ADHD, wat moet ik ermee? (2)
2000-04-14
In het vorige nummer van ‘Opbouw’ werd een aantal gedragskenmerken van kinderen met ADHD beschreven.- Jaargang 44
- nummer 8
Deze kinderen hebben veel moeite om de aandacht vast te houden.
Meestal vertonen ze zeer druk gedrag. Soms bestaat de indruk dat ze te verwennend zijn opgevoed. De werkelijke oorzaak van dit gedrag zit echter ‘van binnen’ en heeft vermoedelijk een neurologische basis.
Kinderen met ADHD vragen veel van hun opvoeders.
Een druk kind dat geen moment op zijn stoel kan blijven zitten....
Daar reageer je als ouders op een bepaalde manier op. Begrijpelijk: je wilt je huis een beetje op orde houden en voordat je het weet is het weer één grote rommel. En als het dan al de tiende keer op een dag is, dan roept dat gemakkelijk irritatie op.
Niet omdat je als ouders geen geduld hebt, maar omdat je aan het eind van je opvoedingslatijn raakt.
Opvoeden doe je sámen
De opvoeding van kinderen met ADHD vraagt dus een uiterste van opvoeders.
Om kinderen op te voeden moet je fit zijn.
Het opvoeden van een kind met ADHD vraagt nog meer: het vraagt om een topconditie van de ouders. Prof. Compernolle, specialist op het gebied van ADHD, noemt de relatie tussen de (beide) ouders van cruciale betekenis. Juist de opvoeding van deze kinderen leidt vaak tot onderlinge spanningen en misverstanden. Bij de ‘gewone’ opvoeding trekken ouders lang niet altijd één lijn, maar dat hoeft nog niet dramatisch te zijn. Bij kinderen met ADHD wordt de opvoeding één grote ramp als je als ouders elkaar in pedagogisch opzicht steeds weer tegenspreekt. Een kind dat van nature zijn omgeving als chaos ervaart wordt nóg veel drukker als het tegenstrijdige informatie krijgt.
Bovendien gaan juist deze kinderen vaak op zoek naar de zwakke plekken in de opvoeding: ze spelen opvoeders tegen elkaar uit. Dat doen ze niet om die ouders dwars te zitten; ze vragen daarmee zekerheid in een voor hen onoverzichtelijke wereld. De eerste gouden regel voor de omgang met hyperactieve kinderen is dan ook: samenwerking!
Zorg dat je als opvoeders een team vormt. Probeer het eens te zijn over de opvoeding en maak met elkaar (én zoveel mogelijk samen met het kind) duidelijke afspraken over de regels in huis.
Negatief zelfbeeld
Ouders van een kind met ADHD voelen zich vaak machteloos. Geen enkele correctie lijkt bij hun kind aan te slaan. Omgekeerd kan ook een kind met ADHD gekweld worden door zijn eigen onmacht om iets aan de situatie te doen. Veel van wat er in zijn handen terecht komt gaat stuk. Een spelletje ontaardt vaak in ruzie, een stoeipartij wordt uiteindelijk een knokpartij.
Daardoor wordt het kind door vriendjes steeds vaker afgewezen. Voeg daarbij de vele correcties die het hyperactieve kind dagelijks moet aanhoren (‘Zit stil!’) en het is geen wonder dat het zich vaak niet welkom voelt. Naast het al moeilijk te hanteren drukke gedrag kan zich daardoor een stemmingsstoornis ontwikkelen: het kind ‘zit niet lekker in zijn vel’. ‘Ik ben niet welkom, niemand houdt van mij.’ Het kind kan op dat gevoel met somberheid op reageren, maar ook met agressief en druk gedrag, waardoor de problematiek nóg ernstiger wordt.
ADHD en puberteit
Meestal worden kinderen in de loop van hun ontwikkeling rustiger. Peuters zijn snel ontremd, maar kinderen op de basisschool kunnen al veel beter stil zitten. Ook het kind met ADHD kan zijn impulsen dan vaak beter reguleren. Dat wil echter niet zeggen dat de stoornis verdwijnt; de meeste kinderen leren er beter mee om te gaan. Van grote invloed op deze positieve ontwikkeling zijn hierbij: de intelligentie en de motivatie van het kind én de stabiliteit van het gezin waar het opgroeit.
Toch blijven kinderen met ADHD een kwetsbare groep. Zo willen pubers vaak graag experimenteren.
Wie ben ik en wat kan ik? Door hun impulsiviteit en door de behoefte aan spannende ervaringen komen pubers met ADHD gemakkelijk in ongewenste situaties terecht..… Meer nog dan andere pubers zijn ze spanningzoekers die willen weten tot hoe ver ze kunnen gaan. Te hard rijden op een scooter, spannende sporten met forse risico’s, het uittesten van de leraar, de ouders, de politie, het gebruik van alcohol en drugs: het zijn allemaal risico’s voor hedendaagse jongeren, maar zeker voor mensen die veel behoefte hebben aan spannende ervaringen.
Compernolle e.a.: ‘Enerzijds drijft de impulsiviteit de hyperactieve adolescent vaak het huis uit, anderzijds is hij minder zelfstandig dan de gemiddelde jongere om dit aan te kunnen’
Geen rechtstreeks verband
Een actualiteitenrubriek suggereerde enige tijd geleden dat er bij een opvallend groot aantal jongeren in jeugdgevangenissen sprake zou zijn van ADHD-problematiek.
Toch moeten we niet té somber zijn: het is zeker niet zo dat er een rechtstreeks verband bestaat tussen ADHD en extreem risicovol gedrag. Bij jongeren in jeugdgevangenissen is vaak veel meer aan de hand. Het gezin waarin ze zijn opgegroeid was vaak instabiel; opvallend veel van deze jongeren komen uit gebroken gezinnen (Prof. F. Beijaert, Nederlands Dagblad, 6 september 1999). Ook zijn er in de jeugdgevangenissen veel allochtone jongeren die noch bij de Nederlandse cultuur, noch bij de cultuur van hun ouders voldoende aansluiting vinden. Daardoor ontbreekt het hen eerder aan motivatie om zich in te zetten voor een concreet doel in het leven.
ADHD en volwassenheid
Pas de laatste jaren is er meer aandacht voor volwassenen met ADHD. Veel volwassenen hebben hun eigen manier gevonden om met de hyperactiviteit om te gaan. In hun gedrag zijn ze rustiger, minder ontremd dan ze als kind waren. Toch meldt de helft van de volwassenen dat ze zich onrustig voelen. Er blijft een chronisch gevoel van emotionele onrust en vooral van zeer wisselende stemmingen. Een volwassene met ADHD ontremt nog altijd gemakkelijk, vooral als hij moe is.
Daarnaast blijft het moeilijk om de aandacht lang vast te houden (als een vergadering lang duurt zakt de concentratie af).
Daardoor kunnen gemakkelijk communicatiestoornissen ontstaan (afspraken aan het eind van de vergadering worden niet opgemerkt). Ook kan het voor mensen met ADHD lastig zijn om aan te voelen welk effect het eigen gedrag op de ander heeft.
Een ander probleem kan het ordenen en plannen van activiteiten zijn. Dit leidt tot frustraties bij de persoon zelf en tot irritaties bij de omgeving. Een student vertelde dat hij altijd bezig was zijn gedrag te ordenen: ‘Ik ben veel meer uren tijd kwijt aan het maken van roosters en schema’s hoe ik zal studeren, dan aan het studeren zelf.’
Medicijnen
Vroeger werd geprobeerd om hyperactieve kinderen tot rust te brengen door middel van medicijnen die het kind ‘slomer’ moesten maken. Vaak hadden deze medicijnen echter juist een averechts effect.
Gelukkig zijn er tegenwoordig medicijnen beschikbaar die bij de meeste kinderen (én volwassenen) met ADHD effectief blijken te zijn.
Het bekendste medicijn is Ritalin (methyl-fenidaat).
De paradox is dat het een ‘oppepper’ (amfetamine) is: de werking van de hersenen wordt juist ‘versneld’, waardoor er minder sprake is van concentratieverlies, terwijl het taakgerichte gedrag sterk verbetert. Thuis zijn er vaak minder conflicten met de ouders. Soms kun je aan het handschrift zien dat het kind Ritalin heeft geslikt: het verandert van chaotisch naar goed verzorgd. De werking van Ritalin is beperkt: tot ongeveer 4 uur na inname. Helaas wordt Ritalin tegenwoordig te gemakkelijk voorgeschreven zonder dat de diagnose voldoende helder is. Ook kinderen met druk gedrag zonder dat er sprake is van ADHD krijgen het medicijn soms voorgeschreven. (vgl. Zembla, 7 maart 2000).
Ook is nog onvoldoende bekend over de effecten van Ritalin bij langdurig gebruik door jonge kinderen.
Bij sommige kinderen treden juist ontremmingen op, anderen gaan zich als een robot gedragen, weer anderen worden depressief. Ritalin is dus zeker geen wondermiddel dat te pas en te onpas kan worden voorgeschreven.
Alternatieven voor Ritalin zijn de veel langer werkzame medicijnen Dixarit (clonidine), dat ook wel wordt gebruikt bij de behandeling van tics en Pertofran (desipramine), een antidepressivum.
Pedagogische benadering
De medicamenteuze behandeling van kinderen en volwassenen met ADHD krijgt momenteel veel aandacht in de media. De medicijnen geven –mits er eerst een zorgvuldige diagnostiek heeft plaatsgevondeneen bodem waarmee eerder resultaat wordt bereikt in de aanpak. Wil de benadering effect sorteren, dan is er veel meer ‘dan een pilletje’ nodig.
Essentieel voor de goede opvang van kinderen met ADHD is een stabiel en voorspelbaar thuismilieu.
De onrust van de hedendaagse samenleving versterkt de problematiek van ADHD-kinderen.
Meestal kom je als ouders op basis van je intuïtie al ver in de opvoeding. Een kind met ADHD vraagt veel meer van de ouders, het is pedagogische topsport.
Ouders zullen consequent één lijn moeten trekken, afspraken moeten nauwgezet worden uitgevoerd, het huis moet overzichtelijk zijn ingericht, maaltijden moeten geordend verlopen (vaste tijden, geen telefoon), met radio en televisie moet zeer gedoseerd worden omgegaan.
Daarnaast zijn er allerlei trainingen bedacht. Zo is er de Stop! Denk! Doemethode, waarbij het kind leert om eerst na te denken voordat het iets doet.
Acceptatie
Voor ouders, onderwijzers, voor de leiding van bijbelklas of catechisatie is het belangrijk om te weten wat de achtergronden zijn van het hyperactieve gedrag. Hoe streng je het kind ook aanpakt, het drukke gedrag zal niet verdwijnen. Bij sommige kinderen werkt een strenge aanpak zelfs averechts: omdat ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen worden ze nóg drukker in hun gedrag.
Opvoeders moeten wel zeer consequent zijn. Als het kind een grens overschrijdt, moet dat ook duidelijk zijn. De opvoeding kan niet zonder te straffen, maar zeker bij kinderen met ADHD moeten daar geen wonderen van verwacht worden. Het drukke en grensverleggende gedrag is nu eenmaal een symptoom van ADHD dat bij dit kind hoort. Kweekt deze ‘leer’ geen pessimistische opvoeders? Dat hoeft niet. Ook (of juist) als we weten dat de onrust blijft is er nog genoeg werk aan de pedagogische winkel.
Het allerbelangrijkste is dat er vormen gevonden worden waarbij het kind zich als persoon geaccepteerd voelt.
Momenten van individuele aandacht kunnen hem daarbij helpen.
Regelmatig even een momentje alleen, een kort gesprekje op het schoolplein, een opdracht tijdens de kindernevendienst, het bedienen van de overhead-projector tijdens de kerkdienst; hulpmiddelen ‘om het kind bij de les te houden’. De valkuil die daarbij vaak wel ontstaat is dat opvoeders vervolgens verwachten dat het kind zich (‘als dank’) wel een tijdje keurig en rustig zal gedragen.
Die kans is echter gering.
Kinderen met ADHD worden vaak direct weer druk zodra de individuele aandacht wegvalt of de opdracht beëindigd wordt. Toch is die individuele aandacht buitengewoon belangrijk voor de opbouw van een persoonlijke relatie en daarmee voor een beter emotioneel evenwicht in de toekomst.
Troost
In deze bijdragen werd de nadruk gelegd op opvoedingsmoeilijkheden in de omgang met kinderen met ADHD. Gelukkig zijn er in de opvoeding ook altijd mogelijkheden. Net zoals ieder ander mens zijn ook kinderen met ADHD uniek én hebben ook zij van God veel mogelijkheden gekregen.
Om een voorbeeld te noemen: door hun weinig terughoudende gedrag zijn mensen met ADHD vaak zeer origineel in hun ideeën en ontwapenend in hun contacten. Ze voorzien daarmee anders vastgeroeste vanzelfsprekendheden van de noodzakelijke kanttekeningen.
Niettemin blijft het een feit dat een gezin met een kind met ADHD voor een grote pedagogische opgave wordt gesteld. De kinderen zélf hebben het lang niet altijd gemakkelijk in hun leven. Het kost ze veel moeite om controle op hun omgeving te krijgen. Als dat niet lukt, zijn ze vaak zelf het eerste slachtoffer van hun onmacht. Tegelijk hebben ze dezelfde behoeften als ieder ander mens: behoefte aan waardering, respect, er te mogen zijn, getroost te worden. In de omgang met elkaar hoort niet de therapie, maar de relatie centraal te staan.
Voor een nadere uitwerking van de behandeling van kinderen met ADHD alsmede voor hulpverleningsadressen wordt verwezen naar de literatuuropgave in het vorige nummer van ‘Opbouw’.