Techniek, wetenschap en samenleving
2000-04-28
In het vorige artikel over techniek (De ontwikkeling van de techniek) werd vermeld dat de techniek pas in de negentiende eeuw begon te verwetenschappelijken.- Jaargang 44
- nummer 9
Daarvóór ontwikkelden veel technische domeinen zich ook wel, maar toch los van wetenschappelijke disciplines.
Blijkbaar onderscheiden techniek en wetenschap zich van elkaar, ook wat betreft doeleinden.
Verschillen tussen wetenschap en techniek
De wetenschap is gericht op het geven van correcte beschrijvingen en, zo mogelijk, verklaringen van verschijnselen. Het uiteindelijke doel hiervan is een groter begrip en kennis van die verschijnselen.
Techniek daarentegen is vooral gericht op het ontwerpen en maken van producten en het ontwerpen en uitvoeren van (productie-) processen.
Voorwaarde hierbij is dat de natuurlijke verschijnselen, die van belang zijn voor de techniek, goed beheerst moeten worden.
Ook de maatstaven van wetenschap en techniek zijn verschillend. Zo moet wetenschap betrouwbare en contextvrije kennis leveren. Dit betekent dat de verkregen kennis waar moet zijn, niet afhankelijk is van de specifieke omstandigheden waarin zij verkregen is en algemeen toepasbaar moet zijn. Wetenschappelijke kennis dient ook nieuw te zijn, dus nog niet als zodanig te bestaan. Bij techniek gaat het uiteindelijk om goed werkende producten, systemen en processen. Hierbij is betrouwbaarheid een belangrijke maatstaf, maar techniek is pas 'goed' als het ook voldoet aan bepaalde maatschappelijke eisen en wensen en is daarmee, in tegenstelling tot wetenschap, context-afhankelijk.
Daarom is het in de techniek in eerste instantie vaak minder belangrijk waaróm iets werkt; áls het maar werkt in de vereiste context. Een fraai voorbeeld hiervan vinden we bij de Romeinen. In veel bouwwerken hebben zij de zogenaamde drukboog toegepast. Intuïtief voelden zij aan dat de drukboog goed voldoet bij grote overspanningen met steenachtige materialen.
Toch kwam pas in de loop van de zeventiende eeuw de achterliggende theorie, de toegepaste mechanica, in ontwikkeling.
Techniek geen toegepaste wetenschap
Op grond van het bovenstaande kunnen we dus stellen dat techniek beslist geen toegepaste wetenschap is. Toch is wel duidelijk geworden dat techniek en wetenschap elkaar in veel situaties nodig hebben. Immers, als we iets begrijpen (wetenschap) kunnen we het vaak ook beter beheersen (techniek), wat met name het ontwerpproces ten goede komt. Toch blijft ook praktische kennis en (overgeleverde) ervaring van belang bij techniekontwikkeling.
Andersom heeft de (natuur-) wetenschap de techniek vaak nodig om bepaalde experimenten uit te voeren, zoals de kernfysica die gebruik maakt van deeltjesversnellers.
Naast het bereiken van grenzen van het technisch kunnen en rijpheid van bepaalde wetenschappelijke terreinen, vormen ook bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen een belangrijke stimulans voor de verwetenschappelijking van de techniek, zoals we in het vorige artikel ook gezien hebben.
Voor we verder gaan, moeten we toch proberen onder woorden te brengen wat techniek dan wél is. Een definitie voor techniek is het menselijk vormen (en beïnvloeden!) van de natuur met behulp van gereedschappen voor menselijke doeleinden.1) Waar techniek en wetenschap zo dichtbij elkaar komen dat ze elkaar beïnvloeden, spreken we van technische wetenschap of technologie.
Relatie techniek en samenleving
Op de relatie tussen techniekontwikkeling en de samenleving wil ik iets dieper ingaan. Velen hebben het gevoel dat techniek en wetenschap zich onafhankelijk van de samenleving ontwikkelen.
Met name wanneer het gaat om technieken die direct ingrijpen in het leven zoals genetische modificatie en manipulatie, hoort men dergelijke geluiden. Achter dit gevoel schuilt de idee dat wetenschap als 'onafhankelijk' verschijnsel de techniek beïnvloedt, waarna vervolgens de techniek de samenleving beïnvloedt.
Sommigen, zoals de Franse christen-socioloog en filosoof Ellul, gingen daarin zelfs een stap verder.
Ellul zag techniek zelfs als een werkelijkheid op zichzelf met haar eigen wetten en bepalingen, die geen beoordelingen en beperkingen van buiten af accepteert en zelfs schepper is van een nieuwe beschaving en van nieuwe opvattingen over wat goed is en slecht.
Naar Elluls mening ontwikkelt techniek zich volledig los van de samenleving en bepaalt de techniek op doorslaggevende wijze de ontwikkeling van de samenleving.
Hoewel de ontwikkeling van de techniek inderdaad soms los van de samenleving kan verlopen, zoals bij de ontwikkeling van bepaalde wapens, kunnen hiertegen toch een aantal bezwaren ingebracht worden. Als eerste is techniek volgens mensen als Ellul meer een vorm van toegepaste wetenschap, want de wetenschap oefent, middels de techniek, invloed uit op de samenleving.
Zoals ik al eerder aangegeven heb: techniek is beslist geen toegepaste wetenschap! Ten tweede heeft u kunnen lezen dat de samenleving ook de techniek beïnvloedt, bijvoorbeeld door bepaalde eisen en wensen vanuit de samenleving, en niet alleen andersom. Het derde en laatste bezwaar is dat techniek en techniekontwikkeling mensenwerk zijn en daarom, tot op zekere hoogte, te sturen zijn.
Intermezzo: het militairindustrieel complex In de periode vanaf 1940 kwam in de VS zeer veel geld beschikbaar voor onderzoek en ontwikkeling van wapensystemen.
Vooral de angst voor het communisme in de samenleving en in de politiek maakte dit mogelijk. Zo ontstond een innige samenwerking tussen de militaire top van de VS en het bedrijfsleven, die president Eisenhower in zijn afscheidsrede in januari 1961 het 'militair-industrieel complex' noemde.
Eisenhower waarschuwde tegen deze samenwerking vanwege de geheel eigen dynamiek die deze ontwikkeling bezat, waardoor sturing van buiten af vrijwel onmogelijk werd.
Het bestaan van het militair-industrieel complex is een voorbeeld van hoe de samenleving aan de basis van bepaalde technologische ontwikkelingen kan staan en zich er ook kan verzetten tegen bepaalde uitwassen van deze ontwikkelingen.
Tegelijk profiteert die zelfde samenleving van allerlei civiele toepassingen die het militair-industrieel complex heeft opgeleverd zoals communicatiesatellieten.
Een fraai voorbeeld van wederzijdse beïnvloeding en profijt van techniek, wetenschap en samenleving.
Falen van techniek
Ondanks het feit dat techniek in vergaande mate verwetenschappelijkt is, gaat er toch nog wel eens wat mis. We kunnen bijvoorbeeld denken aan ongelukken in de chemische industrie en bij het toepassen van atoomenergie.
Of aan het opslingeren van de Erasmusbrug in Rotterdam enige jaren geleden. Een bijzonder geval vormde het hoge water in onze rivieren eind 1993 en begin 1995.
Toen bleken de begrippen 'veiligheid' en 'herhalingsfrequentie' door de samenleving totaal anders geïnterpreteerd te worden dan de technici bedoelden.
De bovengenoemde voorbeelden geven aan dat als het mis gaat, het meteen goed mis is; de gevolgen zijn grootschalig en zeer ingrijpend en er ontstaat een nieuw wantrouwen ten opzichte van de techniek.
Soms is er sprake van nalatigheid (gebrekkig onderhoud bijvoorbeeld) of van onbekendheid met een bepaald fenomeen.
Het kan ook zijn dat het falen van de techniek in de verwetenschappelijking zélf zit. De wetenschap heeft als kenmerken dat het op zoek is naar universele, abstracte en onveranderlijke aspecten van de werkelijkheid. De echte werkelijkheid echter, waarbinnen de techniek juist moet functioneren, is verre van universeel, abstract en onveranderlijk.
In de werkelijkheid van de techniek is alles uniek, hangt alles met elkaar samen en is alles aan verandering onderhevig.
Conflict met de werkelijkheid
Ontwerpers kunnen in conflict komen met het unieke van de werkelijkheid wanneer zij menen dat een bepaald ontwerp zonder meer overal toepasbaar is zonder rekening te houden met bijvoorbeeld specifiek plaatselijke omstandigheden.
Uiteraard mag bij een ontwerp altijd gebruik gemaakt worden van ideeën en ervaringen uit het verleden, maar dit dient dan altijd 'begrepen ervaring' te zijn. Een ander probleem is de onvoorspelbaarheid van de werkelijkheid, zoals dat bijvoorbeeld het geval is bij de kans van optreden van hoogwater of bij de vraag wanneer een vermoeiingsbreuk bij metaal optreedt.
Kortom, met de verwetenschappelijking heeft de ontwikkeling van de techniek een geweldige vlucht genomen. Maar omdat de aard van de wetenschap niet aansluit bij de aard van de werkelijkheid waarbinnen de techniek juist moet functioneren, zien we ook dat het zo nu en dan wel fout moet gaan met technische producten en processen.
Desondanks zet de verwetenschappelijking van de techniek, en ook van de samenleving, gewoon door.
Technicisme
Naast problemen met verwetenschappelijking op kleine schaal, de schaal van technische producten en processen, treden ook problemen op veel grotere schaal op. De moderne techniek kan op zo'n effectieve wijze ingrijpen in onze werkelijkheid, dat eventueel bijkomende problemen blijkbaar de menselijke maat te boven gaan en daarom onomkeerbaar schijnen. Hierbij valt te denken aan problemen als de dreiging van een alles verwoestende nucleaire oorlog ten tijde van de Koude Oorlog, milieu- en natuurvervuiling als mogelijk gevolg van genetische manipulatie, werkloosheid en een toenemend gevoel van eenzaamheid. Bij de oplossing van deze problemen wordt vaak als eerste gekeken naar wat de moderne techniek te bieden heeft. Hier zien we het ontstaan van een vicieuze cirkel: moderne techniek als oplossing voor problemen die mede veroorzaakt zijn door die zelfde moderne techniek.
Een groeiend aantal filosofen, waaronder de al eerder genoemde Ellul, is tot het inzicht gekomen dat achter dit verschijnsel een religieuze grondhouding zit: het technicisme.
Voor een uitgebreide bespreking van dit begrip verwijs ik de lezer naar het werk van, ook in onze kring bekende, E. Schuurman. Ik volsta hier met een korte schets van het begrip technicisme.
Het technicisme kenmerkt zich door een wetenschappelijk-
technische beheersing van de werkelijkheid door de mens, streven naar materiële vooruitgang en de zojuist beschreven vicieuze cirkel.
Men zou technicisme ook een 'maakbaarheidsgeloof' kunnen noemen en het is daarmee een belangrijke drijfkracht voor de ontwikkeling van de wetenschap en de techniek zélf en voor de groei van de invloed van beide op ons denken en doen.
Met de constatering van het bestaan van het fenomeen 'technicisme' wordt beslist niet bedoeld dat (ontwikkeling van) techniek en wetenschap afgewezen moeten worden.
Integendeel, het kan ons helpen te pleiten voor en te zoeken naar een verantwoorde en zinvolle techniek.
1) Uit 'Filosofie van de technische wetenschappen' van prof.dr.ir. E. Schuurman