masakhane
2000-04-14
Er is al heel wat geschreven en gespeculeerd over de vraag hoe het toch komt dat de Thoko`s en de Claudia`s en de politieagenten (zie mijn vorige Snipper) hun belastingen en elektriciteit niet betalen, niet steeds op hun werk verschijnen en het nogal gemakkelijk nemen met hun plichten in de samenleving. Graag wordt er dan verwezen naar de oude stamopzet van de samenleving waar de chief of het stamhoofd gratis voorzieningen als land en veiligheid verschafte en dat dit dan vooral bij de Afrikaan met traditionele wortels zijn negatieve houding verklaart.- Jaargang 44
- nummer 8
Maar daarover heb ik mijn twijfels. Dat stamleven vraagt namelijk ook het één en ander van de gewone man; het is een structuur van wederkerige diensten en plichten die samen een normale samenleving aan de gang houden. Die tijd is nu voorbij. Maar het is een sprookje te denken dat de burger geen verantwoordelijkheden had. Nee, daar komt de negatieve houding van Thoko niet vandaan. Laten we eens teruggaan naar de slechte oude tijd van apartheid.
Die overigens niet alleen slecht was. Een hier bekend journalist Denis Beckett schrijft: apartheid wordt vandaag beschuldigd van meer zonden dan het ooit bedreven heeft’. Er was bijvoorbeeld gezag. Niemand kwam met een misdaad uit de voeten. Met een paar uur had je de politie op Groothoek. En die waren niet te beroerd om urenlang in de bergen rond te sjouwen op zoek naar misdadigers. Het was een schild waarachter ook de Afrikaan graag veiligheid zocht. Net zoals de schoolinspecteurs trouw de scholen bezochten.
Maar er was wel iets heel vervelends van dat gezagschild te vertellen. Nee, ik bedoel nu niet eens dat het onrechtvaardige wetten uitvaardigde en er hard op los kon slaan.
Maar het straalde onbeschaamd pure blankheid uit in een zwarte wereld.
Wie als zwarte onder dat blanke gezag werk vond, werd als verrader gedoodverfd door de bevrijdingsbewegingen.
Hij rook immers naar blank. Het is heel goed te begrijpen dat deze bewegingen van de laatzeventiger jaren maar één doel hadden: dat blanke gezagschild af te breken. Militair en politiek lukte het niet.
Binnenslands lukte dat alleen door van de zwarte townships uit het land onregeerbaar te maken.
En waar kun je dan beter terecht dan bij de jeugd, op de scholen? Daar werd al gauw de slagkreet populair: no education before liberation. Ik kwam juist nog een foto in mijn archiefje tegen van een volledig vernielde school in Soweto met de graffiti: weg met de inspecteurs.
Heidi Holland schrijft in ‘Born in Soweto’: ‘zwarte kinderen zijn stelselmatig gebruikt als kanonvoer en hun scholen als slagvelden in het gevecht om politieke macht. Onderwijs is een van de gevaarlijkste beroepen geworden’.
Schoolhoofden werd door de leerlingen toegang tot de scholen geweigerd; een dappere schoolinspecteur met stenen weggejaagd; doorzettende onderwijzeressen vermoord.
Wie nog iets aan het blanke gezag wilde betalen voor huur of electriciteit, betaalde met zijn leven. In plaats van het blanke gerecht werd eigen gerecht met halssnoermoorden ingesteld.
Het gevolg was dat vele scholieren ‘niet meer konden onderscheiden tussen de campagne voor verandering en de roep tot misdaad’.
De bevrijdingsbewegingen haalden een volledige overwinning: zwarte gebieden werden volledig onbestuurbaar.
Velen kijken er nog altijd op terug als een prachtige tijd. ’We zijn nostalgisch over de tijd van de ‘struggle’ want het gaf ons een gevoel van eenheid . . ‘ (ingezonden brief in Echo).
Maar de nieuwe zwarte regering kreeg met geweldige tegenwind te kampen. Zij moest de ‘struggle’ wel blijven prijzen want die had de victorie gebracht van een hoognodige verandering in Zuid-Afrika maar zij moest nu zelf verantwoordelijkheid aanvaarden voor het bestuur van de townships. Die jeugd van toen bezit nu huizen en heeft jobs maar denkt veelal nog in de termen van de ‘struggle’ Hoe krijg je jongens die de macht van het geweer geproefd hebben, in de schoolbanken terug? Hoe maak je van volwassenen van nu die als kinderen geleerd hebben: wij betalen geen cent voor riolering en licht, gehoorzame betalers?
De regering heeft hard geprobeerd met acties in de kranten, radio en TV het hele denkproces te veranderen.
’Masakhane’ was de prachtige leus: ‘laten we samen bouwen’. Maar het gaat uiterst moeizaam.
Het is altijd moeilijk de opgeroepen geesten weer terug naar hun rijk te verbannen.
Wie van Goethe’s ballade ‘De Tovenaarsleerling’ gehoord heeft, weet dat je moet oppassen met het oproepen van geesten. Gereformeerden die van huis uit niet gewend zijn om over geesten te praten, weten in elk geval wel uit de Bijbel dat je ze zomaar niet weer terug in de fles krijgt. Je blijft liever op een afstandje van medeblanken die met een blij gezicht maar met een hart vol leedvermaak constateren dat het slecht gaat in Zuid-Afrika. Die bouwen in elk geval niet mee met ‘masakhane’. Maar een woordje in de auto met Thoko die meesmuilt over betalen of een woordje op de bank met Claudia die weer niet op haar post is bij haar schoolkinderen, is te weinig. Zouden de kerken-ook onze eigen zwarte kerken-hier vanuit de Bijbel niet met de regering kunnen meebouwen?