Israël
2000-04-28
Soteria, kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning, heeft een themanummer uitgebracht, gewijd aan Israël. Centraal daarin staat een artikel van dr. B.J.G. Reitsma, "Arabische christenen, het Oude Testament en Israël". Door een aantal mensen wordt daarop gereageerd, o.a. door ‘onze’ drs. H. de Jong.- Jaargang 44
- nummer 9
Reitsma is werkzaam aan de Near East School of Theology in Beiroet (Libanon). Hij ervaart daar sterk de spanning tussen de verbondenheid met Israël aan de ene en de pijn en moeite waarmee Arabische christenen kampen aan de andere kant.
Vanuit die spanning formuleert hij een aantal vragen:
1. Wat is de verhouding van het bijbelse Israël tot de huidige staat Israël ofwel welke blijvende betekenis is er voor de verkiezing van Israël?
2. Is de stichting van de staat Israël en de terugkeer van de joden naar het land een directe vervulling van de beloften aan de aartsvaders en van de profetieën in het OT?
Achter dit alles gaat in wezen een nog veel diepere kwestie schuil, nl. de vraag naar het wezen van God. De Arabische christenen worstelen ten diepste met de vraag of de God van Abraham, Isaak en Jakob nog wel hún God is.
De bespreking van deze vragen levert een boeiend artikel op. Ik citeer, zonder verder commentaar, een gedeelte van de conclusies van Reitsma:
De centrale vraag () is of onze Israël-theologie onder de last van de holocaust op bepaalde punten niet eenzijdig is doorgeslagen ten koste van Arabische christenen en moslims. Een paar vragen ter illustratie en aanscherping.
a. Heeft onze sterke positieve nadruk op de plaats van Israël in Gods heilsplan er niet voor gezorgd dat we bijv. Rom. 9-11 zeer eenzijdig en selectief zijn gaan lezen. Want in heel veel opzichten is dit gedeelte helemaal niet zo positief over het huidige volk Israël als veel theologie doet vermoeden.
Termen als ongeloof, verharding, vijandschap en oordeel worden heel direkt op Israël toegepast.
Het volk wordt nota bene vergeleken met de Farao van Egypte, aartsvijand nummer één. Is er nog ruimte voor dergelijke noties? Durven we nog open te belijden dat ook Israël zonder Christus niet behouden kan worden?
b. Is het niet nodig sterker te doordenken wat het onderscheid tussen Israël als volk, land en staat te betekenen heeft. De slogan: Israël = Israël is begrijpelijk in contrast met de traditionele vervangingstheologie, maar het is theologisch volstrekt ongenuanceerd en onhoudbaar. Niet allen die van Israël afstammen zijn ook Israël (Rom. 9:6). ()
d. Het is niet overbodig een dringend appèl te doen op Westerse christenen om, naast de liefde voor en de erkenning van de staat Israël, ook het onrecht en de pijn, die de stichting van deze staat met zich meegebracht heeft, onder ogen te zien.
Zijn we bereid de moeite die Arabische christenen met Israël en het OT hebben te erkennen en een poging te doen de diepere lagen daarvan te begrijpen? De visie op de gemeente als een lichaam (1 Kor. 12) impliceert dat, indien één Arabisch lid lijdt, alle Westerse leden meelijden. Zijn we bereid te erkennen en benadrukken dat Gods verkiezing van Israël geen devaluering van de Arabieren betekent? ()
e. Geloven we dat God niet alleen zijn volk Israël liefheeft, maar ook de Arabische christenen, de Arabische moslims en zelfs de moslim fundamentalisten als de Hamas en Hezbolla? En zijn wij bereid om deze liefde van God te weerspiegelen om zo Israël tot jaloersheid te wekken en een getuige te zijn voor de Arabische wereld? Impliceert dat niet, dat ons gebed voor Israël gepaard moet gaan met een even bewogen gebed voor de Arabische wereld? Tot nu toe zijn er - voor zover ik weetgenoeg speciale bidstonden voor Israël, maar zelden voor de Arabische wereld.
f. Beseffen we dat een eenzijdige en onkritische visie op de staat Israël een enorme blokkade opwerpt voor het getuigenis aangaande het Evangelie onder moslims.
Zendingsorganisaties die zowel in Israël als in de Arabische landen werken, zullen zich hier beleidsmatig sterker rekenschap van moeten geven.
Tenslotte, voor belangstellenden: losse nummers van Soteria kosten f 12,50 en zijn verkrijgbaar door overschrijving van het juiste bedrag op giro 464501 van Merweboek, Sliedrecht, o.v.v. het gewenste exemplaar (dat is jrg 17, nr 1).