Hélène, een hinduvrouw en Jezus

1999-10-01
  • Jaargang 43
  • nummer 20
Onlangs werd Hélène gedoopt in de baptistenkerk in Utrecht. Ze werd in Suriname geboren als Hindoestaanse en haar moeder voedde haar op in het geloof. Veel geloof en veel goden. Ze hielden van Rooms Katholieke kerken vol beelden en schilderijen, zoals de hindoetempels vol stonden met goden. Ook in huis wemelde het van afbeeldingen. Het hele gezin trok naar Nederland. Hélène bad regelmatig tot god, tot Shiva, of wie het ook maar was. Ze praatte met hem als met een vriend en, zoals ze haar moeder met "je" aansprak, zo deed ze dat ook met god.
Het viel haar op dat over het beeld dat ze bij het bidden had, het beeld van Shiva, al meer het beeld van Jezus verscheen zoals ze dat uit de katholieke kerken kende. Twee keer, met een grote tussenpoos, reageerde ze op een EO-programma.
De tweede keer kreeg ze een Nieuwe Testament toegestuurd en het telefoonnummer van een dominee in de buurt.
Ze ging ervoor zitten om het boek door te lezen.
Een geslachtsregister! Het eerste hoofdstuk was zo verbazend saai dat ze niet verder las. De dominee belde ze ook niet op. Ze wist eigenlijk niet wat ze vragen wilde. Ze woonde al lang in Nederland, was getrouwd en had kinderen, toen Hélène erg ziek werd. Ze vocht voor haar leven en dat van haar kindje dat in die tijd geboren werd. Ze kon maanden niet slapen en bad op een nacht wanhopig tot God :"God, Shiva, Boedda, Allah, Jezus, wie u ook bent: Help!!" De volgende dag werd de oorzaak van haar benauwdheden gevonden, ze kreeg medicijnen, het vocht achter haar longen werd minder en voor het eerst kon ze weer slapen. Niet dat ze toen beter was. Een arts in het ziekenhuis greep letterlijk naar zijn hoofd toen hij haar op het spreekuur zag samen met uitslagen van een bloedonderzoek. "Mevrouw, ik zou verwachten dat u in coma lag, of erger en u zit hier vrolijk voor me!" riep hij uit. Ze bleef bidden tot God die haar geholpen had en begon te vragen wie Hij was.
Telkens als ze bad zag ze de afbeelding van het prentje van Jezus dat ze thuis hadden, maar wat wist ze van Hem? Wie kon ze er over vragen? Ze had het idee dat het belachelijk was wat ze wilde weten. Ze begon er over met de moeder van een vroeger klasgenootje van haar zoontje. Ze vermoedde dat zij er meer van wist. Zomaar op een maandagmorgen bij school. "Ik ben op zoek naar God." zei ze plompverloren . De mond van die moeder viel open.
Hélène was niet meer te stuiten. Ineens rolden alle vragen eruit die ze zo had opgepot. "We hebben een bijbelcursus, zei de moeder, nog drie keer voor de vakantie één keer in de week. Heb je zin om te komen?" Hélène aarzelde.
"Ik bel je" Ze wilde eerst weten wat haar moeder er van vond. "Doe maar, als je er gelukkig van wordt" zei moeder.
Hélène belde meteen dat ze komen zou.
Ondertussen was die bijbelcursus in alle haast bij elkaar geroepen, speciaal voor dit doel. Daar kwam ze later pas achter. Op de tweede avond, toen het ging over de kloof tussen God en mensen die Jezus voor ons overbrugd heeft, voelde Hélène wat ze "die mooie pijn in mijn hart" ging noemen. Ze hield niet meer op met huilen.
Van alles viel op zijn plaats. Dit is waar ik altijd naar gezocht heb. "Ik zal nooit meer twijfelen" "Weet je dat zeker?" vraag ik. Ze lacht me uit. "Ja, dat weet ik zeker, nu klopt het allemaal. Weet je wat ik ook geleerd heb? Respect! Immens respect. Ik zeg U tegen Jezus en toch is Hij zo dicht bij... Ik wist niet dat dat kon." Als de voorganger haar tijdens de doopdienst vraagt of ze iets vertellen wil, zegt ze verlegen, "Ik speel met God, elke dag, gek hé. Hij is zo lief voor me, eindelijk een vader."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief