De arme weduwe
1998-11-27
’Schatgraven’ was het thema van de Vakantie Bijbel Club in onze kerk de afgelopen herfstvakantie.- Jaargang 42
- nummer 24
Met drie verhalen waarin geld en Jezus een rol spelen. Drie dagen lang op zoek naar de grote schat. De schat bleek
uiteindelijk geen geld te zijn, maar dingen van Gods koninkrijk: liefde, samen delen, de Bijbel –
Jezus en geld, een interessant thema, want Jezus zegt prikkelende dingen over geld. Maar hoe moet het als je echt probeert te handelen naar zijn woorden? De vorige keer heb ik geschreven over de roeping van Levi. Hij was een echte schatgraver. Hij liet alles achter wat hij had en vond de schat. Dit keer wil ik iets schrijven over de arme weduwe, die haar laatste penninkjes in de schatkist van de tempel wierp. Het is maar een klein verhaal in de Bijbel, je hebt het is zo verteld. Je ziet het tafereeltje voor je: mensen die de tempel binnenstappen en in het voorbijgaan flink wat briefjes uit hun buidel halen en in de offerkist van de tempel werpen. Dan een vrouw – aan haar kleding moet te zien zijn geweest dat ze weduwe is, ook dat ze arm is. Ze vist de laatste 2 guldens uit de zak van haar schort – Een hele kleine gift is het maar. Toch maakt Jezus van de laatste een voorbeeld voor de eerste. Het is zelfs een mooi verhaal om uit te spelen – maar wat geef je kinderen mee als betekenis? Wie daarover nadenkt ontkomt niet aan de vraag die daarvoor komt: wat betekent dit verhaal voor mij?
Schijn bedriegt
Het is duidelijk dat Jezus zich niet laat imponeren door poenerig gedrag door rijken. Wij laten ons zo snel op het verkeerde been zetten door iets wat imponeert: een voorname, gewichtige verschijning of een stapel bankbiljetten. Dan is het goed om bij Jezus in de leer te gaan. Hij was niet geïmponeerd door de verschijning van mensen, Hij ziet het hart van de mens aan.
Schijn bedriegt vaak, Jezus zag er dwars door heen. Een makkelijke en veel gegeven verklaring voor Jezus’ reactie is dat het niet gaat om de hoeveelheid die je geeft, maar om wat je overhoudt. De arme weduwe hield na haar gift niets over, de rijken bijna alles. Maar wie in de kerk leeft daarnaar? Dan vallen we allemaal als rijken door de mand. Ik geloof ook niet dat dit het verwijt van Jezus is. Vindt Hij werkelijk dat de rijken te weinig aan de tempel geven? Zijn de tienden van rijken dan niet genoeg? Deze uitleg vindt geen grond in de rest van de Schrift.
Jezus oordeel over het geefgedrag van de rijken is uiterst scherp: de weduwe heeft meer gegeven dan al die rijken samen. De rijke is er dus niet als hij zijn gift nog eens verdubbeld of verdrievoudigd. Het probleem van de rijken zit fundamenteler dan het bedrag van hun gift. Voor Jezus waren die twee guldens van de weduwe meer waard dan al die duizenden guldens van rijken samen.
Waardering
Daaruit spreekt allereerst grote waardering voor deze vrouw. Ze kwam geld te kort, toch gaf ze alles wat ze had. Haar hele leven schrijft Lucas letterlijk. Van haar te kort gaf ze haar hele leven aan God.
Als ze haar leven gegeven heeft, hoe moet ze dan nog verder? God knows – ze heeft misschien niet eens aan die vraag gedacht. Ze zal al wel hebben afgeleerd om te denken over de vraag hoe het verder moet. Ondanks haar armoede is ze altijd nog in leven gebleven. God heeft voor haar gezorgd. Soms heeft ze wat geld en dan gebruikt ze het. Als ze dan bij de bakker staat, koopt ze er brood voor, als ze in de tempel is, geeft ze het aan God. De vraag naar geld beheerst haar leven niet. Ze is in staat te leven, te denken aan God, Hem te aanbidden in de tempel, zelfs te geven alles wat ze op dat moment heeft.
Deze weduwe heeft veel gegeven in de ogen van Jezus. Meer dan alle rijken samen. Een geruststellend en bemoedigend idee voor alle armen dat God dat ziet en zo waardeert.
Boodschap voor rijken
Maar hoe zit het dan met de rijken? Wat is de boodschap voor hen? Jezus is daar heel duidelijk in. Hij zegt tegen de rijken: God heeft uw rijkdom niet nodig! Hou het maar, het is niets waard. Waarom niet? Omdat de gave van de weduwe een aanklacht is tegen de rijken. Het geld dat de rijken met een gul gebaar in de kist kunnen werpen, is het geld dat aan de weduwe onthouden is. Want je kunt wel met een mooi gebaar geld in de offerkist van de tempel werpen. En dan gaat het er nog niet eens om dat je het in het openbaar voor de ogen van anderen doet. Je kunt ook heel zorgvuldig elke maand een tiende of zelfs wel meer van je salaris overmaken naar de kerk of naar andere goede christelijke doelen zonder dat iemand het ziet – God heeft je geld niet nodig als je je ogen hebt gesloten voor de wereld om je heen. Als je voorbij gaat aan de arme vlak bij je.
Hoe kan het bestaan dat een rijke met een goed gebaar honderden guldens in de offerkist werpt, terwijl hij de arme weduwe, die met 2 gulden haar hele bestaan weggeeft, niet ziet staan. Al dat geld, aan God toegewijd, is voor God niets waard als er geen oog is voor de naaste. Hoe kon het bestaan in Israël dat een weduwe niet gewoon kon rondkomen, terwijl ze leefde te midden van de rijken!
Zo wordt de boodschap van Jezus er één van geopende ogen. Van ontferming en eerlijk delen. En dat is niet makkelijk. Want het gedrag van de rijken zit diep verankert in de mens. Ook al in kinderen. In de kerk werd dat op een prachtige manier duidelijk gemaakt met behulp van het monopoliespel.
Sommige kinderen waren schatrijk, honderden guldens, één kind straatarm, slechts 2 (monopolie)guldens had ze over. Toen kwam er een behoeftige – ieder kind werd gevraagd iets te geven. Ieder kind rekende en gaf evenveel. Allemaal een gulden. Zelfs de ’arme weduwe’ gaf niet alles wat ze had.