Een handreiking en een eerste debat
1998-04-17
Tijdens de tweede zitting van de Landelijke Vergadering van de Nederlands Gereformeerde Kerken op zaterdag 4 april te Doorn resulteerde een ‘handreiking vanaf de achterbank’ in een nieuwe commissie. Haar taak: de inventarisatie en mogelijke overbrugging van bezwaren die er nog leven bij sommige kerken die het AKS nog niet hebben kunnen ondertekenen.- Jaargang 42
- nummer 8
Een van de voornaamste discussiepunten tijdens de tweede bijeenkomst van de Landelijke Vergadering 1998 was een voorstel van de kerkenraad van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Baarn. Deze stelde voor om de huidige 'getrapte' afvaardiging naar de Landelijke Vergadering (afvaardiging via de regionale vergadering) te vervangen door een plaatselijke vertegenwoordiging. Daartoe zou artikel 38 lid 1 en 3 van het AKS (Akkoord voor Kerkelijk Samenleven) dienen te worden geschrapt. Zou het voorstel worden aangenomen, dan zou voor Baarn één belangrijke hobbel op weg naar ondertekening van het AKS weggenomen, aldus dominee M. Janssens. Zijn gemeente behoort met o.a. Groningen, Utrecht en Zeist tot de Nederlands Gereformeerde Kerken die het AKS niet hebben kunnen ondertekenen.
Deze gemeenten laten zich direct vertegenwoör'digen op de Landelijk Vergadering (LV) en hebben daar geen stemrecht maar wel spreekrecht. Mondeling lichtte dominee Janssens het Baarnse voorstel toe. Als belangrijkste nadeel noemde hij de forse toename van het aantal afgevaardigden.
Hun aantal zou van circa 45 leden immers verdubbelen naar ongeveer 94 leden bij één afgevaardigde per gemeente. Dit brengt meer vergadertijd en hogere kosten met zich mee. Overigens zouden de nadelen met een eventuele schriftelijke eerste ronde, en een goede voorzitter 'best het hoofd geboden kunnen worden', aldus Janssens.
En ze wogen volgens hem ruimschoots op tegen de voordelen: alle kerken actief betrokken bij de LV; de korte lijn tussen gemeente en afgevaardigde; de gelijkwaardigheid van alle kerken en het verdwijnen van het huidige onderscheid tussen 'volwaardige' leden (zij die het AKS hebben ondertekend) en leden met alleen recht van advies (niet-ondertekenaars).
Babylonische spraakverwarringen
Op afgevaardigden uit Culemborg (wiens kerkenraad zijn instemming met het voorstel reeds schriftelijk had betuigd) en Utrecht na, zagen weinigen iets in Baarns voorstel. Broeder A.Wendt uit Hoogeveen voorzag 'babylonische spraakverwarringen', en ontwaarde een proces van individualisering waarmee hij niet gelukkig was. Dominee P. Veldhuizen uit Leerdam noemde de regionale verqaderinq' een goede zeef: 'Wordt alles gespuid op een LV, dan is de kans groot dat van vergaderen weinig terechtkomt.' Ook dominee W. Smouter vond dat de LV uit overwegingen van efficiency weinig baat bij een plaatselijke afvaardiging zou hebben.Daartegenover stelde dominee W.G.Rietkerk van de NGK Utrecht dat het steunen van het voorstel 'een samenbindend effect' zou kunnen hebben.Immers, voor zijn kerkenraad is dit 'het voornaamste punt' waardoor het AKS niet kan worden ondertekend, aldus Rietkerk. ln-de tweede ronde voegde hij daaraan toe in het Baarnse voorstel 'een uitgestoken hand vanaf de achterbank' te zien, dat wil zeggen: een zoeken naar oplossingen van gemeenten die moeite hebben met ondertekening van het AKS. Bang voor 'een lichte verharding' aan hun kant, pleitte Rietkerk daarom voor 'een creatief nadenken' over overbrugging van hun moeiten.
Nieuwe commissie
Nadat het Baarnse voorstel over het vervangen van de huidige 'getrapte' vertegenwoordiging door een plaatselijke vertegenwoordiging was weggestemd (vier vöör: de overigen tegen) kwamen twee spontane voorstellen ter discussie om de uitgestoken hand te vatten van de kerken die moeite hebben met het AKS. De een was afkomstig van ouderling G.J. Bink uit Schiedam, de ander van dominee W. Rietkerk. Binks voorstel behelsde het schriftelijk vastleggen van de bezwaren tegen het AKS door de niet-ondertekenaars en werd met drie stemmen vöör verworpen. 'Dit komt teveel over als een ter verantwoording roepen', aldus ouderling J.J. Smit uit Zeist. 'Liever geen uitspraak dan een als deze.' Rietkerks voorstel werd wel aangenomen (elf stemmen tegen, vijf onthoudingen en 29 stemmen vóór). Het voorstel houdt de instelling van een commissie in 'die als taak heeft de inventarisatie en mogelijke overbrugging van de bezwaren die er bij de kerken die het akkoord nog niet hebben kunnen ondertekenen leven tegen het AKS, en daarover op de volgende LV te rapporteren'. Op de laatste zitting van de LV zal worden gepraat over de bemensing van deze commissie.
Predikantenopleiding
Een ander belangrijk gesprekspunt was de predikantenopleiding. Door de Landelijke Vergadering van Apeldoorn (1994) is een commissie ingesteld die als taak meekreeg de wenselijkheid en mogelijkheid te onderzoeken van een geheel of gedeeltelijk eigen opleiding voor predikanten en om te komen tot eenheid van opleiding binnen de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Een van de aanleidingen was het Verslag van de Raad van Toezicht en Advies voor de Theologische Studiebegeleiding waarin werd gesteld dat de verscheidenheid aan opleidingen 'bij kerkelijke examina hinderlijk en soms verwarrend werkte'.
Op dit ogenblik is sprake van studievrijheid en volgen studenten opleidingen aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie in Amersfoort, aan de rijksuniversiteiten van Utrecht en Leiden en aan de theologische universiteiten in Kampen en Apeldoorn. Er geldt een studie-advies voor 'Apeldoorn', de theologische opleiding van de Christelijk Gereformeerde Kerken. Het enthousiasme voor deze opleiding is echter 'ietwat tanende'. Sommigen menen dat de opleiding een richting opgaat waarin te weinig aandacht is voor de breedheid van het gereformeerde denken en te eenzijdig wordt omgegaan met de verbondsleer.
Complex
Het was de eerste keer dat op landelijk niveau breedvoerig overleg plaatsvindt over de opleidingen en een concreet besluit lijkt nog ver weg. Commissievoorzitter prof.dr. K.R. Veenhof sprak in zijn toelichting op het 35-pagina's tellende rapport van 'een complexe zaak' en vertelde dat zijn commissie niet tot eenduidige voorstellen heeft kunnen komen. Dit hing samen met de breedte van de taakstelling van de commissie en de verschillen van inzichten binnen de commissie, aldus Veenhof, die vorig jaar voorzitter werd in de plaats van de op 22 april 1996 onverwachts overleden J.J. Oostenbrink uit Utrecht. Het eindrapport geeft globaal wel een aantal richtingen aan.
Heeft de vergadering tot een daarvan besloten, dan kan een commissie zich buigen over een concretere invulling van die keus. Om het naar het zich laat aanzien complexe debat en de besluitvorming over dit onderwerp in goede banen te kunnen leiden, stelde LV-voorzitter A. Wattèl uit Hoofddorp voor om na een informatieve-vragenronde op een volgende vergadering drie opties inhoudelijk te bespreken.
Die opties zijn: 1. de situatie laten zoals die is; 2. voortbouwen oplbijstellen van de huidige situatie; en 3. het realiseren van een eigen opleiding.
1
Vruchten
Tijdens de informatieve-vragenronde die vervolgens volgde, vuurden de afgevaardigden in hoog tempo praktische vragen af op de commissie. Hoe is de situatie nu, waar studeren de huidige studenten, hoe is de doorstroom van het Nederlands Gereformeerd Seminarie in Amersfoort (een particulier instituut) naar bijvoorbeeld de theologische opleidingen in Kampen en Apeldoorn. Wat is het vereiste opleidingsniveau, is het noodzakelijk dat van alle studenten hetzelfde niveau wordt vereist, hoeveel waarde wordt gehecht aan academisch-wetenschappelijk geschoolde predikanten en welke eisen stel je aan docenten. Over de vragen en onduidelijkheden die bij de afgevaardigden bleken te leven, zei commissielid ds. M.H.T. Biewenga uit Emmeroord. 'Het gesprek· over dit onderwerp is vijfentwintig jaar niet gevoerd. De vragen en onduidelijkheden die bij ieder van ons leven, zijn daarvan de vruchten. 'De lnhoudelijkebehandeiing van het rapport van Commissie Predikanten Opleiding staat op de agenda van de bijeenkomst op zaterdag 9 mei 1998.