Het voorbeeld van de voetwassing 1)
2000-04-14
Wij weten allemaal dat er vier evangelies zijn die ons van de Here Jezus vertellen.- Jaargang 44
- nummer 8
Vier stemmen die samen een kwartet vormen, maar die ook elk afzonderlijk de melodie van de goede boodschap zingen. En misschien weten we ook nog wel dat ze, die evangelisten, ons bij het verhaal van het lijden en sterven van onze Here Jezus bericht doen over de instelling van het avondmaal. Alle vier? Nee, niet alle vier. Bij een van hen, de laatste, Johannes, ontbreekt dat bericht. In plaats daarvan heeft hij het verhaal van de voetwassing. Ze hebben het dus wel alle vier over het aan tafel gaan van Jezus met zijn jongeren, maar terwijl drie van hen zich bezig houden met wat er op de tafel stond: het brood en de wijn, laat de vierde ons zien wat er onder de tafel gebeurde. Dat Jezus daar met waskom en handdoek bij de voeten van zijn discipelen de ronde heeft gedaan. Johannes leidt daarmee heel opmerkelijk onze blik van de avondmaalsviering op de tafel naar de voetwassing onder de tafel. Wilde de vierde evangelist van het avondmaal af en wilde hij daar een nieuw gebruik voor in de plaats stellen?
Ik denk het niet. Veeleer wilde hij op deze manier de grote betekenis van de voetwassing onderstrepen, (zoals omgekeerd natuurlijk ook de grote betekenis van het avondmaal).
De grote betekenis van de voetwassing. Elkaar de voeten wassen, dat kennen wij zo niet meer. (Elkaar de oren wassen, ja, dat doen we nog wel, maar de voeten, nee, dat is ons vreemd geworden.) In Jezus' dagen was dat anders. Men ging schaars geschoeid over onbestrate wegen en nu behoorde het tot de gastvrijheid van die tijd dat, nodigde je mensen uit om de maaltijd bij je te gebruiken, je ervoor zorgde dat ze met schone voeten aan tafel gingen. Meestal gebeurde dat bij de deur en door een slaaf. Het zaaltje dat Jezus had laten huren voor het laatste samenzijn met zijn jongeren, bood deze voorziening blijkbaar niet. Het gezelschap moest daar zelf voor zorgen. Zonder dat het gezegd wordt zie je de discipelen naar elkaar kijken: Wie gaat dit doen?
Wie knapt dit op? Als dan iedereen er zich te goed voor vindt, is het Jezus zelf die dit dienstwerk gaat verrichten. En als u nu de gevoelswaarde van deze daad van de voetwassing wilt inschatten, dan moet u denken aan een schoenpoetser op het trottoir in een Amerikaanse stad. Johannes de Doper zei eens dat hij zich niet waardig voelde om de schoenriem van Jezus los te maken. Jezus voelt er zich niet te hoog voor iets dergelijks bij zijn jongeren te doen. De voetwassing radicaliseert dus wat wij met het woord dienen tot uitdrukking brengen.
Wij mensen van deze tijd, wij zijn er blij mee dat Jezus door dit te doen de boodschap van het evangelie op zo'n korte noemer heeft gebracht. We hoorden het Hem zoeven in het evangelie zeggen: 'Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet gelijk Ik u gedaan heb'. Op een andere plaats zegt Hij: 'De Zoon des mensen is niet gekomen om zich te laten dienen, maar om zelf te dienen'.
Kijk, constateren wij tevreden, dat is nu de boodschap van de bijbel op de nagel van je duim.
Korter kan het niet, duidelijker ook niet. Zijn we niet allemaal wat gehaast vandaag? Vertel maar gauw waar het op neerkomt, zeggen we. Ook in de kerk. We ervaren het verhaal erom heen gemakkelijk als overtollige franje. We willen aan het werk gezet worden, praktische mensen die we zijn. Zo'n lijdensweek ook.
Ach, wel goed, wel mooi.
Maar toch, het moet niet te lang duren, we willen aan de gang. Voetwassing dus!
Het is goed dat u zo staat te trappelen. Jezus heeft zelf gezegd: 'Niet ieder die tot Mij zegt: Here, Here, zal ingaan in het koninkrijk der hemelen, maar die daar doet de wil mijns Vaders die in de hemelen is'. Het doen is ook belangrijk. Maar toch, we moeten erbij stilstaan en Johannes zet er ons bij stil, dat de Heiland deze tekendaad verricht heeft op een tijdstip dat als het ware tegen Golgota aanleunde.
Zo dicht ertegen aan dat je om zo te zeggen de hamerslagen van het kruis al hoort. Dat is bij dat andere woord dat ik zopas noemde ook het geval. 'De Zoon des mensen is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen ...' Daar is inderdaad zijn voorbeeld dat om navolging vraagt.
Maar dan komt er nog iets achteraan: '... en zijn leven te geven als een losprijs voor velen.' Dat is opnieuw Golgota. De Here Jezus verbindt dus het dienen op het nauwst aan het offer dat Hij voor ons gebracht heeft. Wat wij altijd weer willen, dat is dat wij, ja zeker, navolgers van Jezus worden, maar dan buiten het kruis om. Dat kruis, daar hebben wij het niet zo op begrepen. Paulus merkte dat ook al bij zich zelf en zijn mensen op en hij sprak daarom van de aanstoot van het kruis.
Hij bedoelde dat het kruis van ons vraagt dat wij onze onmacht erkennen.
Eerst moet de verhouding tot God ontstoord worden.
Dat is toch wat door het betalend offer van Christus gebeurt? En dan stromen de krachten om te dienen en de ander de voeten te wassen ons leven binnen. Anders blijft het bij woorden en goede voornemens. En hier kom ik terug op het begin van mijn korte woord. Dat precies op de plaats waar de andere evangelisten spreken over de instelling van het avondmaal, Johannes van de voetwassing vertelt. Hij doet dat om die twee dingen aan elkaar te verbinden.
Avondmaal vieren en kerkgang in het algemeen, het lijken bezigheden die sociaal niet veel zoden aan de dijk zetten.
Daar wordt toch de naaste niet beter van? De naaste die het zo vaak moet hebben van onze inzet. Die aangewezen is op onze belangeloze dienstverlening. Zeker nu de overheid met haar dienstverlening zo voelbaar terugtreedt, moet de particulier inspringen. Een gevoelig punt, nietwaar?
De boodschap van Johannes met zijn bericht over de voetwassing, en wel op dit moment, zo vlak tegen het lijden van Christus aan, is nu dat waar wij ophouden het lijden van de Heer te overdenken (en waar gebeurt dat nu meer intens dan aan het avondmaal in de kerk?!), het met dat dienen van ons de verkeerde kant op gaat. Dat die lamp uitgaat omdat ze geen olie krijgt. Daarom, mede uit naam van al degenen die het van uw dienende inzet moeten hebben roep ik u op in deze week het lijden des Heren recht te betrachten en straks op Goede vrijdag aan te schuiven, wanneer de tafel roept.
1) Alle-dag-kerk Amsterdam op 31 maart 1999)