Luchtpost

2000-04-14
  • Jaargang 44
  • nummer 8
Vindt u het ook zo fijn om post te ontvangen? Leuke post bedoel ik. Ik heb het nu dus niet over onpersoonlijke giro-afschriften en andere zakelijke post.
Nee, bij leuke post denk ik aan een met zorg uitgezochte kaart, een brief van een vriendin of een gezellig tijdschrift zoals de EVA of Libelle. Post waar je even lekker voor gaat zitten met een kop thee.

Zelf verstuur ik ook regelmatig kaarten. Ik heb een kaarten-tic. Als ik een boekhandel zie dan kan ik de verleiding meestal niet weerstaan om even te kijken of ik nog mooie kaarten of postpapier zie liggen.
Inmiddels heb ik voor vrijwel iedere gelegenheid een passende kaart in huis. Met een kaart kun je, al dan niet met woorden, zoveel zeggen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik voel mij minder geremd wanneer ik schrijf dan wanneer ik spreek. Het schrijven van een kaart vind ik dan ook een fijne manier om de ander te laten voelen dat je om hem of haar geeft en voor hem bidt, of om gewoon te vertellen wat je bezig houdt.

In vakanties sturen wij ook wel kaarten maar niet zoveel. Begin maart waren wij een week op wintersport met ons gezin. Ik herinner mij goed dat ik op een middag een paar ansichtkaarten had gekocht met winterse beelden. Ik zie mijzelf nog zitten voor het raam van ons chalet met die kaarten en een adressenboek op mijn schoot. Ik zit net na te denken wie wij met een kaart kunnen verrassen, als mijn dochter de kamer binnenloopt.
"Wil jij nog iemand een kaart sturen?" vraag ik haar. Alsof ze al over die vraag heeft nagedacht, reageert ze spontaan: "Ja, ik stuur er één naar Jamie en Chantal, en één naar juf Anneke, en natuurlijk naar opa en oma." Ze trekt een denk-gezicht en voegt er dan nog aan toe: "Oh ja, bijna vergeten, de Here God moet er ook nog één hebben."
De Here God?" herhaal ik, terwijl ik nadenk hoe ik zal reageren. "Ja, en wil je er dan voor mij opschrijven dat ik al los kan skiën en dat ik helemaal alleen met de ski-lift naar boven ben geweest?"

Er valt een korte stilte. Ik kijk uit het raam en zie de toppen van de bergen bedekt met sneeuw. Alles is wit, het is een prachtig gezicht. Ik hoor mijzelf zeggen: "Ik denk dat de Here God heel blij is als Hij hoort hoe fijn jij het hier hebt. Hoe jij geniet van het skiën en het spelen in de sneeuw. Het is goed om Hem dat ook te vertellen. Hij heeft dit alles zo knap bedacht en zo mooi voor ons gemaakt. Eerlijk gezegd ben ik zelf nooit op het idee gekomen om Hem een kaart te sturen."

Terwijl ik dit zo tegen haar zeg, vraag ik mij af hoe ik hier verder uit kom. "Zeg lieverd", zeg ik dan, "mama kan die kaart wel voor je schrijven maar ik weet niet goed hoe wij hem bij de Here God krijgen."
Ze houdt vol. "Oh, dat is toch helemaal niet moeilijk mam, als ik de kaart in de brievenbus stop dan brengen de engelen ‘em’ wel door de lucht bij de Here God. Zij weten heus wel waar Hij woont, ik trouwens ook … in de hemel!" Het gesprek is afgelopen wanneer ze de kamer verlaat om haar stiften te zoeken. Dat van die engelen vind ik wel een creatieve gedachte. In de bijbel lees ik immers ook over engelen die boodschappen van God overbrengen aan mensen.
Dus waarom niet andersom?

’s Avonds bij het slapen gaan hebben wij samen nog gebeden en gezongen.
Daarna heb ik de kaarten op de bus gedaan. Die éne kaart is uiteindelijk niet geschreven noch verstuurd. Toch ben ik ervan overtuigd dat de boodschap wel is aangekomen. Voor post aan God hoef je immers de deur niet uit, als de deur van je hart maar open staat.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief