Gods voorzienigheid hangt in de lucht
1998-10-16
Of het nu komt door de invallende herfst, het einde van dit millennium of het volledig zien afknappen van christelijke idealen in de westerse cultuur, maar Zondag 10 hangt in de lucht. U kent het: Gods voorzienigheid doet ons alle dingen - van ellende tot geluk - toekomen van zijn vaderlijke hand.- Jaargang 42
- nummer 21
Twee keer naar de kerk, twee keer een preek over Zondag 10. Iemand geeft een preekbandje en ja hoor, Zondag 10. En je komt op het werk en waar begint de collega over? ”De dominee heeft afscheid van Zondag 10 genomen”. En ’s avonds klik je de tv aan en ziedaar, een hoogkerkelijke gast meldt zijn worsteling met ’die donkere kant van God’ vanwege werkloze handen bij diep verdriet.
Zou dat opkomen uit het gevoel dat God uit Nederland is vertrokken; dat we over voetbal beter kunnen argumenteren dan over waarden en normen? Dat zo’n debat als een verbale zeepbel zonder enige geestelijke inhoud uit elkaar is gesprongen? U kunt het misschien niet geloven, maar in het pas verschenen zeer gedegen werk van de gereformeerd-synodale ethicus Gerrit Manenschijn over seksuele moraal, zult u geen enkel inhoudelijk argument tegen incest treffen. Waar iedereen tegen incest is - ook Manenschijn - daar geldt slechts een vooronderstelling: ”Het mag niet, omdat het niet mag”. Wat rest is een historische analyse van de seksuele normen en waarden. Maar nergens wordt gesproken over een kennen waar de Geest aan appelleert. En als we zelfs over zulk wangedrag als incest niets geestelijks kunnen zeggen, waarin kunnen wij de Geest Gods dan nog wel meedelen? Gods hand - het vaakst herkend in de geest van de mensen - is kennelijk publiekelijk geweken.
Andere handen
Maar als Gods onzichtbare hand geen vat heeft op het publieke debat en in het wereldtoneel, zijn er dan andere machten die wel werken? Heeft die samengebalde vuist van de wereldpolitiek dan beter zijn werk gedaan?
Heeft deze vuist dan al een brand geblust die niet bleek uitgewoed: Ruanda, Bosnië, Israël, Timor? Hebben de ongekende financiële machtsconcentraties nu meer greep op de economische deploratie dan 65 jaar terug? Nooit is er zoveel tijd en geld voor medisch onderzoek uitgetrokken als nu, wetenschappers trekken in karavanen langs de congrescentra, er is volstrekte uitwisseling van gegevens, maar heeft de levensverlenging in het westen geleid tot een gezonder leven? Is er wereldwijd minder ziekte? Het is misschien zelfs wel meetbaar met pieken en dalen; kwantitatief lijkt er voor de geamputeerde hand van God in de wereld geen goede prothese te zijn gevonden. Nu zullen er zijn die denken dat Gods hand van Zondag 10 vooral geestelijk is bedoeld in tegenstelling tot de menselijke hand die materieel of fysiek acteert. Maar dat blijkt nergens. Ook niet uit de worsteling van ons allemaal. In Zondag 10 komt regen en droogte, loof en gras, rijkdom en armoede, gezondheid en ziekte, kortom alles van wereldpolitiek tot huiselijk leven, van zijn vaderlijke hand. Het eerste denken wij dan aan concrete situaties; het verdronken jongentje, seksueel misbruik of werkloosheid, maar ook aan de watersnood in Bangladesh, de droogte in Soedan of de kinderporno in Nederland. ”Here wij hebben gebeden, maar komt dat nu allemaal ook van Uw hand?”
Zweethanden
Met Zondag 10 is zeker niet alles gezegd, maar toch zullen we - hoe het ook geformuleerd wordt - ergens in die buurt uitkomen. Er moet zeker meer gezegd, gelezen en geleefd worden. Want zo is het niet te begrijpen. Het valt zo slecht te geloven. Maar we weten ook dat - als God er niet bij betrokken is of ’slechts’ toeziet bij dat leed - we een even grote vraag onbeantwoord houden: ”Ontkomt God soms iets? Omspant Hij dan niet het hele leven?”. Nu de communistische handen machteloos zijn en de grijpgrage klauwen van het kapitalisme meer vernielen dan bewaren, daar rijst de vraag opnieuw: ”En Gods hand dan?”. Het is alleen de Geest die dat duidelijk kan maken in ieders persoonlijk leven, maar ook in het publieke debat. Met alle onbegrip en talloze vragen, toch vasthouden aan Gods hand in deze onherkenbare tijd is net zoiets als met zweethanden een touw vastgrijpen. Het is zo paradoxaal, zoals Huizinga het zei: ”Alsof een barmhartig God glimlachend zeide: houdt u maar strak, ik zal u wel kneden”.