Geeft (on)geloof rust? (2)

1999-08-20
  • Jaargang 43
  • nummer 17
Twee weken terug ging het over de vraag 'geeft ongeloof rust'. Naar aanleiding van iemand, die kerk en God liet voor wat het was en me zei, dat ze daarin rust vond - eindelijk rust!
Doordenkend over die verzuchting beklopte ik het gehalte van deze rust in ongeloof. Is deze rust opgewassen tegen de schepping, die ons goedmoedig maar beslist blijft confronteren met de lastige vraag: 'vanwaar en waartoe dit alles'? Blijf je in ongeloof niet wat verloren met deze vreemde werkelijkheid (jezelf incluis) in de handen staan? Toch zijn de vragen, die de schepping op je afvuurt niet meer dan voorvragen, vergeleken met wat ons mensen tegemoet komt in dood, ziekte en onrecht.Wat heb je dàn in huis, als modern mens zonder God, maar met journaal?

Die laatste vraag lokt een tegenvraag uit: ben je tegenover dat donkere in geloof werkelijk beter uit? Want de onruststokers komen het leven van een gelovige toch even hard binnen. Dat is een goeie vraag, eentje om niet uit de weg te gaan: ben ik in geloof echt weerbaarder tegen zonde, dood en onrecht dan mijn niet-christelijke buurman?
Spring ik met God wel over de muur van zulke onruststokers - om het vrij met één van de psalmen (de 18e) te zeggen?

Thuiskomen in Gods schepping
Laat ik beginnen met die milde onruststoker, die ik ook in mijn vorige artikel noemde. De schepping, die niet alleen aan onze voeten ligt, maar waarvan wij zelf ook deel uitmaken.
Dat moet - volgens mijeen groot raadsel zijn voor wie niet gelooft. De schepping, fascinerend in het grootse, maar even onvoorstelbaar in het atomaire, om het over het leven zèlf nog maar niet te hebben. Dat alles moet toch wel een constante bron van twijfel zijn voor een mens in ongeloof, zo zou ik, als relatieve buitenstaander, willen beweren.
Als christen heb je op dit punt m.i. een dikke streep voor, omdat je in die wonderlijke werkelijkheid wordt rondgeleid met de boodschap van de schepping. Je hoort vanuit het evangelie, dat de wereld schepping is en geen toevalsprodukt. En datzelfde wordt van mij als mens gezegd!
Deze bijbelse boodschap van de schepping sluit aan bij mijn beleving. Want ik ervaar de wereld als schepping: de structuur, het communicatieve, de groeikracht, de liefde, de schoonheid in die immense variëteit. Dat alles spreekt van een architect, van Hem over wie het ook verder in de bijbel gaat.
En ook mezelf ervaar ik niet als een toevalsprodukt, maar als kind. Van mijn vader en moeder - ja, maar meer. Ik heb het gevoel van thuiskomen als ik hoor over God, die mijn Schepper is en tegelijk mijn Vader wil zijn (Psalm 103, 139).

Hunkering
Er huist in ongelovigen of randgelovigen niet zelden een diepe hunkering naar die meer dan gewone ervaring van thuiskomen bij God. Het klinkt bijvoorbeeld door in de titel van een boek van Wim Rietkerk 'Ik wou dat ik kòn geloven'. In die zucht hoor je toch een mens, die het om één of andere reden niet is gelukt om aan die diepe hunkering toe te geven. Misschien door de scepsis, waarmee elke diepe hunkering in deze eeuw van de achterdocht wordt gewantrouwd met een wantrouwen dat de Geest dooft.
In het evangelie nodigt God mensen uit om thuis te komen, te beginnen in de boodschap van de schepping. Want het bijbels antwoord geeft een thuisgevoel, omdat het zo aansluit bij zoals ik mezelf en onze wereld ervaar. Op dit punt is er in geloof meer rust en vrede te verwachten dan in ongeloof.
Ik kan het nog wel sterker zeggen: de schepping aan de voeten van een ongelovige is een blijvende onruststoker, aan de voeten van wie hartelijk gelooft is het een feest der herkenning.

Dàt en wààr
Maar dan die kwaadaardige onruststokers, zoals dood, lijden, falen en onrecht. Ben je ook tegenover deze machten, die je als mens zo kunnen benauwen (Psalm 23) in het voordeel als gelovige?
Ook daar zou ik een paar punten willen noemen, die me sterk lijken.
Ik denk dan als eerste aan de moeite, die de bijbelse getuigen doen om een mens zover te krijgen dàt hij of zij de realiteit van deze kwaadaardige onruststokers - lijden, dood en onrecht - onder ogen gaat zien. Prediker doet dat als geen ander.
Zijn boodschap is: kijk goed om je heen, ga niet verbloemen en probeer niet goed te praten; leef zonder verdoving, ook als je oog in oog komt te staan met menselijk lijden, falen en sterven.
En daarbij blijft het niet.
Want God wordt ook niet moe om ons aan te wijzen wààr het kwaad zit. Op allerlei manieren gebeurt dat. Heel direct in regels ten leven, zoals je ze vindt in boeken als Exodus en Deuteronomium. Maar je hoort het ook in de aansporingen en aanwijzingen van Jezus en Paulus.
En langs meer indirecte weg krijg je in tal van verhaalde gebeurtenissen de zwakke en rotte plekken in het menselijke voor ogen. En dat alles is o zo verhelderend! Stel je voor dat je die instructieve kant van het evangelie zou moeten missen. Dan zouden we als mensen lijken op iemand, die zonder deugdelijke plattegrond door een grote stad zwalkt.

Eerste t-splitsing
Dus de bijbel komt met het dàt en het wààr van het kwaad. In een oorlog zijn die beide stappen een allereerste voorwaarde.
Ten eerste dat je onder ogen ziet dàt er een vijand is, die het op je gemunt heeft. Vervolgens is het zaak om je vijand te lokaliseren. Dat is nog niet de overwinning op de vijand, maar het zijn wel de noodzakelijke eerste stappen.
Zo doet het evangelie het ook. Het spoort je aan om de donkere realiteit onder ogen te zien en vervolgens helpt het evangelie je op duizend en één manieren om het kwaad in deze wereld te lokaliseren.
Het is goed om hier even bij stil te staan, omdat Gods weg hier langs een eerste t-splitsing loopt.
Achter het voorgaande zit een besliste keus, waaraan we door gewenning gemakkelijk voorbij zien.
Maar waarvan ik zou willen zeggen: wat een impact heeft deze evangelische keuze om de rottigheid van deze wereld onder ogen te zien en te benoemen. Ten diepste natuurlijk omdat God zélf niet aan het kwaad voorbij kijkt, maar de duisternis blootlegt, aanwijst, benoemt, de achterliggende machten ontmaskert en zoveel meer!

Tweede t-splitsing
Toch is dit nog maar het begin en nog lang niet de overwinning op het kwaad. Een volgende stap is dan ook, dat God ons verlangen naar de overwinning op dood en onrecht wekt door visioenen van vrede en gerechtigheid (b.v. Jesaja 11 en 65) en in een latere fase die toekomst naderbij brengt in de ontmoeting met Jezus, de Heer. Jezus, die de strijd aanbond met het kwaad in al zijn veelvormigheid, door zonde te vergeven, ziekte te genezen en dood en duivel van hun macht te beroven.
Hier valt opnieuw een dijk van een beslissing. Ook weer één om een moment bij stil te houden, zodat we (hernieuwd) onder de indruk komen van de keuze, die op dit punt in de hemelse werkelijkheid is gemaakt.
Overweeg het alternatief!
Dat is toch dat je, nadat je het kwaad onder ogen hebt gekregen, niet kiest voor de weg van oppositie tegen de donkere machten.
Maar dat je gaat heulen met het kwaad, in de kleine en de grote keuzes van het leven. In het groot, zoals ik wel eens iemand van de satanskerk onverhuld heb horen zeggen, dat hij de keus voor de donkere machten had gemaakt, omdat die vrijwel altijd aan het langste eind trekken. En zeg eens dat dat laatste onzin is.
Als je ziet hoeveel woorden er nodig zijn om één nare opmerking te neutraliseren.
En jaren zijn niet voldoende om te herstellen wat in een oorlog van een paar dagen is geruïneerd. En duizend samensprekingen maken niet heel wat in één kerkscheuring kapot is gemaakt!
Wat is de macht van het kwaad groot!
Begrijpelijk toch dat je, ook al kies je niet de kant van de duisternis, uit onmacht niet beter weet te doen dan dat donkere voor je uit te schuiven, verdoving te zoeken, een andere kant op te kijken om zo je eigen leven leef-
baar te houden. Zoveel en zolang als maar mogelijk is.
De profeten en apostelen nemen met die laatste houding geen genoegen, maar willen ons mensen mobiliseren voor de strijd tegen het kwaad. Ten diepste omdat God zèlf, vanaf het eerste begin, niet voor het compromis met het kwaad koos. God zette vijandschap (Genesis 3) met de bedoeling dat ook wij de strijd niet uit de weg gaan, maar oppositie gaan voeren tegen zonde, dood, onrecht en wat al niet meer. God wil dat we in de strijd tegen de duisternis niet de ruime boog van priester of leviet kiezen, maar samaritaan worden.
Terugdenkend aan het vorige artikel komt de vraag boven hoe je in ongeloof gemotiveerd wordt om weerstand te bieden tegen dood en zonde, pijn en onrecht?
Wat zijn dàn de reële mogelijkheden voor iemand die zich van zoveel hulpmiddelen en steun heeft beroofd?

Geleide strijd
Een volgend punt is dat God zijn mensen niet als een blind paard het gevecht indrijft. Je merkt dat b.v. op het punt dat het evangelie vooral aanspoort tot strijd tegen de zonde. Terwijl we als mens, denk ik, van nature het heftigst reageren op de bedreiging door ziekte en dood. Maar het evangelie gaat tegen die natuurlijke aandrang in en zegt, dat de dood niet de eerste vijand is, maar de zonde. Zonde, ongerechtigheid en het onrecht - of welke woorden je er ook voor gebruikt - zijn de eerste vijand, waartegen we van nature niet veel anti-stoffen hebben. Het geeft ons verweer tegen deze vormen van kwaad ook een secundair trekje. Maar in het evangelie hoor je, dat de zonde (d.w.z. de breuk met God) de oorzaak van alle ellende is en daarom ook de eerste vijand. Door de zonde is de dood in de wereld binnengekomen (Romeinen 5:12).
We worden dus in de bijbel maar betrekkelijk weinig aangemoedigd tot strijd tegen ziekte en dood. Maar legio aanwijzingen en aansporingen zijn er als het gaat om de strijd tegen de zonde.
Ook Jezus, als Gods kopman in de strijd tegen de bedervers van deze wereld, gaat weliswaar veelvuldig de strijd aan met ziekte en bezetenheid, maar je merkt daarbij hoe Hij doorstoot naar de diepste oorzaken. En dan kom je bij zonde en ongerechtigheid en bij de boze zelf. Zo lees je dat Jezus, voordat hij een verlamde van zijn ziekte afhelpt, hem eerst de zonden vergeeft. En dat vind ik heel tekenend. Ook rekent Jezus in zijn lijden eerst met de vloek van de zonde af, voordat Hij de dood door zijn opstanding overwint. Ook daarin hoor je de voorrang van de strijd tegen de zonde boven die van tegen de dood. En eigenlijk spreekt de opening van het evangelie al boekdelen: "Hij is het die zijn volk verlossen zal van de zonde" (Mattheüs 1:21).

Rust en onrust?
Als je je inlaat met het evangelie en dàt de gids laat zijn, waarmee je door de wereld gaat, dan kom je - zo denk ik - veel van het voorgaande tegen. Je wordt uitgenodigd om thuis te komen in de boodschap van de schepping.
Maar dan trekken de donkere wolken zich samen en volgt de confrontatie met dood, zonde en lijden. De weg, die God dan met mens en wereld gaat zou ik vooral uitnodigend willen noemen.
Dat uitnodigende herken ik, als ik denk aan die beide t-splitsingen. Bij de eerste word je geprikkeld om de weg van het realisme te kiezen en bij de tweede uitgedaagd om het met de ernstig vervormde werkelijkheid niet op een akkoordje te gooien.
God ging die weg van realisme en oppositie en Hij vraagt ons Hem daarin te volgen. In alle keuzemomenten waarvoor de bijbelse getuigen je plaatsen herken je deze twee basis-beslissingen, waarin God ons al is voorgegaan.
Alleen, terugdenkend aan de vraag waar ik dit artikel mee begon 'geeft geloof rust', moet ik zeggen, dat ik nog niet veel verder gekomen ben.
Rust, nee ik proefde eerder onrust, hoe realistisch en hoe nodig die onrust ook mag zijn. De volgende keer gaan we een stukje verder, door te vragen of er in deze onrust en strijd toch enig uitzicht is op die begeerde rust. En misschien nog wel meer!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief