Een omgekeerde regenboog
1998-11-13
U hebt altijd gedacht dat de nakomelingen van Noachs zoon Cham langs de kust van de Middellandse Zee leven? Na lezing van de roman Kinderen van Cham van Mance ter Andere weet u wel beter. Ze wonen op een eilandengroep in de Atlantische Oceaan – onbereikbaar voor andere mensen, beschermd als ze zijn door Ukwakwajuk, de ring waarmee de Eeuwige ervoor zorgt dat ze veilig zijn en onvindbaar. Geen boot kan er door, geen vliegtuig er overheen. - Jaargang 42
- nummer 23
Herkomst onbeken.d
Met Kinderen van Cham heeft Mance ter Andere een zeer originele roman geschreven. Eigenlijk heb ik al te veel verteld, want als lezer moet je deze dingen zelf ontdekken, met de hoofdpersonen mee. Dat zijn twee Nederlanders, de succesvolle tv-journalist Steven Sörenfjeld en dr. Joyce Andersen, die als antropologe werkzaam is bij vluchtelingenopvang. Ze komen met elkaar in contact als Joyce door haar werk betrokken raakt bij Xom, die met asielzoekers uit Afrika ons land binnengekomen is. Hij valt op doordat met hem op geen enkele wijze te communiceren valt; zijn taal is hier volslagen onbekend.
Ook waar Xom vandaan komt blijft aanvankelijk duister; een onderzoek naar zijn herkomst werkt hij tegen, want hij is erg argwanend. Terecht naar blijkt, hij wordt achterna gezeten door een wereldwijd syndicaat dat er belang bij heeft gegevens uit hem los te peuteren.
Ruimteschip
Steven en Joyce ontfermen zich over hem. De warme belangstelling van Joyce en Stevens tekentalent brengen het contact tot stand en langzaam aan gaan ze iets van Xoms situatie begrijpen. Ze komen er achter dat hij uit een heel bijzondere beschaving komt; voor onze begrippen een primitieve, hoewel Xom naast de eenvoudige huizen uit zijn geboorteland een soort ruimteschip tekent. Via pers en tv protesteren Steven en Joyce tegen de achtervolging van Xom. Tevergeefs: Hij wordt vermoord in het asielzoekerscentrum. Boven zijn graf beloven Steven en Joyce elkaar plechtig dat ze naar zijn stamland
zullen gaan.
Ideaal leven
Met NASA-hulp lukt het ze inderdaad het land te lokaliseren en zelfs om het, na een gevecht met de elementen, te bereiken. Met hun belevenissen in het Land van de Hoop begint het eigenlijke verhaal. Want de kern van de roman is de beschrijving van de gebeurtenissen en het leven daar. Dat leven wordt als ideaal getekend. Je kunt het primitief noemen als het om techniek gaat: machines en elektriciteit zijn er onbekend, maar het sociale en maatschappelijke leven is er hoog ontwikkeld. Er heerst warmte, vriendelijkheid; egoïsme kennen de inwoners niet: de enkeling werkt altijd voor het geheel; zelfs bij wedstrijden ontbreekt het competitie-element omdat ze een individuele prestatie als een bijdrage aan het totaal beschouwen. Ze leven in allesomvattende saamhorigheid.
Het gevolg is een harmonieuze samenleving, waar maar weinig geregeerd hoeft te worden, er zijn nauwelijks wetten nodig. Alleen als er problemen zijn roept de ’bewindvoerder’ de eilandraad bijeen voor overleg. De harmonie wordt gevoed vanuit het geloof van de kinderen van Cham, hun vertrouwen op Hèw-ai (Ik zal het doen), de Eeuwige, die door zijn geest Jedalu te midden van hen woont. ’Wat hier werd geloofd ligt ontwijfelbaar in het dagelijks leven uitgedrukt’ . De communicatie met Hèw-ai (omkering van Jaweh) komt tot stand door gebed en ’kusjnoi’, dat is een soort meditatiehouding waarbij je je volledig op Hèwai afstemt.
Verleiding
Het klinkt allemaal erg mooi, maar het kwaad in de harten dan? Hoewel het leven in het Land van de Hoop verweven is met de dienst aan de Eeuwige en de inwoners door mladu, dat is zelfbeheersing, een heel eind weten te komen, heerst ook in hun hart het kwaad. Dat komt duidelijk aan het licht na de komst van een ruimteschip waarmee het gelukt is over de beschermende ring heen te komen.
De luxe aan boord waar iedereen vrij toegang heeft, het leven van de bemanningsleden en hun ideeën betekenen een geweldige verleiding voor met name de jeugd. Jongeren voelen zich er door aangetrokken en komen van heinde en ver naar een kamp dat ze in de buurt van het ruimteschip hebben opgericht. Ze zijn opgevoed met de notie dat vrijheid betekent dat je kunt kiezen wat goed is voor een ànder, maar de astronauten spiegelen hun voor dat echte vrijheid is: kiezen voor wat je zelf leuk vindt. Het betekent een omwenteling in hun denken en een breuk met de traditie en de bestaande orde in hun land. Het zo ontstane conflict, dat de vrede en de eensgezindheid op het spel zet, vormt de hoofdintrige van de roman. Steven en Joyce spelen een belangrijke rol bij de pogingen een oplossing te vinden en de jongeren terug te brengen tot het geloof en de maatschappijvisie van de vaderen.
Cursieven
Een originele roman heb ik het boek genoemd. Dat is het inderdaad, niet alleen om de inhoud, dat is het ook naar de vorm. Aan elk van de zes hoofdstukken, waarin we via Steven, de ik-figuur, het verhaal volgen, gaat een cursief stukje vooraf waarin de schrijver zèlf aan het woord is. Hij tekent daarin het groeiproces van de roman in de vorm van een soort tweegesprek met een lezer die vrij sceptisch tegenover de inhoud staat. Tegelijkertijd vangt hij daarmee de mogelijke kritiek van de lezer op. Als die ’lezer’ opmerkt: „Je stelt je idealen te hoog, zo werkt het niet, zo’n wereld bereik je in der eeuwigheid niet”, reageert de schrijver: „Laat me nog even”. (161)
Bijbeltaal
Bij vijf hoofdstukken wordt zo’n cursiefje gevolgd door een gedeelte uit wat je de ’bijbel van de Chamieten’ zou kunnen noemen, helemaal geschreven in de taal en de stijl van onze bijbel. Zo komen we er achter dat de bewoners van het Land van de Hoop de nakomelingen van Cham zijn.
Anders dan in Genesis wordt hierin hun ’exodus’ beschreven: De Eeuwige ontfermt zich over de door hun broeders geknechte Chamieten en laat ze ontsnappen naar de Grote Zee met behulp van schepen die ze maken van overgebleven hout van de ark (hier het redschip genoemd). Ook de andere Oerboekcitaten roepen associaties op aan bijbelgedeelten. Een hymne lijkt sprekend op Psalm 1.1 Verspreid door de roman kom je trouwens zeer veel bijbelse associaties tegen.2 Zo herinneren de felle kleuren die de Chamieten gebruiken aan de kleuren van de regenboog; hun schepen lijken op een omkering ervan.
Voor mij is dat symbolisch: de kernbegrippen zijn bijbels, maar de betekenis is wat omgebogen. Zelfs de vloek
over Cham is omgezet in een zegen.3
Bijzondere relatie
Van de personages komt eigenlijk alleen Steven goed uit de verf. Ik kijk wat vreemd aan tegen de relatie die hij heeft met Joyce. Steven is gescheiden, spreekt doorlopend negatief over zijn ex-vrouw met wie hij wel lichamelijk, maar niet geestelijk overweg kon. Zijn relatie met Joyce is het tegenovergestelde: geestelijk vormt hij met haar een eenheid, maar seksueel contact hebben ze niet, en dat terwijl ze doorlopend samen zijn, door de Chamieten als echtpaar gezien worden en in dezelfde kamer slapen!
Vanuit Steven wordt dit wel begrijpelijk gemaakt, maar Joyce leer je behalve vanuit haar dagboek te weinig kennen om te weten te komen hoe zij tegenover Steven staat. Ook de andere figuren zijn meer ’van buitenaf’
getekend, maar omdat ze een minder belangrijke rol spelen is dat geen bezwaar.4
Thema en kritiek
Er zijn meer punten die de roman zwak maken. Het is begrijpelijk dat de ’andere wereld’ van het Land van de Hoop veel beschrijvingen noodzakelijk maakt, maar hier slaat de hoeveelheid informatie het verhaal soms dood. Dat voelt de schrijver zelf kennelijk ook: In een cursief (= schrijvers-)gedeelte slaakt de fictieve lezer de verzuchting: ’Laat er eens wat gebeuren!’ (189) Dat was mijn gedachte op dat moment ook.
Meer moeite heb ik op een ander punt. Het hoofdthema van het verhaal is overduidelijk: de schrijver wil laten zien hoe het leven, anders dan wij het kennen, door de Schepper bedoeld is.
Het leven in het Land van de Hoop wordt dan ook paradijsachtig getekend; Steven wordt niet moe te vertellen hoe mooi en goed alles er is. Vriendschap daar is pas echte vriendschap; een vreemdeling wordt onmiddellijk in de kring opgenomen; ieder staat altijd in dienst van de ander; het geloof wordt er echt beleefd.
Had de schrijver het daar nu maar bij gelaten; maar hij laat het Steven ook nog eens vele malen uitgebreid afzetten tegen het leven in de vermaterialiseerde milieuverwoestende westerse wereld. Bij die passages verwordt de roman m.i. tot een pamflet. De boodschap is gaan heersen over het verhaal.
De schrijver had het verhaal zelf het werk moeten laten doen; dan zou de kritiek impliciet aanwezig geweest zijn, maar veel sterker overgekomen.
Schichtig
Wat te zeggen van het geloof van de Chamieten? Het schuift net langs het bijbels geloof. Hun God is duidelijk onze God, de Heilige Geest kennen ze ook en er is van menselijke middelaars sprake, maar van een echte verlosser weten ze niet; wel leven ze naar de ’Grote Verzoening’ toe.
Daarbij wordt er over het Al gesproken op een manier die mij wat schichtig maakt. „God is als pure liefde
aanwezig in de eenheid van het Al.. Daarin is hij bereikbaar.” (167/171)
Prachtige tegenstelling
De schrijver heeft alles goed uitgedacht en zich volledig ingeleefd in het door hem zelf geschapen hoogstaande primitieve leven waar de inwoners zich dan weer wel met een soort trapauto’s verplaatsen en zelfs een waterzuiveringsinstallatie kennen.
Hij zet situaties scherp neer, vertelt beeldend. Prachtig is de tegenstelling getekend – en een grotere is niet mogelijk – als de schare gelovigen van de hoogte waar ze in extase met de Eeuwige verkeerde naar de aarde afdaalt en daar geconfronteerd wordt met de ruimtereizigers die de zin van dat geloof ontkennen en hun hele mooie maatschappij willen vernietigen.
Moeilijk oordeel
Wat is een oordeel geven over dit boek moeilijk! Als roman is Kinderen van Chamn niet geslaagd en toch is het boeiend. Om de originaliteit van het verhaal, de denkbeelden, de manier van vertellen, de structuur, het taalgebruik. Een oordeel geven is in dit geval des te moeilijker, omdat de schrijver zich diep in zijn hart laat kijken. Hij tekent zìjn ideale wereld, waarin de mensen leven in harmonie met elkaar en de natuur; dat is hun bestemming. Hij wil je daar zo graag van overtuigen dat hij jou als lezer soms rechtstreeks aanspreekt.
In een roman notabene. Hij verraadt zich, als hij per ongeluk (?) Steven laat zeggen: „Zie je dat we elkaar grandioos aanvullen?” en later: „tegen wie heb ik het eigenlijk ?” Én hij ziet het schrijven van dit boek als hoge roeping: Over zijn schouder ziet hij God meelezen en meeschrijven: „En ik heb het gevoel dat er nog iemand,
IEMAND aan het tekenen is.” (10 en 261)
Toch maar lezen
Kinderen van Cham is niet de grote christelijke roman geworden waar ik op gehoopt heb sinds het verschijnen ervan aangekondigd werd. Het eerdere werk van Mance ter Andere heeft verwachtingen gewekt, die de schrijver met dit boek maar ten dele niet heeft ingelost. Ik hoop dat ik wel duidelijk gemaakt heb dat het boek toch de moeite van het lezen waard is.
N.a.v. Mance ter Andere, Kinderen van Cham; uitg. Kok, Kampen; 287 blz., ƒ 39,90.
Noten
1 en het fragment op pag. 190 aan gedeelten uit Jesaja en Jeremia 2 uit het diensthuis uitgeleid (104); ’s avonds bevelen ze hun geest in de handen van Hèw-ai; Is het ook dat God gezegd heeft (150); niet door geweld maar door de geest (225); dood en herrijzenis (104); enz.
3 Naar analogie van het teken aan Kaïn ? Gen. 4:14-16 4 Niet elk verhaalonderdeel vond ik even duidelijk: de moord op Xom en de gewelddadige achtervolging van Steven in Nederland worden m.i. onvoldoende verklaard.