Geeft (on)geloof rust (1)

1999-08-06
  • Jaargang 43
  • nummer 16
Uit de statistieken van het meest recente informatieboekje van onze kerken valt op te maken dat 112 belijdende en 101 doopleden zich in 1998 zonder kerkelijke bestemming hebben onttrokken. Daarnaast werden ook nog eens een kleine twintig leden 'afgevoerd' of 'afgesneden'.
Ik kom voor het kalenderjaar 1998 dus op in totaal 232 ex-nederlands gereformeerden, waarvan niet bekend is of ze elders kerkelijk onderdak gevonden hebben. Voor een deel zal dat laatste zeker het geval zijn, want sommigen kijken in de nieuwe woonplaats - met de attestatie op zak - eerst even de kat uit de boom alvorens een kerkelijke keuze te maken.

Eindelijk rust
Maar met de vraag, die boven dit artikel te vinden is - geeft ongeloof rust? - wil ik natuurlijk een andere kant op. Want ik denk bij het zien van zulke statistische gegevens toch vooral aan diegenen bij wie het christelijk geloof zelf is weggeëbd, soms in een proces van jaren. Vele tientallen (van die ruim 200) zullen om deze reden de band met één van onze gemeentes hebben verbroken.Vorig jaar had ik zelf een paar korte afscheidsgesprekken met enkele twintigers en dertigers, die hun geloof hadden zien vervagen of verdampen.
Wat me trof was dat ik wel twee of drie keer hoorde: ik mis het niet - de kerk niet en het geloof ook niet. Eén van hen zei het zelfs nog een beetje sterker. Zij liet zich ontvallen dat het afscheid van het geloof haar rust had gegeven. Eindelijk rust! Vooral die verzuchting bleef haken: ongeloof, dat rust geeft. Als je dan terugdenkt aan de tijd dat ze onder ons vertoefde, vraag je je af wat het voor soort onrust is geweest, die haar (geloofs)leven meer en meer ontregelde?
Daarover in het vervolg nog iets meer. Aan de andere kant kun je ook niet om de vraag heen van welk gehalte de rust is, die ze nu in haar ongeloof heeft gevonden?
Vooral op dit laatste zal ik in deze serie van drie artikelen proberen in te gaan.

Komt tot Mij
Rust in ongeloof - dat steekt je als betrokken christen. Want het is precies het negatiefje van wat onze Heer ergens zegt als hij mensen, die de draad van het leven kwijt zijn, ruimhartig uitnodigt met de woorden: "Komt allen tot Mij die vermoeid en belast bent en Ik zal u rust geven". Jezus die mensen, zoals wij, wil laten delen in zijn rust.
Daarin herken je wat God van meet af aan hoog heeft gezeten. Direct al in Genesis 2 lees je over de rust, waarin God zelf rust vond van het werk dat Hij had voltooid. Dat moet zo vlak na gedane scheppingsarbeid wel een rijke, gevulde rust zijn geweest, ongetwijfeld bedoeld om ook de schepping (de mensen voorop) in te laten delen. Ik geloof ook, dat God met dat doel voor ogen bezig is gebleven tot op vandaag toe, ook dwars door de complicaties van zonde en dood heen. Zodat je aan het eind van de bijbel leest over een situatie van ongedachte vrede, wanneer het uiteindelijke doel van God bereikt is. Die boodschap is als een regenboog, die loopt van het begin naar het eind van het evangelie. Het hartelijke woord van onze Heer om tot zijn rust in te gaan is dus geen eendagsvlieg.
In Hem zie je überhaupt, scherper dan waar ook, wat Gods bedoelingen met mens en wereld zijn. Maar dat geldt zeker ook voor het moment waarop je onze Heer hoort zeggen: komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven. Dan doet het pijn als een mens met precies het tegendeel komt en daarom zo'n uitnodigend woord van het evangelie laat voor wat het is.

Gods-ervaring
Het was in haar geval de slotsom van een lang proces van jaren, waarin christen-zijn steeds meer een krampachtige zoektocht naar God was geworden.
Ze had gezocht en gezocht, maar raakte daarbij het schrijnende gevoel niet kwijt, dat God zo op afstand bleef en zo verontrustend weinig ervaarbaar werd. Het had haar bidden uitgehold en de bijbel was steeds meer een boek geworden uit een ver verleden, waarin God blijkbaar nog wel van zich liet horen. Zo te geloven vond ze niet om vol te houden en ze gaf haar zoektocht op.
Teleurgesteld - niet in de gemeente - maar in God.
Dat had haar echt rust gegeven, zei ze. Er zal in elke tijd het verlangen zijn om Gods nabijheid te ervaren, maar ik denk dat in onze tijd de hang naar een persoonlijke ervaring van Gods aanwezigheid extra sterk voelbaar is.
Misschien wel omdat ons geloven minder kerkelijk en meer persoonlijk is geworden.
Minder drijvend op tradities en gemeenschappelijke geloofservaring en daardoor vatbaarder voor het verlangen naar een persoonlijke ervaring van de liefde en warmte van God. Hij, die je omgeeft van voren en van achteren (Psalm 139) - als een hand op je schouder.
Zodat je, gesterkt door zo'n ervaring vrijmoediger mag geloven dat God er is voor jou. En met gloed van binnenuit kunt zeggen 'de Heer is mijn Herder'.

Verkramping
Het zijn verlangens, waarmee volgens mij niets mis is. Maar de verkramping en de teleurstelling liggen wel als een belager aan de deur. Ik heb het geregeld zien gebeuren dat een oprecht verlangen naar Gods nabijheid ontaardde in een krampachtig en onrustig zoeken. En wat is er beklemmender dan het zoeken van de nabijheid van de Almachtige, zonder die te vinden. Voorstelbaar toch, dat iemand in zo'n geval teleurgesteld rechtsomkeert maakt en de rust van het ongeloof zoekt.
Over dit verlangen naar ervaring van Gods nabijheid, het (soms intense) zoeken ervan en de negatieve spiraal van teleurstelling en verkramping, daarover zou zeker meer te zeggen zijn. Misschien komt dat ook nog wel eens. Maar hier aangekomen, wil ik in dit artikel toch graag de al eerder aangegeven weg inslaan en nog iets dieper ingaan op de rust, die in ongeloof gevonden wordt. Is die rust enigermate bestand tegen het vele dat we als mens voor de kiezen krijgen? Want of je nu leeft in geloof of ongeloof, of je christen bent of niet, er is veel in en rond ons leven, dat voor onrust zorgt. Leven in deze wereld levert menige bittere vraag op, die roept (en soms schreeuwt) om reactie en antwoord van onze kant.

Schepping als vraag
Maar laat ik van wal steken met een onruststoker van het goedaardige soort, namelijk de schepping die je als mens aan je voeten hebt liggen. Onze leefwereld zelf zorgt voor de eerste onrust. Want uit de schepping in al zijn veelvormigheid en kleurenrijkdom komt toch steeds die ene prikkelende vraag: vanwaar is dit alles? De vogels, de bloemen, de edelstenen en het water van de zee, de wonderlijke wereld van het DNA, zij allen stellen deze vraag: vanwaar zijn we en waarom zijn we zoals we zijn?
Waarbij die vraag ook in ons eigen vlees snijdt, want de schepping ligt niet alleen aan onze voeten, maar ook wij zelf maken deel uit van het geschapene. Dat betekent dat de vragen, die vanuit de schepping opkomen, ook heel direct mijn eigen vragen zijn: waar kom ìk eigenlijk vandaan en waarom besta ìk eigenlijk?
Ik, zoals ik ben. Zo door en door persoonlijk en daarin ook zo gecompliceerd, een mens van liefde en haat, vreugde en verdriet en nog veel meer.
Een mens te zijn op aarde is leven op een vreemde smalle strook van het heden, die je uitdaagt om te vragen naar gisteren en morgen, naar je komaf en bestemming.
Natuurlijk kun je een tijdje je kop in het zand steken voor zulke vragen en ze voor je uitschuiven of verdringen. Maar vroeg of laat zijn ze niet te ontwijken.
De vragen van de schepping, maar ook de grote vraag wie je zelf bent en wat de zin is van je leven. Als ongeloof rust geeft, dan is dit toch een eerste verstoorder van die gevonden rust!

Dood, lijden, zonde
Maar voor de grootste onrust in een mensenleven zorgt niet de schepping.
Dan denk ik eerder aan de kwaadaardige onruststokers als de dood, het lijden en het menselijk falen. Die onrust is in de eerste plaats onrust van binnenuit, omdat dood, lijden en falen niet buiten ons eigen persoonlijk leven omgaan. Soms realiseer je je met een schok: mijn bestaan hier is eindig.
Van de volgende eeuw zal ik met zekerheid het eind niet meemaken!
Zeg je daar dan heel soepel achteraan: nou, èn?!
Of zorgt die gedachte voor onderhuidse onrust ... mijn dood, waaraan misschien wel bitter lijden voorafgaat? Dood en lijden, ik kan me nauwelijks voorstellen dat een mens met dat vooruitzicht echt rust en vrede heeft. En dan zijn er nog de donkere hoeken van het leven, waar je niet echt mee klaarkomt. Persoonlijke zonde of mislukking, die je achtervolgt, schuldgevoelens over wat je hebt gezegd en gedaan. Ook dat moet toch wel een bron van onrust zijn, die van binnenuit de rust van het ongeloof bederft.

Onze wereld
En dan ben ik nog maar halverwege! Want niet alleen van binnenuit komt de onrust op, denkend aan het persoonlijke van dood, lijden en zonde.
Minstens zo verontrustend is wat van buitenaf op ons toekomt. Wat stuit je dagelijks op ontwrichting in onze wereld! Langs allerlei kanalen komt dat ons menselijk bestaan binnen.
Kun je het maken om dan, bij wijze van spreken, het tuinhek dicht te gooien en je leven te beperken tot het eigen erf? Om dáár de rust te zoeken in comfort en geluk. Kun je je onttrekken aan het appèl, dat in zoveel berichten en verslagen meekomt ... door gewoon een andere kant op te kijken?
Zoals bij misdrijven op klaarlichte dag ook wel eens gebeurt en zijn dat misschien de momenten waarop beschamend zichtbaar wordt wat ons allen parten speelt?
Moèt je als mens niet reageren als je wordt geconfronteerd met immens lijden, waaronder onze wereld gebukt gaat.
En wat doe je tegenover het diepe onrecht, dat schuilt achter het lijden van miljoenen door de vuisten van Stalin, Hitler, Pol Pot, Idi Amin, en ga zo maar door. Maar ook in het klein - de man in je straat, die zijn vrouw mishandelt of zijn kinderen misbruikt. Kun je het maken om in zo'n wereld het isolement te zoeken in een leven van schijnbare rust? Hoe begrijpelijk die stap ook is om de boel de boel te laten!

Opium
Als je de deur van je ziel werkelijk zou openzetten en een poging zou doen om het leed en onrecht te peilen, dat in één journaal tot je komt .... waar blijf je dan? Juist ook als mens zonder God, maar met journaal en krant. Want gezang 272 - 'midden in het leven zijn wij door de dood omvangen' -geldt ieder mens, christen of niet! Maakt dat niet vreselijk machteloos en onrustig? Is het enige wat dan rest, dat je je verdooft tegen het vreselijke lijden en onrecht in de wereld? Misschien kom je met de huidige luxe en welvaart ook een heel eind. Wie weet, zo dacht ik, zou zelfs Karl Marx vandaag aan de dag ook de luxe wel als de opium van het volk willen typeren. I.p.v. de godsdienst. Of luxe èn godsdienst voor mijn part.

Geeft ongeloof werkelijk rust?
Mijn vraag aan degenen, die God en geloof met een verzuchting als 'eindelijk rust' achter zich hebben gelaten, zou dan ook zijn: heb je in je ongeloof wèrkelijk rust gevonden, vrede. Als dat zo is, hoe ga je dan 'in ongeloof' je weg door het aardse bestaan, temidden van die onruststokers - de goedaardige, maar ook de kwaadaardige? En als je jezelf betrapt op vooruitschuiven of verdoven, hoe begrijpelijk ook, is dat dan geen teken aan de wand van het feit dat de machtige en bittere onruststokers van dood en zonde, lijden en onrecht een mens gewoon te machtig en te bitter zijn.
En wees eerlijk, wat blijft er al vooruitschuivend en verdovend over van dat 'eindelijk rust'? Of is rust in ongeloof toch een rust tegen beter weten in, levend temidden van onruststokers als dood, zonde, pijn en onrecht, prominent aanwezig als ze zijn in ons dagelijks leven. Misschien vanuit de overweging dat er niets anders opzit in een wereld, die als een ongeneeslijk zieke een nieuw millennium indraait. Het is simpelweg niet anders.
Zodat je maar moet proberen er het beste van te maken - voor jezelf en wellicht ook voor een ander - op goed geluk.
Een christen zal juist willen aanvechten - dat het niet anders is. Maar tegelijk valt aan de wedervraag niet te ontkomen!
Het is fair om over twee weken de zaak gewoon eens om te keren en de vraag onder ogen te zien of je 'in geloof' beter af bent tegenover die onrustige vragen van schepping, lijden en zoveel meer.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief