Een opmerkelijk plaatje bij Golgota
1999-10-01
'En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden...' Johannes 3 vers 14 'Verzoening is geen christelijke uitvinding, zoals vaak wordt gedacht en beweerd, vele religies weten ervan' H. M. Kuitert: Jezus, nalatenschap van het christendom p. 168- Jaargang 43
- nummer 20
Het is vlak in de buurt van de bekendste tekst in de bijbel, die van Alzo lief heeft God de wereld gehad...enzovoorts, dat het vierde evangelie de vergelijking met de koperen slang maakt om het kruislijden (hier, zoals vaker bij Johannes, 's Heilands verhoging genoemd) te verduidelijken.
Het lijkt een vreemde vergelijking, want wat heeft die slang uit Mozes' dagen nu met de Heiland gemeen? Is het zelfs niet ongepast die twee in een adem te noemen? Want wat is er tussen Christus en een ... slang? Toch is het naast elkaar zetten van die twee een mooi voorbeeld van hoe diep de bijbel met zijn spreken in onze van God vervreemde werkelijkheid binnendringt en van hoe ver de vleeswording des Woords wel niet gaat. We stuiten hier op een geweldige aanpassing van de Schrift aan het menselijk denken en voelen. De Allerhoogste heeft er heel wat voor over gehad om met zijn genadeboodschap bij ons zo indringend en duidelijk mogelijk over te komen.
Een eigenaardige omweg
Van de koperen slang wordt ons in de bijbel verteld bij een van de vele verlossingsgeschiedenissen uit het Oude Testament die eigenlijk altijd volgens een vast schema verlopen: zonde, straf,berouw/bekering, vergeving, verlossing/ heling. Met name het boek Richteren is daarvan bekend, maar in de woestijnverhalen komen we het ook tegen. Zoals dus in het geval van de koperen slang uit Numeri 21 : 4 - 9. Hoe gaat dat verhaal?
In de eindfase van de omzwerving beginnen de Israëlieten weer eens te mopperen omdat zij zich tekort gedaan voelen in de woestijn: 'Want er is geen brood en geen water en van deze flauwe spijs (het manna zal bedoeld zijn) walgen wij'. En met deze kritiek op het voedselpakket stellen zij de hele uittocht op losse schroeven: 'Waarom hebt gij ons uit Egypte gevoerd?
Om te sterven in de woestijn?' Als straf op deze dolgedraaide kritiek stuurt God dan een slangenplaag.
Vurige slangen, staat er, en dat zal wel zijn vanwege de uiterst giftige beet die deze dieren bij zich droegen.
Velen van het volk komen er dan ook door om. In reactie hierop valt Israâl voor God in de schuld en komt het volk tot belijdenis van zijn zonde. Moge de Here nu de slangen wegdoen! In plaats dat dit nu echter zonder meer gebeurt kiest God voor een eigenaardige omweg: 'Maak een vurige slang en plaats die op een staak; ieder die daarnaar ziet wanneer hij gebeten is, zal in leven blijven'. En aldus geschiedt.
Wanneer nu het vierde evangelie deze geschiedenis gebruikt om het gebeuren op Golgota te verduidelijken, is het goed op het punt van vergelijking te letten. Dat is gelegen in het verhoogd worden.
'Zoals Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden'. De koperen slang in de hoogte gestoken - Jezus aan het kruis in de hoogte gestoken.
Meer moet je achter die vergelijking niet zoeken, kun je van uitleggers horen. Het gaat dan bij dat verhogen om het publiek ten toon stellen van het redmiddel zodat het voor niemand verborgen behoeft te blijven en voor iedereen toegankelijk is. Een solide uitleg, zeker, maar toch kunnen wij niet nalaten er verder op door te vragen. Al was het alleen maar uit godsdienst-historische belangstelling voor wat hier nu eigenlijk gebeurt.
De genoegdoening van de Filistijnen
Even denk je bij die slang-tegen-de-slangen aan de kernspreuk van de homeopathie: Similia similibus curantur, het gelijke wordt met het gelijke behandeld.
Het waren slangen aan wier beten men stierf en het was een slang door wier aanblik men genezing bekwam.
Maar dat verband met de homeopathie is toch te ver verwijderd om overtuigend te zijn. Een verklaring moet verklaren; heeft een verklaring ook zelf weer verklaring nodig, dan mag ze niet geslaagd heten. We hebben hier immers te maken met een religieuze rite, terwijl de homeopathie enkel medisch van aard is.
Nee, van een geheel andere zijde zie ik licht op deze geschiedenis vallen.
Vanuit een bijbelse geschiedenis die toch niet bijbels, maar heidens is.
Het gaat me nu om wat ons in I Samuel 5 en 6 verteld wordt over de ronde die de buitgemaakte ark van het verbond gemaakt heeft langs de steden van de Filistijnen. Toen de Here in drie van die vijf steden de Filistijnen strafte om hun overmoed dat ze Israëls God dachten de baas te zijn geworden en Hij hun een builen- en muizenplaag stuurde, besloot men de ark, vergezeld van een genoegdoeningsgeschenk (een schuldoffer, zegt de tekst letterlijk), naar het gebied van Israël terug te sturen.
Dat genoegdoeningsgeschenk bestond uit vijf gouden builen en vijf gouden muizen, naar het getal van de vijf steden der Filistijnen. Met builen en muizen had de God van Israël hen gestraft en om nu deze vertoornde God gunstig te stemmen werden Hem deze builen en muizen in veredelde geschenkvorm aangeboden.
En uit de genezing zou dan moeten blijken dat Israëls God dit schuldoffer had aanvaard. Dit verhaal lijkt mij vrij duidelijk in parallellie te staan met de geschiedenis van de koperen slang.
Het waarheidselement in het heidense denken
Maar dit is toch heidens bijgeloof? En Numeri 21 vertelt nog wel dat het de Here God zelf was die Mozes bevel gaf zo'n koperen slang te vervaardigen en op een staak te zetten! Overtuigt deze verklaring dan wel?
Inderdaad wordt ons verderop in de bijbel bericht dat die koperen slang later een cultusvoorwerp van valse religie was geworden en dat Israël zelfs gewoon was geraakt voor dat ding offers te onsteken.
Reden waarom koning Hizkia het serpent in stukken geslagen heeft (II Koningen 18 : 4). Het was een open sluis geworden waardoorheen de superstitie met golven Israëls gebied en geest overspoelde. Bijgeloof, door de Here God zelf gesanctioneerd? Dat kan toch niet? Het is nu hier dat ik het woord aanpassing laat vallen. Het volk Israâl maakte deel uit van een cultuurwereld die van bijgeloof en superstitie bol stond. Daar was met de uittocht bepaald niet in een klap een einde aan gemaakt. Zelfs bij Abraham, de vader der gelovigen, kom je sporen van zulk heidens denken tegen. De aartsvader meende, met zijn tijd mee, dat hij zijn Isaäk aan God moest offeren.
Vanuit de gedachte dat de mens zijn geluk en voortbestaan eigenlijk niet verdient en dat daar een duur prijskaartje aan hangt. De Here God sloot zich bij die gedachte aan toen Hij Abraham opdroeg Isaäk inderdaad te brandofferen. Maar vervolgens gaf Hij daar de verrassende wending aan dat Hij Abraham dit offer van zijn zoon uit handen nam om het voorlopig door het dieroffer te vervangen en er uiteindelijk zelf op nog weer een andere wijze in te voorzien.
Vanwaar de goddelijke aansluiting bij dit denken? Omdat die heidense gedachte dat wij bij God in de schuld staan en dat voor zijn gunsten een dure prijs betaald moet worden, allerminst onzinnig is. Het waarheidselement daarin heeft God veilig willen stellen. En tegelijk heeft de Here dat heidense gebruik als een voertuig in dienst genomen om met zijn eigen gedachten te komen.
Gedachten van vrede, het heilsplan, volgens hetwelk Hij de prijs die aan het verbeurde menselijk geluk en voortbestaan verbonden zit, voor eigen rekening neemt.
Een betaling is nodig
Precies zo ligt het met de geschiedenis van onze slangen. Israël belijdt zijn zonde van grove ondankbaarheid en vraagt om wegneming van de slangenplaag.
God schenkt het pardon en gebiedt de heling. Maar Hij wil dat Israël beseft dat hiervoor een betaling, een genoegdoening, een schuldoffer nodig is. Hij zelf is het die tot het heidense ritueel de stoot geeft en die zich het verzoeningsgeschenk van de koperen slang heel zichtbaar door Israël laat aanbieden, in een opwaarts gebaar. De staak in de lucht verzinnebeeldt die aanbieding, die offerte van de aarde uit naar de hemel toe. En daar moet Israël dan naar kijken en het op zich in laten werken om de beloofde genezing deelachtig te worden.
Schuldbesef en betalingsnoodzaak, dat zijn ook de ingrediënten waaruit het gebaar van de Filistijnen met hun gouden builen en muizen is opgebouwd.
En die elementen lees ik nu in de geschiedenis van de slangen in, om zo het ritueel van het aanbieden van de koperen slang aan God inzichtelijk te maken.
Die slang namelijk zou ook zo'n 'asjaam (het Hebreeuwse woord voor schuldoffer) kunnen heten, net als de gouden builen en muizen van de heidense Filistijnen. In die zin helpt de geschiedenis van I Samuel 5 en 6 mij om die van Numeri 21 te begrijpen.
'En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder die in Hem gelooft, eeuwig leven hebbe.' Het verhoogd worden van de Here op het kruis had dus niet enkel een publicitaire functie, om de Here Jezus voor aller oog als de Heiland der wereld aan te wijzen. In het verhogen zit ook, maak ik uit het slangenverhaal op, het aanbieden aan God: de aarde die naar de hemel een gevulde hand uitstrekt om God gunstig te stemmen zodat Hij zijn plagen van haar wegneemt.
Maar dan is het ook hier niet de aarde zelf die voor dit aanbod zorgt. Die uitgestrekte hand is van Boven af gevuld.
In Jezus, die naar het bekende woord van de profeet Jesaja 'zichzelf tot een schuldoffer stelt' (Jesaja 53 : 10). En dit bijzondere, dat God zelf geeft wat Hij verlangt, is dat niet aangeduid in wat inderdaad de meest bekende tekst uit de hele bijbel is? 'Want alzo lief heeft God de wereld gehad dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeftals zoenmiddel ons ter beschikking gesteld! - , opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig leven hebbe'? Verzoening door voldoening, - dat aspect van Golgota krijgt door het plaatje van de koperen slang een krachtig accent.
Verzoening door voldoening,- de bijbel is er niet altijd uitvoerig over, maar toch wel zo vaak dat het besef ervan springlevend gehouden wordt. Opmerkelijk is dat heidenen er gevoeliger voor zijn dan christenen. Zoals je nog aan die onbesneden Filistijnen merkt en aan hen niet alleen. Een animist uit Afrika staat er dichter bij dan menig kerkmens. Onder ons christenen hoor je er niet zo vaak meer over. Bij ons praat men er gemakkelijk overheen, alsof men er zich voor schaamt. Om maar te zwijgen over de ontkenning en de bestrijding die dit leerstuk juist binnen de kerk ten deel vallen. Zijn wij misschien zo noodlottig gewend geraakt aan de verzoening met God, dat wij bij de prijs die daarvoor betaald is, niet meer stil willen staan? Gelijk Mozes de slang in de woestijnals een schuldoffer - verhoogd heeft, zo moest ook de Zoon des mensen verhoogd worden. Met het beeld van de koperen slang gaat de bijbel in op het diepste en begrijpelijkste bezwaar van de natuurlijke mens tegen de goddelijke genade in Christus: dat die goekoop en daarom ongeloofwaardig zou zijn. Dat is ze ook niet!, zegt hier de Schrift.