Verrijkende jaren in Afrikaanse landen

1999-08-06
  • Jaargang 43
  • nummer 16
Caspar en Heleen Waalewijn hebben met hun gezin in Soedan en Swaziland verbleven. Momenteel heeft hij een verantwoordelijke positie bij Tear Fund-Nederland. Op ons verzoek schreef hij een impressie van zijn werk in Afrika. Die is door een verzuim van mijn kant veel langer blijven liggen dan bedoeld was. Mijn excuses aan hem en aan de lezers.
Pieter van Kampen

Onafhankelijk van elkaar hadden Heleen en ik het verlangen om in het buitenland te gaan werken.
Omdat je als christen je ook moet bezig houden met de situatie van mensen in andere landen. Ik voltooide echter de scheikundestudie, met weinig uitzicht op werk overzee.
Mijn vrouw Heleen volgde de opleiding voor maatschappelijk werk.
Na het bijwonen van een EZA-zendingsdag in 1979, waar we informatie vroegen bij TEAR fund over uitzendmogelijkheden, is het er toch van gekomen.
In 1980 vertrokken we naar Engeland voor een korte cursus en een bijbelschoolperiode.
Januari 1981 was de uitzenddienst vanuit de Ned. Geref. Kerk van Amsterdam-Centrum om voor TEAR fund te gaan werken met de lokale organisatie ACROSS in Soedan.
Over onze periode in Afrika is van alles te vertellen.
Sinds 1992 zijn we definitief terug in Nederland, zodat onze verhalen wel gerijpt zijn.
Nog steeds werk ik voor TEAR fund, alleen nu vanuit Nederland, als verantwoordelijke voor het uitzenden van personeel en voor de noodhulpaanvragen.
Mijn ervaringen met “Overzee” nemen dus nog steeds toe, al leef ik nu meer in 2 werelden.
Om geen groot verhaal te houden, wil ik een paar specifieke punten noemen uit onze periode in Soedan en Swaziland.

Acceptatie
In Nederland ervaar ik een ietwat kritische opstelling naar elkaar. Ik doe er zelf ook aan mee; het uiterlijk wil toch ook wat? Het is toch goed om je mening duidelijk te geven? In ons verblijf overzee heb ik daarvan veel minder gemerkt.
Je wordt geaccepteerd zoals je bent, met of zonder gat in je kleren, met je eigenaardigheden.
Eigen en aardig, misschien komen we daar niet zoveel aan toe in onze gestroomlijnde samenleving?

Persoonlijke contacten
In Soedan woonden we behoorlijk afgelegen, later in Swaziland was dat anders. De brieven die we eens per 2 week kregen, waren voor ons erg belangrijk.
Daarnaast was de wereld vrij klein. Met een aantal lokale mensenbouwden we een relatie op, maar met de verschillende achtergronden was het niet altijd makkelijk om verder te komen dan praten over de familie.
Gasten kwamen ook regelmatig langs, die dan bleven logeren omdat er weinig andere gelegenheden waren. Soms heel goed, soms een leerschool.

De breuk voorbij
Opgegroeid in een gereformeerd vrijgemaakt gezin (Caspar) maakten we moeilijke jaren door toen ik deze kerk verliet.
De wens om samen met Heleen bij één gemeente te behoren en het afwijzen van de exclusiviteit in de vrijgemaakte kring waren voor mij de redenen.
Tijdens ons verblijf overzee zijn mijn ouders ons herhaaldelijk komen opzoeken. Het zelf ervaren van de christelijke gemeenschap in Soedan en Swaziland heeft ook onze geestelijke band als familie geheeld.

Kinderloosheid
Het niet hebben van kinderen kan in allerlei situaties veel verdriet geven aan echtparen. In Afrika is de druk echter nog veel groter. Heeft de hele familie niet bijgedragen aan de bruidschat in de verwachting dat er ook weer kinderen zullen zijn, die het voortbestaan van de familie verzekeren?
Is een huwelijk zonder kinderen wel een echt huwelijk? Malok, onze hulp in Soedan, had in de relatie met zijn vrouw Jar, geen kinderen. Vanuit de familie werd er op aangedrongen dat hij in ieder geval er een tweede vrouw bij zou nemen.
Anderzijds probeerden wij met artsen in een naburige plaats te regelen dat er een vruchtbaarheidsonderzoek zou plaatsvinden.
Beide wegen werden bewandeld, hoewel de tweede vrouw na een korte periode weer weg was. We hebben er ook voor gebeden. Groot was onze blijheid toen we hoorden dat zij, toen wij al weg moesten uit Soedan, een dochter gekregen hebben.

Uitzichtloosheid
In 1983 moesten wij weg uit onze standplaats Rumbek, Zuid Soedan vanwege een gijzelingszaak van andere medewerkers van onze organisatie ACROSS in Soedan. In 1997 viel Rumbek in handen van de zuidelijke opstandelingen.
We ontvingen later een verslag van een ex-collega: Van de school was een grote bunker gemaakt.
Klaslokalen waren munitieopslag geworden, loopgraven waren op het schoolterrein aangelegd, met schuilkelders; van onze huizen van toen was niets overgebleven. Deze huizen waren nog door de Britten aan het eind van de 40-er jaren gebouwd, solide nog in 1981 toen wij er introkken.
Twee droge zomers lang heb ik fruitbomen water gegeven in de tuin ervan.
Dus geen bomen meer planten in Soedan? Wat in mensen is geïnvesteerd, blijft bestaan, ook als er gebouwen in puin liggen.
Kun je trouwens mensen, die vanaf 1983 tot op de dag van vandaag te lijden hebben onder oorlog maar van je afschuiven, of moet je als christen je hart voor hen openstellen?

Improviseren
Een solide Engelse school in Zuid-Soedan, opgericht in 1948. De eerste middelbare school in het Zuiden vanuit de overheid. Wat is daar van over in 1981 bij een arme overheid, die haast geen geld heeft voor de salarissen en het onderhoud van de studenten? Er waren twee practica lokalen, met een opslag/werkruimte ertussen.
Er waren rijen met chemicaliën, sommige flessen zonder etiketten.
Water en stroom waren al lang niet meer beschikbaar, noch in de klaslokalen, noch in de amanuensisruimte.
De demonstratietafel vertoonde grote gaten vanwege de termieten.
Met wat platen werden de gaten afgedekt en met sommige van de materialen konden experimenten worden opgezet.
Als demonstratie althans.
Met het resultaat dat een keer leerlingen naar buiten sprongen door de open ramen, omdat ze het niet vertrouwden. Zo werd het onderwijs nog spannend ook.

Lacunes in de kerken
In Swaziland zijn seksuele relaties tussen jongeren of van oudere mannen met meisjes (“sugar daddies”) nogal veelvuldig. Veel jongeren verblijven voor de middelbare school in internaten of in ieder geval buiten het ouderlijk huis. Bovendien is seksuele opvoeding niet een algemeenheid in de gezinnen. Ook de kerken houden zich vaak meer met het zielenleven bezig dam met dergelijke praktische zaken. Wel hebben sommige kerken als reactie erg strenge opvattingen over de omgang tussen jongens en meisjes, die een goede kennismaking in de verkeringstijd bemoeilijken, veel huwelijksonderwijs is er vaak niet bij. De landbouworganisatie ACAT, waarmee ik in Swaziland werkte, had ook een aantal jonge mannen in dienst. Het probleem diende zich vanzelf aan. Tot mijn grote vreugde werd besloten om een predikant te vragen hierover een aantal dagen onderwijs te geven.
Deze man had hier ervaring mee en was goed in staat man en paard te noemen. Bijzonder detail was dat hij vanuit de kring der Zionisten werkte.
Dit is een wijd gevarieerde beweging, met erg syncretistische groepen en bijbelvaste groepen.
Veelal houden de gevestigde kerken zich er wat afzijdig van. Hierbij mijn waardering voor ACAT om een probleem niet uit de weg te gaan en gebruik te willen maken van een ervaren gelovige uit een andere kring.
Bij het kijken naar wat er in andere landen gebeurt en wat daar anders is dan in Nederland, kun je zo makkelijk buiten schot blijven. Als je zelf er tussenin woont, word je er zelf ook door veranderd. Ik denk dat de jaren overzee voor ons zeer verrijkend zijn geweest. Niet dat er niet veel moeilijke elementen bij zijn. Al zijn ook niet alle situaties hetzelfde (Soedan moeilijker dan Swaziland qua klimaat, communicatie, houding overheid) en zijn de persoonlijke omstandigheden voor ieder verschillend (alleen als volwassenen of met 4+ kinderen).
Over de rol die de gemeente en achterban in Nederland speelt in het proces van uitzending van mensen van hier naar daar, zou nog heel wat te zeggen zijn. Daarover ga ik graag een volgende keer verder.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief