Oud-Oudorp
1998-11-27
Lezing over Oud-Oudorp in bibliotheek, stond er in de krant. „Ik ga”, zei ik onmiddellijk.- Jaargang 42
- nummer 24
„Leuk, jammer dat ik moet werken”, zei mijn man en vertrok naar school.
Buiten stormde het, de regen kwam met bakken naar beneden en ik veronderstelde dat er een lage opkomst zou zijn. Dat viel mee. Het was er aangenaam druk en twee bibliothecaressen liepen geagiteerd met stoelen te slepen. Ik nam er één over en zette hem naast Atie, een verre buurvrouw. Om me heen zag ik voornamelijk bekende gezichten. De bewoners van het oude gedeelte van Oudorp hadden zich ’en masse’ verzameld in de bibliotheek. „Is er nog ruimte vooraan? En eh...
dames en heren... de mevrouw die de lezing moet geven, is er nog niet,” zei de bibliothecaresse gejaagd.
„Maak je niet druk. Die komt wel, moid... en we skoiven allegaer een aindje in,” antwoordde een buurman en vouwde zijn handen over elkaar op zijn buik.
„Ja ja”, twijfelde ze. Ten onrechte. Slechts een klein kwartiertje te laat, startte de vrouw die op een regenvlaag naar binnen was gestormd, de lezing.
„Ik ben Carla Z. Het is mogelijk, dat u over sommige dingen wat meer weet dan ik. Dan moet u me maar even aanvullen”, zei ze en veegde haar natte haar uit het gezicht. De aanmoediging was overbodig: bij de tweede dia, één van het kerkhof achter het Witte Kerkje van Oudopr, was het al raak.
„Kijkt u eens naar deze opvallende grafsteen,” zei Carla. Ze wees op het diascherm naar een grote zwarte steen. „Waarschijnlijk...” „Daar ligt Verwey, de oude veldwachter,” riep iemand.
„Oh?”, aarzelde ze.
„Zeker weten. Zou ie zijn sabel in z’n kist meegenomen hebben?” vroeg een andere ingewijde zich hardop af. De dorpsgenoten barstten in lachen uit.
„Daarnaast, die kleine grijze steen, daar ligt juffrouw Smits”, riep Atie, mijn buurvrouw, monter.
„Eh...tja..., mijn specialisme is eigenlijk het beschrijven van gebouwen en huizen,” zei de inleidster.
„Geeft toch niks moid...” troostte een man.
„Eh, nee”, zei Carla verward en wees ons toen op de overeenkomsten tussen tongewelven van de kerken in Oudorp, Alkmaar en de rest van Noord-Holland. Daarna vertoonde ze een paar dia’s van oude huizen in Alkmaar.
Er kwam geen reactie uit het publiek. Toen verscheen er op het scherm een tamelijk oud huis met luiken.
Terug in Oudorp.
„Dit is één van de weinige huizen in Oudorp, waar een jaartal opstaat: 1882! Ik vraag me af of dit wel juist is.... Huizen uit een latere periode hebben ook deze kenmerken,” zei Carla.
„Dat jaartal is juist!” zei een vrouw met vaste stem.
„Hoe weet u dat?” vroeg Carla.
„Omdat ik er woon,” was het antwoord.
„Ja, dan klopt het natuurlijk vast wel,” zei onze inleidster.
In de pauze keken we naar de boeken en brochures die Carla had uitgestald op de tafel. „Ze heeft niet veel. Ze had beter eens kunnen vragen bij Reus,” zei een buurman.
„En dat gewauwel over Alkmaar hoeft van mij eigenlijk niet. Daar kom ik niet voor ... maar och, ze doet haar best,” zei een ander goedmoedig. Het was bijzonder gezellig. Na de pauze werden we gewezen op een serie bijzondere portieken en deuren.
„Die deuren, dat is heel opvallend, die zijn gemaakt in empirestijl,” zei Carla.
„Niet zo oud, lijkt me.” „Dat zal waar wezen. Die maakt Piet Verdonck, de timmerman. Maar dat mag je niet opschrijven, want dat doet ie zwart,” zei een buurman mild.
Ze probeerde het nog één keer. Op het scherm verscheen een dia met het hek van de Roomse begraafplaats.” „De leeftijd van dit hek...” aarzelde ze.
„Dat hek is nieuw!” klonk het van drie kanten tegelijk. Ze schoot in de lach en besloot haar lezing met: „Ik heb veel geleerd vanmorgen. Oudorp is heel karakteristiek.” Daar was iedereen het mee eens en tevreden gingen we op huis af. Het regende nog steeds. Maar zelfs in de regen vonden we Oudorp mooi.