Eén van de twee

1999-08-20
  • Jaargang 43
  • nummer 17
Verkeersagent...
Ik hoorde een fraaie uitspraak van wellicht de meest befaamde theoloog van de twintigste eeuw, Karl Barth. In een “ingeblikt” interview dat per video kon worden gehoord en gezien, werd hem gevraagd wat hij had willen worden als hij geen predikant en theoloog was geworden. Barth was tijdens dat interview niet veel jonger dan tachtig jaar, maar had nog de snedigheid, en tegelijk de diepe ernst die in zijn boeken zijn terug te vinden.
Zijn antwoord was (gegeven met twinkelende ogen): verkeersagent! Hij legde ook uit waarom: “Wat een macht heeft zo iemand! Met één beweging van zijn hand maakt hij dat twintig auto’s stilstaan, terwijl evenveel anderen doorrijden.
Alleen omdat hij het zegt!
Wat een genot zoveel mensen simpel naar je hand te kunnen zetten,..,” Hij zei er vervolgens achteraan, dat dat voorrecht voor hem helaas niet was weggelegd, omdat hij veel te druk was met de theologie.

... of vertegenwoordiger
Er kwam in de woorden van Barth nog wel iets achteraan: Als theoloog, als predikant, ben je niet minder in een positie die mensen een weg opent of sluit. Het deed mij denken aan wat de Catechismus in zondag 31 noemt “de sleutelen des hemelrijks”.
Wat een verantwoordelijkheid heeft degene die het Woord van God spreekt midden tussen de mensen.
Dat is geen “macht”. Je kunt er niet belangrijk mee zijn. Tenminste - dan gaat het goed mis. Wie midden in de gemeente staat met een houding van: “Kijk eens, ze hangen aan mijn lippen!” die staat als ambtsdrager dicht bij een afgrond.
Het is geen macht, maar verantwoordelijkheid. Ik dacht, toch bij een beroep blijvend, - dan liever vertegenwoordiger.
Die weet: mijn baas wordt aangesproken op wat ik zeg. Op de meest intense manier. Het woord dat ik spreek maakt voor wie het hoort verschil tussen leven en dood. Iets van de verkeersagent zit er dan toch in. Afgaande op jouw woord zullen ze of doorrijden op een weg die niet goed uitkomt, wanneer ze het gegeven stopteken negeren, of afslaan naar Gods weg..
Een dienaar van het Woord hoeft dan niet van macht te spreken. Eerder houdt hij het op genade.
En dan is hij graag vertegenwoordiger.
Hij komt niet met zichzelf. Hij hoeft niet gewichtig te zijn. In Barths woorden klonk precies dat bewustzijn door. Hij wilde een spiegel voorhouden aan collega’s en anderen in de kerk. Hij spotte daarom prachtig met zijn eigen gewichtigheid. Er zijn wel minder belangrijke dingen van hem te leren dan dit.
Wij zijn geen barthianen, maar de spiegel die hij ons hier aanreikt, moeten we maar aanpakken! Het zit goed met de kerk, als degenen die hun mond openen vertegenwoordigers zijn. Van de Vader en van de Zoon; van het evangelie - door de Geest die ons het gewicht geeft dat we nodig hebben, en die ons van onze gewichtigheid verlost.

Dit artikel van de hand van Prof.Dr. J.W. Maris te Apeldoorn knipten wij uit het bekende weekblad: ”DE WEKKER”. Alleen de wetenschap, dat het verkiezende genade van God is als je geroepen wordt God te vertegenwoordigen, zal de verkondiger van het evangelie kunnen bewaren voor de vervloekte hoogmoed, die hem steeds weer belaagt in het vervullen van zijn ambtelijke dienst. Je kunt je nl. een roes drinken aan je eigen woorden.
En het is verleidelijk om bij een stampvolle kerk te denken, dat al die mensen er zijn voor jou. Het is juist andersom: jij bent er voor al die mensen! En dat kan je benauwen.
Maar een vermaarde theoloog merkte eens op, dat de opdracht de onmacht geneest.
Overigens is het heerlijk te mogen merken, dat er metterdaad geluisterd wordt. Een reeds overleden collega merkte eens in een gesprek over het geheim van de preek op:”-... en dan wordt het stiller in de kerk, er komt spanning, aan de wijze waarop dan geluisterd wordt, voel je dat de Heilige Geest werkt, je ziet het onzichtbare gebeuren en je wordt er zelf door meegenomen”.
Deze broeder was dan ook een begenadigd prediker.
Hij kende de intentie van de bediening van de sleutelmacht (zondag 31 HC). Hij stond niet te leuteren. Want daar verlangt geen hond naar en het jaagt alleen maar de mensen de kerk uit. Nee, hij wist het trefzeker en voluit: de preek is afkondiging, proclamatie van het heil van Christus voor arme zondaren!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief