Heimwee naar de tuin van de jeugd
1998-08-21
Natuurlijk heeft u zoiets al eens eerder gelezen. Vele malen misschien. Over Nederlanders die opgegroeid zijn in Nederlands-Indië en terug in het vaderland aanpassingsproblemen hebben. En zeker over joden die moesten onderduiken en het overleefd hebben. En toch. Het is niet voor niets dat Het lied en de waarheid van Helga Ruebsamen zoveel aandacht en waardering krijgt.- Jaargang 42
- nummer 17
Want ze heeft het allemaal wel heel origineel en indringend beschreven. Namelijk niet vanuit de wijze volwassene die terugkijkt, maar vanuit het kind zoals dat alles ervaren heeft op het moment dat het gebeurde.
En dat perspectief heeft een verrassend mooi en indrukwekkend boek opgeleverd; een roman waarvan in één jaar tijd tien drukken zijn verschenen. En dat als tweede genomineerd stond voor de grote Librisprijs dit jaar. Redenen genoeg er in Opbouw aandacht aan te besteden.
Hoofdpersoon is het meisje Louïse dat opgroeit in Bandoeng. Ze is het enige kind van Cees Benda, die als gynaecoloog werkzaam is in het ziekenhuis in die plaats. Je leert haar kennen als vierjarige die in haar eigen droomwereldje gelukkig is met de vertrouwde mensen om haar heen, haar joodse vader, moeder, tante Margot en de ’nachtmensen’, zoals de baboe. Ze leeft onbezorgd haar vrije leventje in het grote huis en in de tuin waarin de waringin de betoverde prins Dewi Kesoema is en de beek zijn prinses.
In haar denkwereld is alles bezield: de dieren, de planten, maar ook de tafel en de sofa. Van haar moeder en de nachtmensen weet ze van het bestaan van demonen en geesten die je te vriend moet houden, want hun macht is groot. ’s Avonds luistert ze naar de tokeh; spannend, want als hij zijn naam twaalf keer roept, brengt hij geluk.
Onbegrijpende getuige
De komst van oom Felix brengt een wending in haar leven. Hij is de jongste broer van haar vader en de verloofde van tante Margot en met zijn vrolijkheid lijkt hij precies in Louïses wereldje te passen. Maar hij is ook aanleiding tot het overspel van haar moeder waar Louïse onbegrijpend getuige van is. Ze ziet het inderdaad als spèl en in alle onschuld stelt ze tante Margot voor het met haar te spelen.
En dat betekent het einde van haar gelukkige leventje en uiteindelijk haar verjaging uit het paradijs.
Ze is ervan overtuigd dat het haar schuld is en ziet dan ook een direct verband met hun vertrek naar Nederland.
Ontworteld
Louïse voelt zich doodongelukkig op de boot die haar elke dag verder van Java af brengt. Ze vindt troost en meeleven bij de iets oudere Tinka, een familielid dat in het gezin is opgenomen en met ze meereist.
Louse en Tinka zijn steeds samen, voelen zich één in hun heimwee naar Indië; dromend over de mogelijkheid terug te gaan. 1 Tinka is een echte Balinese, een natuurtalent dansen, haar lichaam beheersend tot in de toppen van haar vingers en tenen. 2 Ze worden in vertrouwen genomen door meneer Benjamin die in Colombo aan boord komt. Hij is een wereldberoemd pianist, maar op dat moment oud en ziek. Ze zijn veel met hem samen en daardoor haast medeplichtig als hij overboord springt op weg naar ’het beloofde land’. Ze hebben het idee dat ze
hem maar al te goed begrijpen.
Verkommerde waringin
Via Parijs gaan de gezinsleden naar Den Haag waar ze hun intrek nemen in het grote, grillig gebouwde huis van oma Mimi. Verspreid over de talloze ruimten brengen veel familieleden en vluchtelingen hier het halve jaar door dat aan de oorlog voorafgaat. Het huis staat bol van de discussies tussen fanatieke zionisten en wat gematigder joden. Tinka en Louïse voelen zich er ongelukkig tussen en dat versterkt hun verlangen naar Indië alleen maar.
Het verschil in levenswijze en sfeer tussen het oosten en Europa, waar zelfs het zonlicht een slap aftreksel is van wat het hoort te zijn, is te groot. Al het vertrouwde uit hun eigen wereld is weg. De mensen hier merken niet eens hoe ze de geesten en demonen door hun houding uitdagen en vertoornen.
De kleine waringin die bij oma Mimi staat te verkommeren, ervaren ze als symbolisch voor hun situatie.
Het wordt Tinka allemaal te veel en ze gaat, als er geen kans is op een spoedige terugkeer naar Indië, luisteren naar wat de goden die ’in haar hoofd spreken’ haar opdragen. Ze loopt de zee in, terug naar Indië.
Het waterland
De vertrouwde kring om Louïse wordt nog kleiner als haar moeder naar Londen gaat en tante Margot net voor het uitbreken van de oorlog naar Java vertrekt. En wanneer oma Mimi met wie Loulou na de dood van Tinka een hechte band heeft opgebouwd dan ook nog sterft, wordt haar wereldje heel erg klein. De Duitsers trekken het net om de joden strakker aan en haar vader en zij worden gedwongen onder te duiken. Ze vinden een schuilplaats op een boerderij in ’het waterland’ bij Aleida Bakker die al eerder door oma Mimi als gouvernante van Louïse was aangesteld. Daar komen ze, ternauwernood ontsnapt aan een razzia, de oorlog door, maar Louïse is er ongelukkiger dan ooit: Ze voelt zich tegenover haar vader in een concurrentiepositie gedwongen met Aleida, omdat die hem van haar probeert af te pakken. Als de bevrijding is gekomen, kiest Louïse voor de wereld van het lied en daarom verdringt ze de waarheid. Ze ontkent de onderduikperiode en gaat op weg naar Den Haag. Haar terugtocht is begonnen.
Meer dan een verhaal
Het lied en de waarheid is veel meer dan de opeenvolging van feiten en gebeurtenissen. Het is vooral de wijze waarop Louïse die gebeurtenissen beleeft en verwerkt; of nìet verwerkt want vaak begrijpt ze nauwelijks iets van wat er om haar heen gebeurt en moet je dus als lezer veel dingen anders interpreteren dan Louïse zelf doet: Als haar vader veel in zichzelf gekeerd is en zich grote zorgen maakt over de toenemende dreiging van het nationaal-socialisme in Duitsland wijt zij zijn somberheid aan de brieven met krantenknipsels die oma Mimi hem uit Den Haag stuurt. Tot aan het einde van de oorlog toe weet ze niet van jodenvervolging af en dringt het niet tot haar door dat ze daar zelf slachtoffer van is .3 Wat Louïse wel maar al te goed door heeft, is dat ze uit haar paradijs gesleurd wordt en dat de weg terug volledig afgesloten is.
Droomwereld
Door zich in haar droomwereld op te sluiten beschermt ze zich tegen de boze buitenwereld. Ze verdringt wat niet in haar paradijs past: Nadat ze machteloos heeft moeten toekijken hoe Tinka de zee ingelopen is, fantaseert ze dat Tinka met haar moeder meegaat naar Londen en pas als ze haar moeder uitzwaait neemt ze afscheid van Tinka; en als de onderduiksituatie in het waterland haar te veel geworden is, creëert ze een tweede Louïse, een afsplitsing van zichzelf waarin ze zelf heel diep wegkruipt, maar die precies reageert zoals de omgeving van haar verwacht en zoals zij het in die omstandigheden niet kan.
Tegenstelling
Vanuit Louïse en later Tinka leer je de Oosterse gedachtewereld kennen. Je doorvoelt hoe ze buiten Indië, in Frankrijk en later in den Haag volledig vervreemd raken in een wereld waar voor geesten en demonen geen plaats is; in een Europa dat grauw en kleurloos is met bomen zonder bladeren; waar je vrijheid beknot wordt: je mag er niet eens op blote voeten rondlopen en overal hangen bordjes ’Verboden Toegang’, ’Niet betreden’, ’Levensgevaar’. Naarmate Louïse verder verwijderd raakt van haar tuin wordt die in haar fantasie al paradijselijker. Heel de roman is doortrokken van heimwee naar het Indië van haar kleuterjaren.
Boeiende figuren
Louïse is de hoofdpersoon, maar daarnaast wemelt de roman van boeiende figuren die in al hun veelkleurigheid schitterend neergezet worden. Je komt ze met name tegen in het huis van oma Mimi in Den Haag. De ooms en tantes en vooral oma Mimi zelf. Ze behoort tot de oudste generatie van de rijke artistiek-joodse familie; is zelf modeontwerpster. Ze is een sterke persoonlijkheid met een bewogen verleden die alles en iedereen naar haar hand weet te zetten. Bijzonder, maar heel herkenbaar, levensecht getekend.
En dan is daar niet te vergeten Aleida Bakker door oma Mimi uitverkoren en aangesteld als een soort gouvernante voor Loulou en Tinka. Ook zo’n apart, eigenzinnig figuur, een ijzersterk karakter.
Authentiek
Het lied en de waarheid is een prachtige roman. Bijzonder – door de keuze van een kind als hoofdfiguur, waardoor heel ingrijpende dingen als een razzia, een zelfdoding, de ontdekking van het overspel, haast als terloops verteld worden. Belangrijk is wat het kìnd belangrijk vindt.
Soms wordt het strak volgehouden kinderperspectief ineens doorbroken en duikt een volwassen Louïse op die vertelt wat ze later ontdekt heeft; die klaagt dat ze bij het schrijven merkt dat haar geheugen zo onbetrouwbaar is: ’een eigenzinnige verzamelaar die zijn collectie slordig beheert’. Het verhaal komt er alleen maar authentieker door over.
Trage start
De roman komt wat langzaam op gang. Het begint met een uitvoerige situatietekening – je leert er de sfeer van het Indische leven zoals Louïse dat ervaart wèl goed door kennen.
Pas met de komst van oom Felix komt er vaart in de roman. Het laatste deel, de onderduikperiode, wordt daarentegen meer fragmentarisch verteld; slechts enkele gebeurtenissen uit die periode maken indruk op Louïse.
Levensecht
Het vroegere werk van Helga Ruebsamen sprak mij niet zo aan, maar van deze roman ben ik erg onder de indruk. 4 Het zal er zeker mee te maken hebben dat in Het lied en de waarheid veel autobiografische gegevens verwerkt zijn: Helga Ruebsamen – geboren in 1934 – is zelf in Indië opgegroeid en vlak voor de oorlog naar Nederland gekomen. Maar daarnaast is het ook haar grote inlevingsvermogen.
Het heeft een levensecht verhaal opgeleverd vol afwisseling, met schitterende beschrijvingen en boeiende figuren. In een mooie taal. Met fraaie beelden.
N.a.v. Helga Ruebsamen, Het lied en de waarheid. Amsterdam, 1997. Gebonden f 34,90
Noten
1) Van het moment van hun ontmoeting af verandert het ik-verhaal in een wijverhaal.
2) ’Het geheim van jullie bloed is het natuurlijke gevoel voor ritme’ blz. 267 3) Het milieu niet joods-orthodox: door het niet vieren van de sabbat ontkomen Papa en Louïse bij de razzia.
4) O.a De kameleon (1964); De heksenvriend (1966); Op Scheveningen (1988)