De kloof overstijgen: Prof. dr. Johannes Verkuyl

1998-05-29
  • Jaargang 42
  • nummer 11
De vier aspecten van de communicatie van het Koninkrijk Gods dat in Jezus Christus gekomen is en komende is, namelijk proclamatie, diakonia, gemeenschap en deelname aan de strijd tegen onrecht en bevordering van gerechtigheid hangen geheel met elkaar samen. Men mag het ene aspect niet tegen het andere uitspelen. Alle vier aspecten zijn altijd en overal nodig en volstrekt onmisbaar, omdat het Evangelie van Jezus Christus het Evangelie van het Koninkrijk Gods is. En het Koninkrijk Gods is die nieuwe orde van zaken die in Christus Jezus gekomen is en komende is. Jezus Christus is in zijn leven, sterven, opstanding de gekomen en komende Koning in dat Rijk. De schatten van dat Rijk zijn de vergeving der zonden, de vernieuwing van leven en wereld; de constitutie van dat Rijk is de liefde tot God en de naaste en de toekomst van dat Rijk is de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid breeduit woont en alle relaties beheerst. Dat Koninkrijk is dus niet een onsamenhangende reeks van gebeurtenissen, maar een geheel van onderdelen die met elkaar verbonden zijn, onderling samenhangen en onderling afhankelijk zijn. Daarom zijn in de communicatie van dat Evangelie van die gekomen en komende Koning alle vier bovengenoemde aspecten nodig. 1 De eerste ontmoeting

Ik weet nog dat ik vroeger altijd dacht dat Professor Verkuyl klein van postuur zou zijn. Geregeld had ik foto’s van hem gezien in het Gereformeerd Gezinsblad (nu Nederlands Dagblad) waarin hij niet zo positief beoordeeld werd, met name vanwege zijn strandpunt aangaande Indonesië (dat hij volledig zelfstandig had willen maken) en kernbewapening (waar hij vurig tegen was). De eerste keer dat ik professor Verkuyl persoonlijk meemaakte was op Samensmeden, een bijeenkomst van Youth for Christ, eind jaren ’70. Hij was uitgenodigd om te spreken over het onderwerp: ’Omgaan met maatschappelijke vragen’ en hield daar een boeiend betoog. Wat me ’t eerst opviel was dat hij helemaal niet klein en schriel was, zoals ik me had voorgesteld; integendeel, hij is ongebruikelijk groot en fors voor iemand van zijn generatie! Het tweede dat me opviel was hoe gedréven hij was, hoezeer ik het met hem eens moest zijn (in elk geval bij die gelegenheid!) en, het meest nog, hoe hoffelijk en hartelijk hij was.
Daarin ervoer ik hem als een man van het oude stempel; hoffelijkheid zoals hij die toont, komt niet vaak meer voor – tot onze schade! Dat bleek al meteen: na afloop was er de gelegenheid om vragen te stellen.
Een meisje zei: „Professor, u wilt toch niet zeggen dat je als christen met spandoeken de straat op moet gaan om te protesteren tegen maatschappelijk onrecht!” Hij keek ernstig en vriendelijk haar aan en vroeg: „U vindt dat dat niet moet?” Toen ze uiteen had gezet waarom dat natúúrlijk niet moest, was zijn antwoord: „Juffrouw, als u gelijk hebt, staat voor u een zéér groot zondaar! Want u hebt geen idee in hoeveel demonstraties en optochten ik wel ben meegelopen!” Dat kwam er zo duidelijk, maar ook zo ontwapenend uit, dat ik tegelijk dacht: „Zo moeten
mensen die het fundamenteel met elkaar oneens zijn eigenlijk met elkaar omgaan!”

De tweede ontmoeting
Mijn tweede herinnering dateert uit het begin van de jaren ’80 toen er een grote bijeenkomst werd gehouden van leden van het Bestuur en Raad van Advies van de Evangelische Alliantie.
Ik zat, met nog zo’n vijftigtal(?) anderen, in dat laatste orgaan. De aanleiding was het plan van EA om 1983 tot evangelisatiejaar te bestempelen. Dat voorstel had in meer ’oecumenische’ kringen (het Hervormde ’Kerk en Wereld’ en het Gereformeerde ’Diensten-centrum’ in Leusden) negatieve reacties opgeroepen. Ronduit had men aan hun aangesloten gemeenten het advies gegeven niet mee te doen!
We zouden erover gaan praten; vertegenwoordigers van Leusden en Driebergen zouden erbij zijn, alsook – op persoonlijke titel – Professor Verkuyl. Er was, zo herinner ik me, zeer aanzienlijke irritatie, toen bleek dat onverwacht de aangekondigde Leusdense man niet kwam opdagen, een onbegrijpelijke schoffering van de aanwezigen. Van Kerk en Wereld kwam wel een spreker, die meteen ter zake kwam, toen hem werd gevraagd ons te vertellen waar z’n organisatie dan wel de moeiten had. Zo’n evangelisatiecampagne was geheel uit de tijd, deed geen recht aan maatschappelijke realiteiten, was een enorme stap terug ten opzichte van wat al lang geleden grote missiologen als Hendrik Kraemer duidelijk hadden gemaakt. Enzovoort.
Toen het even stil was, vroeg de inmiddels bejaarde Verkuyl het woord. Hij begon op hartelijke toon de spreker te bedanken voor zijn bewogen pleidooi voor aandacht voor sociale structuren. In alle opzichten heel nuttig. „Ik was ook blij te horen hoe warm u sprak over mijn dierbare vriend Hendrik Kraemer. Als ik deze zaal rondkijk en uw aller leeftijd opmerk, denk ik dat niemand hem zo goed gekend kan hebben als ikzelf.” (Punt één in zijn betoog.) Hoe waar was het ook dat Kraemer aandacht had gehad en gevraagd voor samenlevingsvragen van allerhande aard. Het was dus zeer terecht om hier zijn naam te noemen. „Alleen”, zei hij, „zou ik er toch iets aan willen toevoegen. U zou eens moeten weten hoe vaak dezelfde Hendrik Kraemer, tot in mijn eigen huis in Jakarta (toen nog Batavia) toe, moslims en andersgelovigen met klem heeft betuigd hun vertrouwen in Christus te stellen. Wellicht is die houding van Kraemer wat minder bekend, maar u doet hem onrecht als u alleen maar het ene aspect beklemtoont en het andere niet noemt.” (Of het lètterlijk zo gezegd is, ik durf er mijn hand niet voor in het vuur te steken, maar daar kwam het wel op neer.) Een en ander werd op hartelijke toon gezegd, niet fel, polemisch of agressief, maar het punt was wel gemaakt! Niet het ene waardevolle element beklemtonen ten koste van het andere dat evenzeer aanwezig moet zijn.

Holistisch
Dat vond, en vind, ik Verkuyl ten top: een man die zich niet in dit of dat vakje laat plaatsen. Is hij ’oecumenisch’ of juist ’evangelisch’? Hij wil het feitelijk beide zijn. De aspecten die bovenaan dit artikel genoemd zijn mogen niet tegen elkaar uitgespeeld worden: het is onjuist om maatschappelijke vragen te beklemtonen ten koste van de verkondiging van het Evangelie, zoals ook het omgekeerde fout is. Strijd tegen onrecht, opkomen voor armen en verdrukten is een absolute ’must’, net als het dienen van God en medemens. Niet ’of-of’, maar steeds ’en-en’! Dat intens beleefde en uitgedragen standpunt ben ik met Verkuyl gaan associëren. Het lijkt me nog steeds buitengewoon belangrijk om de juistheid ervan te overwegen! In zijn Inleiding tot de Evangelistiek (hij schreef een soortgelijk boek over de Zendingswetenschap) blijkt dat holistische aspect ook; steeds gaat het hem om het gehéél! In genoemd boek zegt hij: „Vooral in het Johannes Evangelie zijn er drie symbolen die het geheim van wat Jezus voor ons gedaan heeft en doet tot uitdrukking brengen: wasbekken, handdoek en kruis. Het kruis zal tot in de eeuwen der eeuwen het diepste symbool blijven van wat Jezus voor ons deed, „toen zijn ure gekomen was om uit deze wereld over te gaan tot de Vader” en toen Hij „zijn liefde tot de zijnen tot het einde toe” tot uitdrukking bracht in zijn lijden, sterven en verrijzenis. (Johannes 13:1) Maar we lezen in Joh.13:1-20 dat de handdoek en het wasbekken evenzeer symbolen zijn van zijn ’liefde als het einde’. Wasbekken en handdoek zijn immers de symbolen van de voetwassing, het zijn de symbolen van Christos Diakonos, die de gestalte van de dienstknecht aannam, die neerboog aan de voeten der discipelen en hun voeten wies als een slaaf.” (p.169) In zijn ’Hoofdsom’ (de afsluiting van zijn Memoires) voegt hij eraan toe: „(Christus stelde die tot) blijvende tekenen. Het diaconale aspect is altijd en overal een integraal element en moet dat zijn in de communicatie van het Evangelie. De ervaring van meer dan vijftig jaar leerde mij dat te zien en daarom heb ik ook steeds getracht hand- en spandiensten te verrichten voor christelijk onderwijs als culturele diakonia, voor sociaal-medisch werk, voor vluchtelingen en gevangenen, voor wijkwerk en agrarisch opbouwwerk en voor relationele projecten die ten doel hebben conflicterende gemeenschappen met elkaar in contact te brengen.” 3 Maar als we dan zouden denken: het gaat dus vooral om diaconale zaken, klinkt ook weer: „Het meest onmenselijke dat je een mens of een samenleving kunt aandoen, is niet het verhaal van Jezus te vertellen en niet de interpretatie van het verhaal door te geven zoals we die vinden in het Johannesevangelie en de brieven van Paulus.
Die naam, Jezus Christus, zijn persoon, zijn werk, moeten alle mensen, van alle volken, van alle religies en van alle ideologieën leren kennen tot bevrijding en behoud, met alle middelen die daartoe behoren: het persoonlijke gesprek, de dialoog, de schriftelijke verkondiging, de media, enz.” Nooit alléén Verkondiging, en nooit uitsluitend dienst: materiële, medische of morele zorg zonder dat de Boodschap aan de mensen wordt doorgegeven.
Uiteraard heeft dr.Verkuyl, emeritushoogleraar Zendingsvakken aan de VU, in zijn tientallen publicaties meer gezegd dan dit alleen. Toch acht ik dit een van de meest waardevolle zaken die hij aandraagt, juist voor onze tijd van toenemende scholing van velen en van specialisatie op talloze gebieden. Er valt zoveel op te merken, wereldwijd. En er is zoveel te doen.

Hoogte, breedte en diepte
In de loop van de laatste jaren heb ik prof. Verkuyl en zijn vrouw beter leren kennen en buitengewoon leren waarderen. Hij is iemand die in de levensspanne van negentig jaar een groot deel van de historie van deze eeuw heeft meegemaakt en daarin een méér dan gemiddeld actief aandeel heeft gehad. Die steeds opnieuw zegt: let erop dat je het ene niet doet ten nadele van het ander! Ze moeten bèide! Ze zijn samen gesteld ten dienste van God en de medemens.” Ik heb me verbaasd over alle zaken die hij op enig moment in zijn lange leven heeft opgepakt, over de breedte en diepte van zijn vriendenkring, over de (letterlijke) veelkleurigheid van zijn contacten en projecten, en hoeveel er wezenlijk door de Here gezegend is.
Hij wilde altijd de (naar zijn mening) heilloze kloof tussen ’”evangelicals’ en ’ecumenicals’ overbruggen en doet dat ook steeds, in eigen persoon!

Een voornemen
Juist in de veelkleurigheid die hij hier (terecht!) stelt is er zoveel geschakeerdheid mogelijk, voor talloze taken van mensen die om technische, landbouwkundige, medische of andere reden de weg naar het buitenland vinden – of ook die thuis blijven, en zich hier voor de zaak van het Koninkrijk inzetten! Als het al nergens anders te vinden zou zijn (in de Bijbel bijvoorbeeld!) kunnen we in die holistische visie aanleiding vinden om iets van die bonte geschakeerdheid van taken in dienst van de Here God te laten zien.
Dat hoop ik gestalte te zien krijgen in een serie bijdragen over leven in andere landen en culturen. Die is dus beoogd voor de komende weken en maanden. Eigenlijk hoop ik dat, als we eenmaal meer aandacht voor deze verhalen krijgen, er nooit meer een einde aan komt! Gods wereldwijde werk gaat immers door. Tot Christus terugkomt, in macht en heerlijkheid.

Noten
1. Geciteerd uit ’Hoofdsom’, het laatste hoofdstuk van zijn autobiografie Gedenken en Verwachten; Memoires. Kok, 1983; p. 326. Een prima leesbaar en zeer leerzaam boek!
2. Dr. J. Verkuyl, Inleiding in de Evangelistiek. Kok, Kampen; 1978; p. 162.
3. Gedenken, p. 327

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief