Functionele wijdlopigheid
2000-04-28
'Ga naar mijn broeders en zeg hun: Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God.'- Jaargang 44
- nummer 9
Ooit las ik aan de avondmaalstafel met de gemeente het fijne woord uit Openbaring 3:20- 'Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met mij'. Het is Christus zelf die deze mooie belofte geeft aan de gemeente van Laodicea, u weet wel, de kerk die er onder de zeven van Klein Azië het slechtst vanaf komt... In het toespraakje dat ik eraan vastknoopte wees ik op de eigenaardige manier van zeggen. Niet: 'Ik zal bij hem binnenkomen en samen zullen wij dan de maaltijd houden', maar omslachtiger: 'Ik zal met hem maaltijd houden en hij met Mij'. Is dat nu een voorbeeld van een gedragen stijl waar we verder niets achter moeten zoeken of 'heeft het iets meer in' (om het met de taal van de Catechismus te zeggen)?
Allebei
Misschien wel allebei. Er is denk ik toch mee gezegd dat de vreugde van het maaltijd houden niet van een kant kan komen, dat weliswaar dat samen aan tafel gaan op een initiatief van Christus teruggaat maar dat Hij om zo te zeggen van ons een tegeninitiatief verwacht, zodat wij niet tegen heug en meug met hem aanzitten.
Hij wil het, maar wij toch ook? Een eind verder in de Openbaring komen we iets dergelijks tegen.
'Michael en zijn engelen hadden oorlog te voeren tegen de draak; ook de draak en zijn engelen voerden oorlog..' (12 : 7).
Een beetje overdadig, niet? Waarom niet gewoon: 'Michael en zijn engelen en de draak en zijn engelen voerden oorlog tegen elkaar'? Ik denk dat dat is om aan te geven dat zowel Michael als de draak allebei hun eigen redenen hadden om het gevecht aan te gaan.
Dat wordt natuurlijk niet uitgesloten als er zou staan dat ze met elkaar slaags raakten, maar dat wederkerige krijgt door deze wijdlopigheid van stijl toch een licht accent.
Het was niet zo dat Michael de draak meesleepte in de oorlog, maar beiden beoogden zij met de strijd een eigen doel.
Uitsplitsing
Zo vraag ik me nu ook af waarom de Here Jezus in het Paasevangelie tegen Maria van Magdala niet eenvoudig zegt: 'Ik vaar op naar onze Vader en onze God', maar: 'Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God' (Joh. 20 : 17).
Waarom die dubbele uitsplitsing van het 'onze' in 'mijn' en 'uw'? Is dat nu van Johannes (over hem hebben wij het, zowel bij de Openbaring als bij het vierde evangelie!) een zekere stijloverdadigheid of hebben we hier te doen met bewuste stilering?
Ik denk het laatste.
Als ik bij de voorbeelden uit de Openbaring van zoeven nog toegeeflijk zou zijn en mij zou willen laten zeggen dat ik geen spijkers op laag water moet zoeken, bij dit woord van de Opgestane ben ik onverzettelijk.
Natuurlijk hebben we hier met bewuste formulering te maken! Tweeërlei wil Johannes, of eigenlijk Jezus zelf, ermee tot uitdrukking brengen. In de eerste plaats wil de Heiland zich hier van de zijnen onderscheiden. De Here God is immers van Hem op een heel andere wijze de Vader dan van de discipelen. Christus is alleen de eeuwige natuurlijke Zoon, maar wij zijn om zijnentwil uit genade tot kinderen Gods aangenomen, zegt onze Catechismus in Zondag 13.
Daar heb je het verschil.
Christus heeft volgens het evangelie nooit samen met zijn discipelen over God gesproken als over onze Vader, zoals Hij ook nooit samen met hen gebeden heeft. Hij leerde hen bidden: 'Gijlieden nu, bidt aldus: Onze Vader die in de hemelen zijt...' (Matt. 6 : 9), maar wanneer Hij zelf bad trok Hij zich in de eenzaamheid terug (Marc. 1 : 35) en zei Hij: 'Mijn Vader...' (Matt. 26 : 39). Ook in zijn onderwijs heeft Hij het onderscheidenlijk over mijn Vader (bijv. Mat. 11 : 27) en uw Vader (bijv. Mat. 6 : 1). Daarin komt Jezus' unieke positie als de Middelaar tot uitdrukking.
Tegen deze achtergrond is het opmerkelijke 'mijn Vader en uw Vader' en 'mijn God en uw God' in het opstandingsbericht heel goed te plaatsen.
Stevige grond
Maar nu de andere kant van hetzelfde. Door te spreken van mijn Vader en uw Vader en Mijn God en uw God heeft de Here, behalve dus dat Hij er zich mee onderscheidde van zijn jongeren, ook een stevige grond willen leggen onder ons gebruik van de spreekwijze onze Vader en onze God. Dat we ons zo mogen uitdrukken komt van Hem.
Wij mogen zijn woorden tot Maria dan ook uitleggen als: 'Mijn Vader en daarom ook uw Vader', Mijn God en daarom ook uw God'. Het zoonschap van Hem fundeert het onze. Want, op deze keerzijde lettend, valt ons nog iets op. De Opgestane zegt tegen Maria van Magdala: 'Ga heen tot mijn broeders en zeg tot hen...' In deze spreekwijze, die dat eigenaardige 'mijn Vader en uw Vader, mijn God en uw God' inleidt, trekt Hij de band met ons zeer nauw aan. Alsof Hij een misverstaan van wat Hij nu gaat zeggen vreest. Alsof Hij van te voren de gedachte wil afsnijden dat wij door het anders zijn van Hem afstandelijk van Hem gescheiden zouden worden.
Vandaar: 'Zeg tot mijn broeders...' Broeders en zusters van de Here Jezus, zo durven we ons maar nauwelijks te noemen. Je hoort mensen soms wel zeggen dat ze kinderen van de Here Jezus zijn, waarbij ze God en Christus met elkaar lijken te verwarren. Ik zou in de bijbel maar een voorbeeld weten waarin dat (indirect, via een aanhaling uit de profeten) gebeurt: 'Ziehier ik en de kinderen die God mij gegeven heeft' (Hebr. 2 : 13). Maar in dit 'zeg tot mijn broeders' geeft de Here zelf ons verlof zover te gaan dat wij Hem onze broeder noemen. Al moet eerlijk toegegeven worden dat daar in het Nieuwe Testament niet al te veel gebruik van wordt gemaakt. Het lijkt van Jezus' kant gemakkelijker te gaan dan van de onze.
Schroom
En zeker voor het aanspreken van Christus als onze broeder hebben wij een begrijpelijke schroom.
Houwen zo, zou ik zeggen.
Hij is er te bijzonder voor. Opgestaan uit de doden, denk het je eens in. Daarbij gaat je de aanspraak Here toch veel gemakkelijker af? En toch: 'Zeg tot mijn broeders...' Wonderlijk! Daarmee wordt het pijnlijke dat voor ons gevoel in dat 'mijn Vader en uw Vader' en dat 'mijn God en uw God' kan zitten geheel weggenomen. Inderdaad: mijn Vader en daarom uw Vader, mijn God en daarom uw God.