Wat wij geloven (Uitgangspunten)
1998-12-11
Uit beleidsplan gemeente Hoofddorp, n.a.v. 4 okt. drs. Bosch.- Jaargang 42
- nummer 25
1. Wij geloven dat het doorgeven van het woord van God in de kracht en onder leiding van de Heilige Geest een bron van vernieuwing is voor de kerk in zijn geheel en voor iedere gelovige persoonlijk met betrekking tot zijn totale mens-zijn. Marc. 16:16-18, Rom, 1, 16, 1 Thess.1,5, 2 Tim. 3:16,17.
2. Wij geloven dat het gebed voor het gemeentelijk leven onmisbaar is en dat God op het gebed Zijn kerk bouwt en een opening geeft naar ongelovigen. Ef. 2:20-22, Col. 4,2,3, 1 Thes. 1, 2.
3. Wij geloven dat Christus vraagt om volledige toewijding aan Hem en Zijn dienst, zoals die uitkomt in gebed, bijbelstudie en heiliging van het leven. 1 Kon. 11,4, Matth. 6,33, Luc. 14,26,27, Rom. 12, 1,2.
4. Wij geloven dat verloren mensen God ter harte gaan en daarom ook de kerk ter harte moeten gaan.
Jes. 49,6, Matth. 28,19, Luc. 15.
5. Wij geloven dat de kerk zich vanuit christelijke barmhartigheid heeft in te zetten voor de naaste in nood en gerechtigheid in de samenleving. Matth. 25:31-46, Gal. 6,10.
6. Wij geloven dat voor de opbouw van de gemeente ieders geestelijke gave(n) nodig is (zijn). Het is de taak van de kerkenraadsleden, die daarvoor de gave van het leiderschap hebben, om toe te rusten, te stimuleren en te coördineren. 1 Cor. 12, Ef. 4:11-16.
7. Wij geloven dat de gemeente als volk van God samenkomt in de kerkdienst voor lofprijzing en aanbidding, prediking en gebed en als Gods huisgezin in kleine kringen voor geestelijke groei, onderlinge liefde en pastoraat.
Marc. 3:31-35, Hand. 2, 46, Rom. 16,5, 1 Petrus 2,9,10.
8. Wij geloven dat wij in het gemeentelijk leven moeten streven naar kwaliteit, omdat dat tot eer van God is en mensen inspireert. Mal. 1:6-14, Col. 3, 17.
9. Wij geloven dat de onderlinge liefde van grote betekenis is voor de opbouw van de gemeente en een belangrijk getuigenis naar buiten toe. Joh. 13,34,35; 1 Cor. 13.
10. Wij geloven dat wij ons als kerk enerzijds niet moeten aanpassen aan de wereld en anderzijds niet moeten isoleren van de wereld maar op een eigentijdse wijze met het evangelie in de wereld moeten staan.
Joh. 17:11-19, 1 Cor. 9:19-23, 1 Petrus 2,11,12.
Wij knipten dit stuk uit: ’KONTAKT’ – kerkblad van de chr. geref. kerk te Zaandam. Vele dingen uit dit werkmodel voor de gemeenteopbouw spreken ons aan. Toch plaatsen wij enkele kanttekeningen: Betreffende punt 7: Wij zijn van overtuiging, dat de gemeente als volk van Gods verbond in de eerste plaats samenkomt om Gods Woord te horen. De bediening van het Woord is de kern. Dáár vallen de beslissingen. Al het andere is wel erg belangrijk, maar mag niet zó benadrukt worden, dat de verkondiging ondergesneeuwd raakt.
De beheersende vraag blijft: Hoe wordt er gepreekt? Betreffende punt 8: Streven naar kwaliteit.
Maar waar zijn de mensen, die capabel zijn om het bijzondere ambt te vervullen? Die kennis hebben van de Heilige Schrift, betrokken zijn op de inhoud van de belijdenis en die de kerkorde geen achterhaald principe vinden? Waar zijn zij, die de gave bezitten om optimaal te functioneren in de communicatie met de gemeente?
Men klaagt soms steen en been. En ik weet ook wel, dat je niets betekent zonder de verlichting met de Heilige Geest, maar ben je dan klaar? Ik heb liever vijf ouderlingen, die capaciteiten bezitten dan tien, die geen inzicht hebben en de gemeente op het verkeerde spoor leiden. Dan helpt geen rampenplan meer!
Betreffende punt 9: Hier mis ik de roeping om grenzen te trekken. Tucht is voor velen vandaag een vies woord, ook in onze kring. Maar wie de tucht verwaarloost toont geen waarachtige liefde tot de zondaar. Dan verliest de kerk haar identiteit. Bij het getuigenis naar buiten mag dit getuigenis naar binnen nimmer ontbreken!