Leren van Larry (3)

1998-05-29
  • Jaargang 42
  • nummer 11
In het vorige artikel werd de korte samenvatting van het boek van Dr. Crabb voltooid. We eindigden toen met de vraag: Wat kunnen wij nu doen met zo’n boek, voor onszelf, maar ook voor en met elkaar? Het ligt wel voor de hand, dat een lezer niet alleen maar zegt, dat hij het een mooi boek vindt, maar dat hij er ook iets mee wil doen. Ook in groepsverband. Daarbij wil ik nu enige kanttekeningen plaatsen. Niet zozeer dus bij het boek zelf als wel bij het gebruik dat we ervan zouden kunnen en willen maken.
Kanttekeningen die toch wel enige waarschuwingen en kritische noten bevatten. Welnu, daar gaan we dan.

Kanttekeningen
Het gevaar van generalisering
Als men het boek van dr. Crabb leest en samenvat komt een bepaald schema naar voren. Men zou zelfs kunnen spreken van een reeks van oorzaak en gevolg. Al sprekend met hulpzoekers heeft dr. Crabb die ’reeks’ telkens weer ontdekt en dat geeft hij aan ons door.
Daar is sprake van pijn, teleurstelling, tekort – Mede aangedreven door de ’volmaaktheidsidee’ gaat men pijn en tekort verdringen en ontkennen en mogelijk ’verdrinken’ in grote ’heilige’ ijver – Ook kan men het zoeken in compensatie van het gemis, waarbij ook deze compensatie weer spanning en onrust veroorzaakt – De weg naar de belijdenis en de overgave aan Gods genade wordt afgesloten – Krampachtigheid treedt op – Men zoekt hulp bij de psycholoog. Deze gaat dan als het ware de weg terug, legt feiten en oorzaken bloot en tracht de hulpzoeker christelijk-pastoraal te brengen tot een overgave aan Gods genade.
Hier dreigt voor enthousiaste volgelingen het gevaar van generalisatie. Het gevaar, dat we dit schema willen toepassen op ieder, die ons vertelt geen vreugde meer te kennen, zijn plaats voor God en onder mensen niet te kunnen vinden en te lijden onder depressiviteit.
Zijn er ook niet echte ziekten, die een ingreep in het fysisch-chemisch-organische vereisen, kortom: toediening van bepaalde medicijnen? Dr. Crabb spreekt daarover niet. Dat wil niet zeggen, dat hij deze noodzaak ontkent.
Maar het zou een ramp zijn, als ik zulk een psychisch zieke broeder of zuster met het bovengenoemde schema zou bewerken. Zijn/haar behoefte aan medicijnen zou ik dan vertalen als een weigering zich aan Gods genade over te geven, waarvan hij/zij zich moet bekeren! Dr. Crabb heeft onderscheidingsvermogen genoeg. Daarvan ben ik overtuigd. Maar hebben wij, enthousiaste volgelingen, dat ook?
Voorzichtigheid geboden!

Het gevaar van versimpeling van de zaak
Men komt in het boek van dr. Crabb herhaaldelijk tegen, dat bepaalde afwijkingen of gewoontezonden kunnen optreden als compensatie voor een diep gemis. De gedachte zou kunnen opkomen, dat men in deze situatie het eigenlijke gemis maar heeft bloot te leggen, de weg naar de echte vervulling daarvan heeft aan te wijzen, om zo de kwalijke compensatie ’vanzelf’ te laten verdwijnen.
Zo zou men de hartstocht voor het ’verzamelen van schatten’ kunnen zien als een compensatie voor het gemis aan ’rijk zijn in God’ (naar Luc. 12:34).
Richt het oog op de ware rijkdom en de compensatie zal ’vanzelf’ haar kracht verliezen.
Ik heb meerdere malen moeten constateren, dat hulpverleners ongeduldig werden, als ze moesten bemerken, dat het niet zo eenvoudig werkt. En dat ze afhaakten! De Schrift geeft aan, dat wat als een compensatie-zonde kan beginnen vaak uitgroeit tot een machtige zelfstandigheid, die zijn plaats tot geen prijs wil opgeven. Paulus zegt, dat de geldgierigheid ’wortel van alle kwaad’ is (1 Tim. 6:10). Hij heeft dat zelf meerdere malen ondervonden (Hand. 16:19 – de bazen van het waarzeggende meisje; Hand. 19:24 – Demetrius met zijn tempeltjes). Wat eens compensatie was, is nu gesitueerd in het hart, beheerst de uitgangen van het leven en belemmert krachtig de overgave aan de genade van God!
Alle versimpeling is funest. Tegen de rijke jongeling zegt de Here rechtstreeks, dat hij zijn bezit moet verkopen en de opbrengst aan de armen moet geven, om zo de Here te volgen (Luc. 18:22). Dat moet hij doen om de weg tot het volgen van Jezus open te krijgen. En dat weigert hij! Een actieve en dodelijke macht! Geduldig en onder gebed voortgaan is het parool. Er is geen instant-oplossing!

Barmhartigheid bij een eisende houding
Het oordeel van dr. Crabb over de eisende houding is zeer streng. Men zou dit ook kunnen uitwerken in een zeer scherpe aanpak. Toch laat de Bijbel telkens weer een barmhartige reactie zien. Van de Here zelf! Job krijgt inderdaad een strenge terechtwijzing van de Here, maar moet toch ook weer optreden als voorbidder voor de vrienden (Job 42:7)! We treffen de ’Waaroms’ aan in Psalm 42/43. Toch leidt de Geest de dichter tot drie maal toe tot nieuwe rust in de hoop (Ps. 42:6, 12; 43:5). In een diepe nood forceert een gelovige telkens weer een ’kortsluiting’ tussen belofte en vervulling, met het gevolg van teleurstelling, verwijt, mismoedigheid.
Maar bij alle terechtwijzing blijft de Here in grote barmhartigheid kennelijk het oorspronkelijke geloof zien achter de lelijke misvorming van verwijt en ongeduld. Dat lijkt me ook voor onze benadering ’voorbeeldig’.
We zouden het mogelijk zo kunnen aanpakken: „Je zit nu met je verwijt bij Psalm 42:10 en 43:2. Maar de Here, die de oude dichter naast je heeft neergezet, wil je ook mèt die dichter meenemen naar Psalm 42:12 en 43:5.
De Here heeft jou met je verwijten bij voorbaat opgevangen door het ’Waarom’ van de dichter. Laat je nu ook
meenemen naar het eind van die psalmen!”

Typisch gevaar voor werken-in-groepen
Het lijkt me goed om in groepsverband een boek als dat van dr. Crabb te bestuderen. Niet op de onder ons nogal gebruikelijke afstandelijke manier, maar zó, dat de leden zich met alle ernst afvragen waar ze zichzelf in de beschouwingen van dr. Crabb herkennen. Een volgende stap is, dat ze moed vatten en de herkenning van zichzelf ook in de groep onder woorden brengen. Dat kan alleen in een sfeer van goed onderling vertrouwen. En het blijft altijd moeilijk zich zo ’bloot’ te geven. In onderling gesprek ontvangen ook de andere leden een stimulans om het pad van zelfherkenning en zelfonthulling te betreden. De bedoeling is deze, dat het onderlinge gesprek helpt de weg te banen tot een reserveloze overgave aan de Here. Gemakkelijk is deze manier van werken allerminst! Gevaren dreigen! Er kan zo licht een bepaalde ’pressie’ ontstaan. Zo in de geest van: Nu heeft Jan zich zo openhartig en eerlijk over zijn tekort uitgesproken. Ook Piet is op een goede manier over de brug gekomen.
Nu zullen de ogen wel op mij gericht zijn. Ik MOET nu ook! Dan keert één van de symptomen van de geestelijke neergang met alle kracht terug, namelijk de krampachtigheid. Het spreken in de kring wordt een krampachtige prestatie voor de mensen, wat vloekt met de beoogde overgave aan Gods oneindige genade! Zo komt op zeer kwalijke wijze ’het paard achter de wagen te staan’!
Natuurlijk beoogt niemand invoering van de enorme geestelijke druk en tirannie, die vele ’sensitivity-trainingen’ kenmerkt. Maar ongemerkt zou men in die kwalijke richting kunnen opstomen.
Dan is het middel tenslotte erger dan de kwaal. Men kan niet voorzichtig genoeg zijn!

Wat dan?
Nu zou ik me kunnen voorstellen, dat iemand bij al die ernstige waarschuwingen mismoedig wordt en er maar van afziet iets met het boek van dr. Crabb te doen, of althans om er voor en met anderen iets mee te doen. Dat is mijn bedoeling niet. Grote bescheidenheid, groot geduld en grote voorzichtigheid behoren toch niet tot de onmogelijkheden? Hoe moeten we dan werken? Ik heb er al iets van gezegd in de samenvatting. Laat de (in)leider een behandeling geven van een deel van het boek. Laat hij op rustige wijze, als het ware enpassant, naar voren brengen wat hij van zichzelf bij dr. Crabb heeft teruggevonden. Bespreking mag volgen. Zonder enige pressie. Het moet voor allen vaststaan, dat er veel mag maar dat er niets moet. Geduld!
Ook zonder enige ’zelfopenbaring’ kan een lid veel hebben aan wat anderen naar voren brengen. Men heeft zich te hoeden voor pogingen tot ontleding van de situatie bij een medelid. Men moet spreken over wat de ander vrijwillig te berde brengt. Anders wordt het gevaar van een tirannieke pseudo-deskundigheid levensgroot. Het moet aan allen duidelijk zijn, dat onbaatzuchtige onderlinge liefde het toneel beheerst.
Wat iemand in de vertrouwde kring te berde brengt moet daar ook blijven. Het is funest, als men zijn vertrouwelijke mededelingen terughoort ’van het andere eind van de straat’. Maar het zou jammer zijn, als de angst voor mogelijke gevaren ons zou bewegen om dan maar weer niets te doen en het boek van dr. Crabb na enige waarderende zinnetjes bij te zetten in het mausoleum van de ’afgewerkte’ boeken in onze boekenkast!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief