Erbij roepen

1998-11-27
  • Jaargang 42
  • nummer 24
In het Nieuwe Testament is troosten een prachtig woord. Het Griekse woord betekent letterlijk: iemand erbij roepen.
Dat kan in verschillende situaties. Als iemand tijdens een boswandeling het gezelschap verlaat en een verkeerd pad inslaat, kun je hem naroepen: als je dat pad volgt, kom je helemaal verkeerd uit; kom weer bij ons. Op die manier kun je hem terugroepen van een dwaalweg.
Je kunt het woord dan vertalen met: vermanen. Vermanen heeft in de bijbel dus niet die naargeestige klank die het bij ons vaak heeft. Bij ons is het vaak iets hardvochtigs, riekt het naar iemand op het matje roepen, onderuit de zak geven. In het Nieuwe Testament is dat niet zo. Daar is het: iemand die de verkeerde kant uitgaat, er weer bij roepen. Mensen kunnen ook door andere oorzaken de aansluiting missen. Ze kunnen zo verdoofd worden door verdriet, dat ze nog wel aanwezig zijn, maar dat er niets meer tot hen doordringt. Ze zitten ingekapseld in zichzelf, in hun verdriet. Alles gaat langs hen heen. Ze hebben nergens aandacht meer voor. Zulke mensen moeten ook erbij geroepen worden.
Ze moeten uit die isolerende cocon weggehaald worden, zodat ze weer gaan deelnemen aan wat er om hen heen gebeurt. In zulke situaties vertaal je het woord met: troosten. Troosten is het opheffen van een blokkade.
Niet alleen verdriet maar ook zonde isoleert. De mens is opgesloten geraakt in de isoleercel van de zonde. De rebellie tegen God heeft de mens in een dwangbuis gebracht, achter vergrendelde deuren, zonder contact met God. Troost wil zeggen dat door Christus de grendels van de celdeur worden weggeschoven, dat het dwangbuis van zonde en dood wordt losgemaakt en dat de mens naar buiten kan gaan en in gemeenschap met God kan leven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief