Over het laatste wat een jood zou doen.
1999-10-01
Wie was Jezus zelf en wat geloofde Hij? Kuitert maakt het antwoord op deze vraag tot uitgangspunt voor elke christelijke christologie.- Jaargang 43
- nummer 20
En wat dan kan met grote zekerheid over Jezus gezegd worden?
'Jezus was een jood, zijn godsdienst was de joodse religie, hij geloofde op joodse wijze in God.' (pg.153) Dit historische feit maakt het volgens Kuitert onmogelijk om Jezus te belijden als de Zoon van God, die God uit God en Licht uit Licht is, waarachtig God uit waarachtig God.
'Wat nog het meest tegen God op aarde pleit, en juist via historisch onderzoek te verifiëren valt: Jezus zou er zelf niet in hebben kunnen geloven. Jezus was een jood, zijn religie was de joodse religie en een jood kan zichzelf niet Zoon van God (in de trinitarische zin) noemen.'(pg.154) Immers, het laatste wat een jood zal doen is zichzelf als God-op-aarde voorstellen.
(pg.155) Wat de joden in de eerste eeuw allemaal ook dachten en geloofden, dit deelden zij met elkaar: er is maar één God en God is één.(pg.156)
Jezus' geloof zou volgens Kuitert dus van A tot Z in het jodendom van zijn dagen passen.(pg.156) Dit is een helder uitgangspunt en het helpt ons inderdaad aanmerkelijk verder bij het vormen van een historisch verantwoorde visie op Jezus. Denk maar eens mee: wat zouden joden uit Jezus' dagen nooit doen?
Om ergens te beginnen: de rabbi's uit die tijd beseften dat zij deel uitmaakten van een lange, eerbiedwaardige, heilige traditie van geloofsoverdracht van generatie op generatie. Dat besef vertaalde zich in een eigen stijl van betogen Hillel zei ... Rabbi Jochanan zei, ... Raschi zei etc. etc. Uiterst voorzichtig manoeuvrerend kwamen zij zo tot hun standpuntbepaling.
Zo respecteerden zij de traditie, de heilige traditie.
Stel je nu eens een rabbi voor die dat anders zou doen. Stel je eens een rabbi voor die met een eigen autoriteit zou komen en zou spreken op eigen gezag. Historisch gesproken is dat overigens hoogst onwaarschijnlijk, want dat is het laatste wat een rabbi zou doen.
Stel je een rabbi voor die niet á la de andere rabbijnen zegt 'Zo zegt rabbi zus en zo zegt rabbi zo en zo zou het wel eens kunnen zijn', die zelfs niet á la de profeten zegt: 'Zo spreekt de HERE' of 'Zo zegt de Here HERE ...', maar die zegt 'Voorwaar, Ik zeg U.' Iemand dus die niet spreekt als de schriftgeleerden en de Farizeeën, maar zijn eigen woord als volstrekt gezaghebbend boven alle andere woorden plaats. Ik sluit niet uit, dat tallozen hieraan aanstoot zouden hebben genomen, omdat hier iemand een veel en veel te grote broek aantrekt.
'Heeft Hij soms geen aardse vader dat hij dat durft te doen? Heeft Hij soms geen ons bij name bekende moeder, broers en zussen?
... Wie denkt hij wel dat hij is? ... Ik sluit niet uit dat men zo gereageerd zou hebben. Maar ja, in wezen is dat allemaal koffiedik kijken, want op historische gronden is het natuurlijk uitgesloten dat een jood die de joodse religie was toegedaan ooit zo dwaas is geweest om met een dergelijke autoriteit te spreken.
Gelet op wat we over de joodse religie van de eerste eeuw weten is het ook niet waarschijnlijk dat een vrome jood zou menen dat in hem de eeuwige beslissingen van leven en dood, hemel en hel vallen.
Historisch gesproken is het daarom onbestaanbaar, dat een jood die van A tot Z past binnen het jodendom van zijn dagen iets zou zeggen in de trend van: 'Een ieder dan, die Mij belijden zal voor de mensen, hem zal ook Ik belijden voor mijn Vader, die in de hemelen is; maar al wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader die in de hemelen is.' We mogen niet uitsluiten, denk ik, dat een jood die in die tijd zichzelf en zichzelf alleen als de enige weg tot God gepredikt had binnen kortste tijd alle aanhang kwijt zou zijn geweest, omdat men grote aanstoot aan zijn woorden zou nemen. En dat is m.i. maar goed ook.
Mensen die denken dat ze Jezus zijn -Lou de palingboer en zo- moet je ook nu nog niet al te serieus nemen.
Hierover valt nog meer te zeggen. Uit een niet onbelangrijke literaire bron uit de eerste eeuw weten we, dat iemand de zonden kwijtschelden, ofwel absolutie verlenen ook tot het laatste behoorde wat joden deden. De joden dachten toen - en met die gedachte was helemaal niets mis - dat de bevoegdheid om zonden te vergeven aan God en aan God alleen toekwam. Hoe zouden mensen ooit het kwaad dat tegen de allerhoogste Majesteit bedreven is kunnen vergeven?
'Niemand kan zonden vergeven dan God alleen!', meldt mijn bron. Wie zo dwaas was zich op dit punt in Gods plaats te stellen, getuigde van een enorme hybris. Zo iemand lastert God, zei men. Dan is het toch wel een hele opluchting om te vernemen dat Jezus zich daaraan volgens Kuiterts criterium niet schuldig gemaakt kan hebben. Hij zou er misschien wel door in problemen gekomen zijn. Blijkens de bronnen waarover ik beschik zijn er nog wel meer dingen die een jood zich in die dagen nooit in zijn hoofd zou halen. De sabbat ontheiligen bijvoorbeeld. Zeer zwaar tilden de joden aan de meest strikte handhaving van het sabbatsgebod.
'Het sabbatsgebod weegt net zo zwaar als alle andere geboden tezamen', zeiden de rabbi's wel. De joodse religie stond het daarom niet toe bijvoorbeeld mensen die geen levensgevaar liepen te genezen op de sabbat.
Ook haalde een jood het zeker niet in zijn hoofd om aren te plukken op de sabbat indien dat niet strikt noodzakelijk was.
De sabbat immers was afgekondigd door de heilige God Zelf en daarom stond het schenden van de sabbat gelijk aan het schenden van God zelf.
Gesteld dat een jood de sabbat zou schenden dan mogen we op goede gronden aannemen, dat hij zichzelf daardoor geheel onmogelijk maakte binnen de joodse gemeenschap. We mogen zelfs niet uitsluiten dat nogal wat joden van mening waren dat zo iemand terechtgesteld moest worden. Wie de sabbat schendt, schendt immers God zelf! Wat is het dan een enorme opluchting om van Kuitert te vernemen dat Jezus' geloof van A tot Z paste in het jodendom van zijn dagen! Gesteld dat Hij zo dwaas zou zijn geweest op de sabbat te doen wat Hij meende dat goed was.
Gesteld dat Hij op tamelijk soevereine wijze met de sabbat zou zijn omgegaan, alsof Hij de Heer van de sabbat was, bijvoorbeeld. 'Wie denk je wel dat je bent!?', zouden de joden opnieuw gedacht hebben. God-op-aarde soms ... Aan de gevolgen van die hybris kun je maar beter niet denken. Wie weet zou Hij uiteindelijk wel een heel wrede dood gestorvenzijn.
Tenslotte het allerlaatste wat een jood zou doen.
Nooit zou een jood uit Jezus' dagen zo ver gaan dat hij voor een ander zou knielen -hij stierf liever- en nooit zou hij het een ander toestaan dat voor hem te doen. Dat blijkt uit Petrus' reactie op de knieval, de proskynese die een Romeinse hoofdman voor hem maakt. 'Sta op, ik ben zelf ook een mens.' Er is er maar Eén voor wie joden vallende neerknielen en dat is God(zie Dan.3) Aan Hem alleen onderwerpen zij zich, aan Hem alleen vertrouwen zij zich toe, Hem alleen vereren en aanbidden zij. En zoals het geweest is, zo zal het zijn.
Het vereren van een mens alsof hij God is en het je laten vereren door een mens alsof je God bent is vanuit joods perspectief ondenkbaar. En dat is terecht, dat is volkomen terecht. Het neervallend knielen voor een schepsel in plaats van voor de Schepper is een Majesteitsschennis van de allerergste orde en wee degene die zich daaraan schuldig maakt. En wee ook het boek waarin verhaald wordt dat de ene mens in verering voor een ander neerknielt. Zo'n boek zou verbrand moeten worden.
Kuitert heeft dus groot gelijk. Áls Jezus een jood was, die geheel bleef in de lijn van de joodse religie van die dagen, zou Hij al het bovenstaande nooit gezegd, nooit gedaan, nooit goedgekeurd en nooit in gang gezet hebben. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zouden we dan ook nooit van Hem gehoord hebben.