Wat ’doen’ of ’betekenen’ brood en wijn bij het avondmaal?

1999-08-20
  • Jaargang 43
  • nummer 17
“Laat ons dan in brood en wijn met Uzelf gespijzigd zijn.” (Gez.360)

Wat betekenen Jezus' woorden bij de instelling van het avondmaal: "Dit is mijn lichaam" en "Dit is mijn bloed"?

Rome en Zwingli
De officiële rooms-katholieke leer zegt dat op het moment dat de priester de instellingswoorden uitspreekt, dat dan brood en wijn veranderen in het lichaam en bloed van Christus. Jezus zelf heeft gezegd: Dit is mijn lichaam. Dus, is dan de redenering, wordt op dat moment het brood veranderd in zijn lichaam. En dat gebeurt iedere keer wanneer de priester deze formule(ring) herhaalt.
Hier wordt heel eerbiedig omgegaan met de instellingswoorden.
Jezus heeft gesproken, wie zijn wij om de betekenis van zijn woorden te veranderen, te verminderen?
Zo 'streng' als Rome als het ware omgaat met het woordje 'is' -dit is mijn lichaam/bloed-, zo laconiek gaat Zwingli ermee om. Hij vat het heel gewoon op. Zoals ik kan zeggen wanneer ik je een foto laat zien: "Dit is mijn geliefde", zo wil Zwingli Christus' woorden verstaan.
De tekenen van brood en wijn wijzen alleen maar heen naar zijn lichaam en bloed, meer niet. Het avondmaal is bij hem dan ook een gedachtenis-maaltijd.
Zoals wij op onze verjaardag terugdenken aan onze geboorte, zo denken we bij het avondmaal terug aan het lijden en sterven van onze Heiland.
De enigen die dus iets doen bij het avondmaal, zijn de gelovigen. Wij denken terug.

Is Zwingli ook onder ons?
Je zou wellicht kunnen zeggen dat Rome het sacrament overschat en dat Zwingli het onderschat.
Heeft Zwingli ook onder ons z'n invloed?
Beleven ook wij het avondmaal niet vaak alleen als gedachtenismaal?
En is dat de reden waarom er wel eens gezegd wordt: "Het gaat om het Woord, doop en avondmaal zijn maar bijkomend".
En komt het hierdoor dat we bij doop en sacrament meer denken aan tekenen, afbeeldingen dan aan zegelen, verzekeringen?

Wat zegt en bedoelt Jezus met zijn spreken over ’lichaam’?
Wanneer Jezus het heeft over zijn 'lichaam' denken wij direkt aan zijn uiterlijk, wat de mensen van Hem konden zien, misschien oneerbiedig gezegd, maar niet zo bedoeld 'zijn lijf'. In wat wij het Nieuwe Testament zijn gaan noemen betekent 'lichaam' allereerst 'iemand zoals hij is', 'iemand totaal'. Zie bijv. Rom.12,1: "... dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en God welgevallig offer..." Het is duidelijk dat het hier niet erom gaat dat wij iets uiterlijks als offer brengen, ons lichaam, maar het gaat om ons-zelf, zoals we zijn, om ons helemaal.
Wanneer Jezus zegt: "Dit is mijn lichaam", betekent dat: "Dit ben Ik-zelf. Puur op grond van het woordgebruik van het Nieuwe Testament is het uitgesloten dat Jezus heeft gesproken van een verandering van het brood in vlees, in zijn lichaam. Met de woorden "Dit is mijn lichaam" worden we niet gewezen op Jezus' uiterlijk, zijn lijf, maar op Hemzelf, op zijn sterven voor ons.

En wat zegt en bedoelt Hij met het spreken over ’bloed’?
Hetzelfde geldt voor Jeuzs' spreken over zijn 'bloed'. 'Bloed' is in de taal van de Schrift niet in de eerste plaats de rode vloeistof die door ons lichaam stroomt, maar het is de aanduiding voor iemands persoon, voor iemand zelf. Zie bijv. Gen.9,6. De NBG-vertaling luidt: 'Wie het bloed van de mens vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden.' De Groot Nieuws Bijbel vertaalt hier terecht: 'Wie een mens doodt, zal zelf door een mens worden gedood.' Het bloed van een mens, dat is de mens zelf; de mens zoals hij door geweld de dood vindt. Wanneer Judas merkt wat voor iets vreselijks hij gedaan heeft door Jezus over te leveren, krijgt hij berouw en zegt: "Ik heb gezondigd, onschuldig bloed verraden."
Het gaat uiteraard niet over het bloed van Jezus, dat Judas verraden heeft, maar over Jezus zelf. Nu zal Hij worden gedood.

Hoe is Jezus aanwezig in brood en wijn?
Waar het, in mijn beleving, scheef gaat bij hen die het sacrament overschatten en bij hen die het onderschatten, is dat ze brood en wijn op zichzelf beschouwen, terwijl het gaat om brood en wijn in de handen van Christus. Wanneer Paulus het heeft over de beker der dankzegging, die een gemeenschap is met het bloed van Christus en over het brood dat een gemeenschap met het lichaam van Christus is, dan zegt hij niet dat brood verandert in Christus' lichaam en dat wijn heilig bloed wordt.
Ook zegt hij niet dat brood en wijn in feite niets voorstellen of alleen maar tekenen zijn die heenwijzen naar Jezus' lichaam en bloed. De maaltijd van de Heer is volgens de apostel zeker niet alleen een gedachtenismaaltijd.
Hij spreekt immers, in I Kor.10,14-22, over werkelijke gemeenschap met het lichaam en bloed van Christus. Jezus zelf geeft zich aan ons in brood en in wijn. Wie in het geloof brood en wijn ontvangt, ontvangt daarin Christus zelf. Wanneer wij avondmaal vieren, dan ontvangen wij Christus.
Dat is niet te danken aan een verandering van brood en wijn; ook niet aan ons geloof of onze gedachtenis, maar enkel en alleen omdat wij brood en wijn ontvangen ten diepste uit handen van Christus. Maak brood en wijn niet los van Hem! In de gaven, in het kado (zie de woorden van de vorige keer) gaat het om de Gever. In het avondmaal wordt het heil, Jezus' gave voor ons, voorgesteld als een schilderij èn gegeven.

De waarde in de tekenen
Een goed beeld voor hoe wij Jezus' woorden "Dit is mijn lichaam" en "Dit is mijn bloed" kunnen (moeten?) verstaan, is het beeld van een bankbiljet.
Wanneer je een biljet van tien gulden hebt, kun je zeggen: "Ik heb tien gulden. Dit is tien gulden."
Dat betekent niet dat het biljet verandert in tien losse guldens. Die zitten ook niet op een of andere geheimzinnige manier verborgen in het biljet.
Toch is het biljet niet maar een stukje papier, waarvan wij denken dat het iets waard is. Het is meer dan een teken. Als het dat niet was, zou het eigenlijk geen waarde hebben.
Zo'n bankbiljet is en blijft een stuk papier -daar verandert niets aan of in- en tegelijk heeft het de waarde van tien guldens.
Wanneer je zo'n biljet aan iemand geeft, dan geef je werkelijk tien guldens. Zo geeft Christus zichzelf werkelijk wanneer we zijn maaltijd mogen vieren.

"Uw kracht, uw leven daalde in mij neer; in uw gemeenschap wil ik blijven, Heer" (Gez.358)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief