En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?
1999-10-01
Vanaf zijn eerste optreden maakte Jezus van Nazareth telkens vragen los. 'Wat is dit!' vragen de mensen zich af, als Hij een bezetene bevrijdt van de boze. Als Hij iemand de zonden kwijtscheldt, ergeren de schriftgeleerden zich: 'Wat spreekt deze aldus? Hij lastert God. Wie kan zonden vergeven dan God alleen?' De mensen begrijpen Hem niet: 'Waarom eet Hij met tollenaars en zondaars?' 'Waarom vast Hij niet?' 'Waarom laat U uw discipelen op de sabbat doen wat niet mag?' En zijn leerlingen kunnen het ook nog niet vatten: 'Wie toch is deze, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?!'- Jaargang 43
- nummer 20
'Wie toch is deze?' Uiteindelijk is het niemand minder dan Jezus zelf die deze vraag op de agenda van zijn discipelen zet. 'Wie zeggen de mensen dat Ik ben?', vraagt Hij. Om het vervolgens persoonlijk toe te spitsen: 'En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?' En sinds dat moment is de vraag niet meer van de agenda van de mensheid geweest.
Generatie op generatie, volk na volk wordt ermee geconfronteerd.
'En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?' Zoals Jezus de vraag stelt, is het geen neutrale vraag. Geen vraag waarover je met een goed glas wijn, gezellig koutend bij de haard urenlang vrijblijvend kunt bomen. In die vraag dringt Jezus zichzelf op.
Meteen al proef je de spanning. Want dat is nogal wat. Wie is Hij dat Hij het aandurft ten aanzien van Hem een beslissing te vragen? En je proeft, dat de antwoorden die vandaag op die vraag gegeven worden bijna niet anders kunnen dan uiteindelijk mensen verenigen of verdelen. Zoals dat ook was in Jezus' dagen.
In onze samenleving komt de vraag de laatste tientallen jaren zelfs nog klemmender op ons af door het intensieve contact van veel christenen met joden en moslims.
Binnen de kerken zijn er, die van de centrale plaats van de persoon en het werk Jezus Christus af willen onder het motto God verenigt, Christus verdeelt.
En zo verschijnt het ene na het andere boek over de vraag: 'Wie toch is deze?' De meeste aandacht trok dat van prof. dr. H.M. Kuitert: Jezus, nalatenschap van het christendom. Daarin neemt hij definitief afscheid van de oude klassieke belijdenis, dat Jezus is 'God uit God en licht uit licht, waarachtig God uit waarachtig God.'
Inhoud
Vanwege het belang en de actualiteit van het thema heeft de redactie van Opbouw gemeend er goed aan te doen er eens wat dieper en breder op in te gaan. Op verschillende manieren en vanuit verschillende invalshoeken zal naar een antwoord op deze centrale vraag van het christelijk geloof gezocht worden. Steeds zal de Bijbel opengaan, maar ook zal het woord gegeven worden aan mensen die door Jezus geraakt en aangeraakt zijn. Middels fotomateriaal zal ook nagedacht worden over het beeld dat men zich in de kerkelijke kunst van Jezus gevormd heeft. Verder, op het boek van Kuitert zal uitvoerig worden ingegaan, maar ook de visie op Jezus binnen de beweging die wel 'New Age' genoemd wordt komt aan de orde.
Hoewel we zoveel mogelijk aspecten van de bezinning op Jezus aan de orde hebben willen stellen, hebben we het nummer niet helemaal in balans gekregen. Sommige kanten zijn niet belicht. Maar wat wil je, de wereld zelf zou de boeken over alles wat Jezus deed niet kunnen bevatten, zei Johannes al. (Joh 21:25) Om het themanummer geschikt te maken voor catechese, bijbel- en gesprekskringen zijn achterin een aantal gespreksvragen opgenomen.
De titel voor dit themanummer luidt 'En jullie, wie zeggen jullie dat Ik ben?' In deze titel komt een tweetal momenten samen die het nummer in z'n totaliteit stempelt.
Enerzijds een gerichtheid op de vraag naar Jezus zelf. Anderzijds een gerichtheid op Jezus die direct verbonden is met zijn betekenis voor ons.
Wie is Hij voor ons, voor mij, de mensheid, de wereld? Op beide momenten komt het aan.