Bekentenis

1998-11-13
  • Jaargang 42
  • nummer 23
Ze hebben haar geslagen en getrapt,
ze hebben haar betast en uitgekleed,
ze wilden weten wat zij stiekem weet
en nu heeft ze er iemand bij gelapt.

Haar mond, eerst nog zo dun en stijf op slot,
verzucht een naam in kleine bellen bloed.
Ze roepen dat zij harder spreken moet.
Ze kijkt hen aan en ze herhaalt: „Mijn God”


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief