Het einde van de zending?
1998-11-27
Is er een verband tussen moderne theologie en het einde van de zending? Die vraag kwam bij me op bij lezing van een bijdrage van ds. J Bouma in de Kamper Kerkbode, waarin hij inging op het laatste boek van Prof. H.M Kuitert ’Jezus, nalatenschap van het christendom’.- Jaargang 42
- nummer 24
Lezing van een van de boeken van de Leidse dogmenhistoricus E.P Meijering, ’Inspiratie uit de traditie’, riep dezelfde vraag bij me op. Wat Prof. C.J. den Heyer over de verzoening schrijft, doet mij bij dezelfde vraag uitkomen.
Gesteld dat deze godgeleerden gelijk hebben, ontvalt aan de kerk dan niet de zending als de grond van haar bestaan? Daar zou ik als zendeling graag een paar opmerkingen over maken.
Wat is zending?
Zending in traditionele zin heeft de eeuwen door geleefd van het geloof dat de kerk een unieke boodschap uit te dragen heeft in woord en daad. Een unieke boodschap omdat het getuigde van een unieke God, die niet alleen als schepper maar ook als verlosser beleden werd. Een unieke boodschap omdat het verwees naar een unieke weg om deel te krijgen aan het heil van de mens en de heling van de schepping. Deze boodschap werd niet maar gezien als het product van een ergens beginnende christelijke traditie, maar als vrucht van Gods openbaring, waar de Schrift gezaghebbend van getuigt. Hoe we verder zending ook concreet invullen en in de praktijk uitvoeren, deze unieke boodschap, belichaamd in Jezus Christus als Heer en Heiland der wereld, was en is de eigenlijke drijfveer achter de zending der kerk temidden van de volkeren met hun eigen culturen en religieuze tradities. De kerk heeft geleefd van het geloof dat deze God de volkeren zocht zonder dat zij naar Hem vroegen of op Hem zaten te wachten. Want elke religie meent de waarheid al te bezitten en zonder de christelijke boodschap klaar te kunnen komen in leven en sterven. De kerk ontleende het recht tot zending aan Gods openbaring, waarin zijn bedoelingen met mens en wereld worden uitgespeld. Zij fundeerde de zending theologisch in de Gods-leer en noemde zending missio dei: zending Gods, Gods eigen werk tot verlossing van de mens en tot heling van de schepping. Het bestaansrecht van de kerk was gelegen in haar deelname aan Gods zending, aan zijn unieke bemoeienis met de wereld, zoals in Jezus Christus belichaamd. Ook in de modernere zendingsbeweging, waarin er voor zending als dialoog steeds meer ruimte kwam, werd toch zelden getornd aan de uniekheid van de christelijke boodschap, waar de kerk door de kracht van de Geest de draagster van is. Dialoog heeft tenslotte alleen maar zin, als de deelnemers eraan overtuigd zijn van de uniekheid van hun eigen boodschap. Juist dan kan er van een werkelijke dialoog sprake zijn. Anders blijft het bij een geleerd en elitair gesprek, ver bij het religieuze grondvlak vandaan.
Traditie of boodschap?
Hoe komt het dat in het huidige theologische taalgebruik de christelijke traditie het wint van de christelijke boodschap? Over de christelijke traditie wil men nog wel boeken schrijven: zò hebben wij er van oudsher over gedacht, over heil en heling. En deze traditie heeft religieuze behoeften bevredigd en de mensen, vooral in het Westen, aangezet tot actieve betrokkenheid bij de verbetering van het leven in deze wereld. Vrede en gerechtigheid hebben van de christelijke traditie machtige impulsen ontvangen.
De christelijke traditie mag zeker blijven en worden overgedragen aan de komende generaties – uiteraard in vormen die voor hen relevant zijn. Elke generatie moet weer opnieuw over boven spreken maar kan dat niet anders dan van beneden af doen, daarbij door het verleden, waarvan de bijbel deel uitmaakt, geïnspireerd. De christelijke boodschap moet worden omgeduid juist ter wille van de voortgang van de christelijke traditie. Maar moet deze christelijke traditie wel worden voortgezet?
Daar zet ik een groot vraagteken achter. De boodschap moet worden doorgegeven, ja zeker! Maar als de traditie dragende boodschap wordt ontmanteld in het moderne omduidingsproces, is het de vraag of de traditie zelf nog wel de moeite van overdragen aan de komende geslachten waard is, laat staan aan andere volkeren in totaal andere culturen. Dat wat de christelijke traditie de moeite van overdracht waard maakt, is juist de unieke boodschap over Gods heil en heling in en door Jezus Christus. Niet wat er van beneden over boven gezegd wordt, houdt de traditie gaande. Wat er van boven aan beneden wordt geopenbaard, en waar van beneden in geloof op wordt geantwoord, schept een de eeuwen omspannende traditie, die alle moeite van overdracht meer dan waard is.
Het einde van de zending.
Ik bespeur een zekere oppervlakkigheid in veel moderne theologie ondanks de grote diepzinnigheid die erin ten toon wordt gesteld. De moderne theoloog is geleerd, buitengewoon geleerd. Maar wat moet ik er mee als zendeling in Afrika temidden van mensen die geen enkele behoefte hebben aan christelijke tradities, die toch maar uit dat arrogante Westen komen? Waarom zou de kerk eigenlijk geld en energie – en laat staan gebed, als er nog gebeden wordt – in een onderneming steken, die helemaal niet heilsnoodzakelijk is, en daarom uiteindelijk overbodig? In het klimaat van de moderne theologie sterft de zending een langzame maar zekere dood. Of de catechese er beter vanaf komt, is nog maar de vraag. Waar de unieke heilsboodschap van het evangelie wordt ontmanteld, valt de bodem uit de christelijke traditie. Zij gaat dan lijken op een rivier die wel ergens vandaan komt, maar die ook gewoon ergens in de woestijn van de werkelijkheid verdwijnt. Je hebt van die rivieren die nergens blijven. Zonder de unieke boodschap blijft de christelijke traditie nergens.
De levensvatbaarheid van de moderne theologie kan worden afgelezen aan de bijdrage die ze levert aan de zending der kerk. Het lijkt erop dat die bijdrage er helemaal niet is, en er ook nooit komen zal. Wat overigens juist een breuk met de christelijke traditie betekent. Wel moet deze zelfde maatstaf ook de orthodoxe theologie worden aangelegd. Wat valt er van deze theologie voor zending te verwachten? Helemaal gerust ben ik daar niet op.