’. Het levert sterke verhalen op. Wie sterke verhalen heeft, trekt de aandacht, oogst bewondering, krijgt publiek dat aan de lippen hangt. Het vijzelt het zelfbeeld op. Heel wat mensen hebben het gevoel, dat hun leven niet veel voorstelt. Het dagelijkse leven is voor velen gewoontjes. Er gebeurt in hun eigen ogen niet veel bijzonders.
Ze weten dat ze niet de sportvrouw, de sportman, de politicus, de vredestichter, de held, de heilige van dit millennium zullen zijn. Ze weten dat ze geen koninklijke en geen kerkelijke onderscheiding zullen ontvangen. En toch is er die behoefte, die dagelijks wordt gevoed naar iets speciaals, iets bijzonders.
Een mens komt soms tot de meest vreemde dingen om aandacht te krijgen.
Vooral in je eigen ogen niemand zijn, haalt de grond onder je voeten vandaan. Het is niet vreemd dat in deze prestatiegerichte samenleving, waarin het boek met records alsmaar dikker aan het worden is, de meest bizarre prestaties worden bedacht en geleverd, de overmoed hoogtij viert. Maar die overmoed is riskant. Je kunt er zelf slachtoffer van worden. Anderen kunnen er slachtoffer van worden. Overmoed is een soort poging om het menszijn te ontkennen.
Een verpleegkundige, die in haar werk regelmatig ook onmacht en grenzen ervaart, zei: „Je krijgt een minderwaardigheidsgevoel als anderen alleen maar zeggen: ’ik had een goed gesprek met de patiënt’, en nooit eens te kennen geven: ’Ik weet me soms ook geen raad’. Erkennen dat je soms ook hulp behoeft, dat je niet alles alleen kunt, dat je ook vragen en twijfels hebt, verbindt je met elkaar en maakt je meer mens.
Dat geeft moed en vrijwaart je voor overmoed.


Marinus van den Berg, R.K. pastor te Rotterdam, die verschillende boeken op zijn naam heeft staan, schreef dit artikel in: ’De Twentsche Courant TUBANTIA’.
De schrijver maakt ons duidelijk, dat overmoed gevaarlijk is voor de persoon zelf, die ermee behept is, en ook voor de mensen in zijn omgeving. Het is overigens jammer, dat Van den Berg t.a.v. dit woord de Heilige Schrift niet laat spreken. In het O.T. komen we deze term regelmatig tegen. Ik licht er één voorbeeld uit. Ik denk nl. aan Psalm 19:14. Daar zegt David: „Behoed ook uw knecht voor overmoed, laat die over mij niet heersen; dan ben ik onberispelijk en vrij van grove overtreding”.
David heeft in zijn eigen leven de wrange vruchten van de overmoed moeten plukken getuige de gevolgen van de zonde met Bathseba. Niet in de laatste plaats worden dominees door het kwaad van de overmoed, de hoogmoed en de verwaandheid belaagd. C. Veenhof heeft zijn studenten in Kampen daarop regelmatig gewezen. Je kunt je ambtelijke positie misbruiken door pressie op een ander uit te oefenen.
De overmoed komt van binnenuit.
In de opsomming van de slechte dingen, die de mens onrein maken, geeft de Here Jezus in Marcus 7:22 ook de overmoed een plaats. Hoogmoed is de oerzonde van de mensheid. Maar diezelfde Jezus, die ons ontdekt aan die zonde, wil ons ervan verlossen. Daarvoor gaf Hij zijn leven. De HERE vraagt van ons met Hem ootmoedig (dat is heel wat anders! O.M.) te wandelen (Micha 6:8, slot). Aan Gods hand beland ik dan aan de voet van het kruis van Christus. Op die plek leer ik de overmoed af en word ik onderwezen in de ware ootmoed!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief