Paul in Israël

1998-10-16
  • Jaargang 42
  • nummer 21
Een half jaar werkte Paul Wijkhuizen (23) uit Den Helder als vrijwilliger bij bouwwerkzaamheden in het psychiatrische ziekenhuis Kfar Shaul bij Jeruzalem. Nu is weer terug is in Nederland, is dat een goede gelegenheid om hem naar zijn ervaringen te vragen.

Eerst iets over de geschiedenis van dit bijzondere ziekenhuis. Met de instelling Kfar Shaul werd in 1951 begonnen onder leiding dr. J. Schosberger. Hij kwam in zijn praktijk veel mensen tegen die hetzij door de holocaust, hetzij door de oorlog van 1948, in ernstige psychische moeilijkheden waren gekomen.
In een voormalig Arabisch dorpje ten westen van Jeruzalem stond een aantal huizen leeg. Hij betrok met zijn staf en patiënten deze huizen, en startte er met de behandeling en begeleiding van de mensen.

Erbarmelijk
In het ziekenhuis werkte een Nederlandse verpleger, Jan van der Niet. Via hem kwam er contact met Nederland.
In 1980 bezocht een aantal Nederlanders dit ziekenhuis. Men schrok van de toestand binnen de muren van de instelling. Gemeld werd dat er 240 patiënten op een erbarmelijke wijze waren gehuisvest. Er zaten teveel mensen in te kleine ruimte, sanitaire voorzieningen waren amper aanwezig en ook waren de huizen ’s winters niet verwarmd. Het was gewoon nodig dat er iets aan gedaan werd. Geschat werd dat de restauratie van de bestaande gebouwen en de bouw van 2 nieuwe psychogeriatrische afdelingen, voor de chronisch zieke patiënten, een bedrag van 10 miljoen gulden nodig was.

Steun vanuit Nederland
Het geld van de restauratie en aanpassing van de huizen kwam (en komt) voor een groot deel uit Nederland.
Er werd een stichting opgericht en de EO wijdde een speciale TV-uitzending aan Kfar Shaul. Ook een deel van de nieuwe psycho-geriatrische afdeling werd met dit geld gebouwd, een ander deel kwam van de Israëlische overheid. Inmiddels wonen er in het ziekenhuis meer dan 300 patiënten.
Het grootste deel van de gebouwen is inmiddels gerestaureerd, dankzij de hulp van een groot aantal vrijwilligers uit Nederland. Paul was dus één van die vrijwilligers.

Hoe kwam je op het idee om naar Israël te gaan?
Mijn moeder had in het Nederlands Dagblad een advertentie gezien van de Stichting Kfar Shaul. Ze zochten vrijwilligers met ervaring in de bouw, die leiding konden geven aan anderen die daar aan het werk waren en aan stagiaires. Dat trok me wel en toen heb ik geschreven. Binnen een aantal dagen was het rond.

Wat heb je hiervoor ’gedaan’?
Ik heb LTS en MTS-bouwkunde gedaan. Daar horen natuurlijk stages bij. En ik werk al jarenlang als vrijwilliger bij de restauratie van Fort Kijkduin in Den Helder. Dat is een enorm fort uit de tijd van Napoleon, o.a. bekend door het ’skelet van de walvis’. Dat soort projecten trekt me, omdat er veel geschiedenis bij komt kijken.

Vertel eens iets over Kfar Shaul....
Eerst de geschiedenis van het dorp. Het is van oorsprong een Arabisch dorp Deïr Jassin, op de heuvel aan de grote weg van Tel Aviv naar Jeruzalem. In 1948 werden hier 240 Arabische burgers gedood. Er is toen een complete veldslag uitgevochten. Bij elk huis werd slag geleverd. De reden waarom dit dorp aangevallen werd was, dat hier vandaan voortdurend Joodse voedselkonvooien beschoten.
Toen het dorp uiteindelijk ingenomen werd, trof men o.a. de lijken van Iraakse militairen aan, die kennelijk medeverantwoordelijk waren voor de beschietingen.

Er moest nogal wat verbouwd worden. Waar hebben jullie je mee bezig gehouden?
Het gebouw heeft een hele grote binnenplaats die overdekt moest worden.
Binnen in het gebouw moesten overal nieuwe muren in vanwege een andere kamer indeling, alle kozijnen werden vervangen, elektra moest worden aangelegd en het dak moest ondersteund worden omdat de oude balken niet sterk genoeg meer zijn. Ook kwam er centrale verwarming. Tevens moesten er een nieuwe vleugel voor de keuken en waskamers aan gebouwd worden. Op de overdekking van de binnenplaats ben ik best trots. We hebben die overkapping een beetje schuin naar binnen af laten lopen, waardoor er een heel speciale lichtinval is ontstaan. (Uit de grote voorraad plakboeken en documentatie tovert Paul ondertussen een paar foto’s te voorschijn en het resultaat is inderdaad prachtig). De afdeling die wij verbouwd hebben wordt een soort observatieafdeling voor het ziekenhuis.

Wie komen er in Kfar Shaul werken als vrijwilligers?
Er zijn stagiaires bij van de M.T.S., je kunt namelijk soms ook in het buitenland stage lopen. Daarnaast waren er meestal ongeveer 8 vrijwilligers aan het werk. De stagiaires hebben lang niet altijd een kerkelijke achtergrond; de meeste vrijwilligers wel. Men komt met dit werk in contact via bijvoorbeeld een reformatorische krant of een kerkblad. De leeftijd van de vrijwilligers loopt sterk uiteen, er waren jonge mensen en gepensioneerden. Maar ook de achtergrond is verschillend: stratenmakers, timmerlieden enzovoorts.

Je ging in Jeruzalem ook naar de kerk. Kun je daar iets over vertellen?
We gingen meestal met een paar vrijwilligers naar de kerk. We hebben een aantal kerkdiensten bezocht, zoals de Nederlandse kerkdiensten met Ds. C. van de Boogert, de Christ Church, een meer evangelisch getinte gemeente, de Y.M.C.A., naar een huisgemeente met Canadese wortels en naar een kerk van Messias-belijdende Joden.

Zijn de kerkdiensten daar anders dan bij ons?
Wat me bij de Messias-belijdende Joden opviel was dat ze heel sterk het heil vanuit Jeruzalem verwachten. De kerkdiensten bij de Messias-belijdende Joden zijn op zaterdag, dat sluit dus sterk aan bij het Joodse geloof.
Eerst moet het Joodse volk terug naar het Beloofde Land, dan komt er een eigen staat, en dan volgt het herstel van Sion, waardoor elke mond Jahweh zal belijden. De eerste twee profetieën zijn uitgekomen, ze wachten nu op de wederkomst.
Het accent bij het Oude Testament is anders dan wat ik bij ons in de kerk gewend ben. Bij ons ligt toch wel duidelijk de nadruk op het Nieuwe Testament.
Maar in die gemeente van Messias-belijdende Joden was men heel veel bezig met de profetieën uit het Oude Testament. Ik heb daar best wel wat van geleerd. Men legt dan uit dat alles daar al verwijst naar de Messias.
Vooral uit het bijbelboek Amos werd veel gepreekt. En toen ik in Israël was, vierde het land zijn 50-jarige bestaan, ook dat kwam terug in de kerkdiensten.

Zo’n verblijf in Israël, verandert dat je geloof ook?
Als je het land Israël hebt gezien, lees je de Bijbel anders. Een aantal geschiedenissen gaat meer voor je leven. Veel plaatsen bestaan ook nú nog. Je hebt de weg van Jeruzalem naar Jericho gezien, je weet de afstand en je hebt de hoogteverschillen gezien. Wat die afstand betreft: tijdens de kerkdiensten in Nederland heb je daar geen enkel idee van. Ik wist niet dat Golgotha zo dicht bij de tempel lag, het is maar een aantal minuten lopen. Je kunt vanaf Golgotha de tempel zien liggen. Anderzijds: als je bedenkt dat de mensen vanuit het Noorden ieder jaar naar de tempel gingen, dan bedenk je nu opeens wat voor enorme reis dat was, honderden kilometers door onherbergzaam land.

Op je foto’s van Israël zie ik veel groen. Je hebt er allerlei bijbelse planten en bomen gezien. Kun je daar iets over vertellen?
Van bomen en planten heb ik weinig verstand, al weet ik nu wel hoe een olijfboom er uit ziet. Maar wat me vooral opviel is hoeveel de Joden investeren in de begroeïing van het land. Je ziet vanuit de bus direct wat Joods gebied is en welk gedeelte Arabisch is. Voor de Joden zijn bomen erg belangrijk, ze doen er alles aan om het land groen te maken; de Arabische gedeelten zijn veel kaler.
Verder wordt het land van Noord naar Zuid op zichzelf al steeds onherbergzamer.
Het Noorden is groen, in de omgeving van Jeruzalem zijn veel rotsen en bergen, in het zuiden heb je de woestijn.
(Overigens: op een aantal foto’s van Paul zag ik een dik pak sneeuw. Terwijl wij hier in Nederland een buitengewoon zachte winter hadden, heeft Paul twee maal zware sneeuwval meegemaakt....).

Paul komt niet over als iemand die meteen van slag is. Hij lijkt de rust zelve. Toch maar een vraag over de spanningen in Israël.... Je zat in een spannende tijd in Israël. Er ging een grote dreiging uit van een aantal Arabische landen. Er bestond een groot risico op aanslagen. Was je bang?
Nee, nauwelijks. Ik vind de berichten die jullie in Nederland gehad hebben een beetje overdreven. Jeruzalem is de stad met de meeste verslaggevers, alles wat hier gebeurd is wereldnieuws.
Het gebeurt heel vaak, dat als er iemand uit Nederland belde en die vroeg naar de rellen, beschietingen, gasmaskers, bomaanslagen enz. dat wij gewoon niet eens wisten dat er aanslagen zijn geweest. Je moet overigens ook niet vergeten dat Jeruzalem een grote stad is geworden, met enorme nieuwbouwwijken. Het was vanuit Kfar Shaul 6 km. lopen naar het centrum.
Trouwens, zelfs al ben je in de oude stad, dan merk je nog niet alles. Er was een bomaanslag bij de Damascus poort; op die dag ben ik de hele dag in de oude stad geweest en wel 10 keer bij de Damascus poort, maar we hebben er helemaal niets van gemerkt. Ik heb er niemand over horen praten.
Het enige dat wel opviel was dat er zoveel politie op straat was, maar echt meer niet. We hebben met de dreiging van Saddam wel gasmaskers gehad, en in de winkels zag je wel overal plakband en plastic liggen maar van koopgekte en de run op gasmaskers hebben we niets gemerkt. We zagen het net als jullie op televisie.

De beelden van Israël laten vaak orthodoxe Joden zien. Ze lijken mij heel fanatiek en weinig verzoeningsgezind tegenover de Arabieren.
De orthodoxe Joden vormen maar 10% van de Israëlische bevolking. Wel is het een sterk groeiende groep die in de politiek buitengewoon veel invloed heeft. Veel gezinnen tellen meer dan 10 kinderen.
Ze leven erg streng volgens de regels die hun zijn opgelegd door de rabbijnen, zo mogen ze bijvoorbeeld op sabbat, vrijdag avond tot zaterdagavond, geen vuur maken. Dit houdt in ook geen auto rijden en geen elektrische apparaten gebruiken, als je een lamp aan doet voor sabbat dan mag je hem op de sabbat ook niet meer uit doen... Zowel bij de Israëli’s als bij de Arabieren zijn deze Joden weinig populair.
Ze zijn vaak werkloos (men noemt wel een percentage van 80%!), maar ze worden vaak financieel ondersteund door familie vanuit de Verenigde Staten of uit het Oostblok. Ze hebben een heel sterke eigen mening, waar niet aan te tornen valt.

Had je contacten met orthodoxe Joden?
Ik maakte eens mee dat er op koude dag bij ons aan de deur werd geklopt.
Ik deed open er stonden twee orthodoxe joden voor de deur die mijn hulp vroegen. Ik ben met hen meegegaan en kwam bij hun thuis in een stikdonker en koud huis. De vraag was of ik het licht en de kachel aan wilde doen.
Deze orthodoxe joden vertelden mij dat er iemand in deze wijk woont die niet joods is en die deze klusjes altijd doet en dan ná de Sabbat hiervoor geld krijgt. Zelf mogen ze geen vuur maken maar anderen vragen dat mag weer wel! Ook hebben we een keer op Sabbat met een auto door zo’n wijk gereden.
We moesten terug naar huis, toen gingen de orthodoxe joden langzaam voor onze auto lopen en allerlei verwensingen roepen en op de auto slaan.

Wat is de invloed van de orthodoxe Joden?
Politiek hebben ze veel invloed, omdat de regering van de steun van de orthodoxen afhankelijk is. Maar je merkt het ook in Jeruzalem. Op de sabbat rijden daar geen bussen, in principe is alles gesloten. Toch werkt het in de praktijk anders, want de vrijdagavond is toch de uitgaansavond. De café’s zijn dan wel open. Veel jongeren mopperen erg op de orthodoxen. Eigenlijk is Jeruzalem een geseculariseerde stad, waar niettemin strenge Joodse regels gelden. In Tel Aviv is de sfeer heel anders, dat is een volledig verwesterde stad. Je ziet dat alleen al aan de architectuur. Men zegt wel eens: Jeruzalem bidt, Tel Aviv viert feest en Haifa werkt.

Hoe staan orthodoxe Joden ten opzichte van Christenen?
Op een dag raakte ik aan de praat met een orthodoxe jood. Hij geloofde dat als hij volgens de regels leefde en zijn best deed dat hij dan wel gered zou worden. Ik als niet- jood hoefde niet net zoals hij aan alle regels te voldoen, maar ik moest leven volgens 7 regels die de rabbijnen voor niet-joden hebben opgesteld. Deze regels kun je krijgen bij de Klaagmuur. Toen ik vertelde dat ik christen ben, zei hij dat. ik daar niets aan kon doen, maar dat mijn ouders mij verkeerd hadden opgevoed. Christenen volgen, volgens hem, de fantasieën van een méns na. Een redelijk gesprek viel niet met hem te voeren, want hij was er van overtuigd dat alle problemen in de wereld te maken hadden met het feit dat het jodendom en Israël tegengewerkt worden.

Had je ook contact met Arabieren?
Ja, bijna dagelijks, want ik werkte ook samen met Arabische mensen. Het beeld dat wij hebben van de Arabieren klopt niet. Alleen in de probleemgebieden (zoals Hebron) lopen de spanningen hoog op. De Arabieren met wie ik samen werkte waren meestal blij met de staat Israël, omdat hun levensomstandigheden sterk verbeterd zijn. Ze willen zeker niet onder Arafath leven. Als ik vroeg naar de bom-aanslagen moesten ze daar ook niets van hebben. Ze kiezen dus eerder voor een Joods bestuur dan voor een Arabisch bestuur. Waar die mensen wel moeite mee hebben is het feit dat de Israëlische regering zo veel voor hen bepaalt. Eén van die mensen had bijvoorbeeld nog steeds geen werkvergunning en was dus in feite illegaal aan het werk. En dat terwijl hij een gezin moest onderhouden. Door de regels van de Israëlische overheid kon hij alleen in het weekend naar zijn gezin. Waar deze gematigde Arabieren wel veel moeite mee hebben is de intolerantie en de invloed van de orthodoxe Joden, Maar diezelfde moeite bespeurde ik ook bij de Joden zélf.

Foto’s
Na afloop van ons gesprek laat Paul nog een enorme stapel aan foto’s zien. Je komt op die foto’s allerlei Bijbelse plaatsen tegen. De graftuin waar Jezus begraven was, de beek Krith waar Eliza zich schuil heeft gehouden (1 Kon. 17), de wadi bij Ein Gedi , waar David op de vlucht was voor Saul (1 Sam 4), de berg Horeb, waar Mozes de tien geboden kreeg. Ook voor mij krijgen die bijbelse geschiedenissen zo een meer concrete vorm.
Een heel indrukwekkende foto vond ik de foto van het holocaustmuseum (Yad Vashem): een foto van een goederenwagon van de Deutsche Reichsbahn op een schuin oplopend stuk rails. En daarnaast een prachtige foto van een Joodse vader, die bij de klaagmuur zijn zoon uitlegt ’wat deze stenen te betekenen hebben.’ Dat is een opdracht die blijft, ook voor ons.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief