De pijn van het oordeel

1998-12-11
  • Jaargang 42
  • nummer 25
Onlangs publiceerden een aantal dagbladen de veroordeling van één onzer predikanten door de wereldlijke rechter wegens seksueel misbruik tijdens de uitoefening van zijn ambt. Ds W. Borgdorff uit Enschede, die ook voor Opbouw regelmatig een bijdrage geleverd heeft. Het bericht heeft de voorpagina gehaald van o.a. het Nederlands Dagblad. Het is nieuws dat een krant haar lezers niet mag onthouden, maar tegelijk ook een bericht dat naar alle kanten pijn doet, omdat het iets in de openbaarheid brengt, wat in de uitoefening van het ambt nooit had mogen gebeuren.

We lezen de laatste jaren regelmatig zulke berichten in de krant en het blijkt in alle kerken voor te komen.
Alleen zijn wij als Nederlands Gereformeerde kerken er niet op ingesteld, hoe we met seksueel misbruik door ambtsdragers moeten omgaan. In het artikel ”Geen geborgenheid zonder gerechtigheid” op de voorpagina van Opbouw (27 november) legt Mirjam de Rooij daar terecht de vinger bij.
Zij attendeert er op dat veel organisaties, verenigingen en clubs een protocol hebben klaarliggen dat gebruikt kan worden bij (vermeend) seksueel misbruik van mensen. En scholen moeten een klachtencommissie hebben, waar kinderen en docenten terecht kunnen als er sprake is van enigerlei vorm van seksuele intimidatie of misbruik.
De kleine reformatorische kerken missen op dit moment nog zo’n instantie of procedure en dat is een heel duidelijk gemis. Kerkenraden weten niet goed hoe zij in zo’n geval dienen te handelen en welke de rol van het kerkverband in dezen is. Dat heeft ook een rol gespeeld in het oordeel van de rechter. Voor de eerste keer in de rechtspraak heeft de rechter zelf een schorsing opgelegd en daarmee de vinger gelegd bij een gebrek in ons kerkelijk recht.

De Nederlands Hervormde Kerk en de Gereformeerde Kerken zijn hierin al veel verder en gaan daardoor ook veel sneller over tot het nemen van maatregelen. Wat van groot belang is met het oog op het verlenen van hulp aan allen, die er bij betrokken zijn. Allereerst geldt dat degenen die het slachtoffer zijn geworden. De schade die aan hun leven is toegebracht, is vaak vele malen groter dan wij doorgaans beseffen. Niets is zo erg, wanneer dat gebagatelliseerd wordt. Of wanneer misbruik met de mantel der liefde wordt bedekt. Dat zij (h)erkenning vinden voor de pijn en het verdriet hen aangedaan, is ongelofelijk belangrijk. Een adequaat handelen in dit opzicht geeft hen ook een stuk genoegdoening. Ik verwijs nogmaals naar het artikel van Mirjam de Rooij.
Maar ook hulp voor de ambtsdrager die zijn ambt misbruikt heeft. Die het vertrouwen dat hij genoot, heeft beschaamd. Ook hij heeft de hulp nodig van de kerk, die hij dient, hulp om als mens verder te kunnen gaan.
Gideon van Dam (predikant voor de werkbegeleiding van predikanten in de Gereformeerde Kerken) en Marjo Eitjes (Katholiek bureau voor vorming en toerusting omtrent seksualiteit en relaties) hebben over deze problematiek een voor ambtsdragers en kerkenraden leerzaam boek geschreven onder de titel: ”Een ambtsdrager moet je toch kunnen vertrouwen”.

Berichten als deze maken je als ambtsdragers klein voor God. Het kan ons allen overkomen, wanneer we in de uitoefening van ons ambt de Herder uit het oog verliezen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief