Mijn buik zit in de weg

2010-01-08
  • Jaargang 54
  • nummer 1
Sommige dingen kunnen je lang dwarszitten. Zo las ik ooit een verhaal over een van Nederlands grootste zeezeilers, de Rotterdamse ondernemer Conny van Rietschoten. Hij was een van de weinige zeilers, die zijn deelname aan grote zeilraces rond de wereld uit eigen zak betaalde en kon dus ook zijn eigen bemanning kiezen. Rokers wilde hij niet, want die ‘liepen geestelijk met een stok’.

Ondertussen stapte ik over van halfzware naar zware shag (‘je moet ‘m voelen’) en ik overwoog geen loopbaan in de zeezeilerij. Maar ik vergat die uitspraak nooit. Een roker is niet volledig inzetbaar; heeft meer dan één agenda. Ik was er het levende bewijs van.
Een mens heeft een grenzeloos vermogen om zichzelf om allerlei tuinen te leiden. En een verslaafde heeft daar nog voor doorgeleerd. Ik hoestte wel eens, maar ik was zeer zelden een dag ziek. Zou dat roken me soms extra weerstand tegen de griep geven?
Bij het sporten hijgde ik wat meer, maar ik werd ook wat ouder en moest het vooral van m’n ‘tweede adem’ hebben. Daarop kon ik desnoods uren door, al deed ik niet aan een duursport, dus was dat lastig te bewijzen.

Geen tempelkwestie
Roken werd in de loop van ruim 35 jaar een deel van m’n persoon. Al besefte ik nooit, hoe diep dat ging. Ik vond mezelf geen echte kettingroker en maakte me dus beperkt zorgen. Ik had ook geen gezondheidsklachten (afgezien van wat slijmvorming in de keel en een klein kuchje, maar alles went).
Over begrippen als ‘je lichaam als tempel van de Heilige Geest’ dacht ik weinig na. Of vooral in de geestelijke zin, waarbij iets lichamelijks als roken eigenlijk in het niet viel. Ik beschouwde mezelf ook niet als een slecht voorbeeld, want ik kende geen mensen die door mij aan het roken waren gegaan.
Maar het werd allengs lastiger. Op de zaak kwam een rookkamer voor de laatste paar ‘gezellige’ mensen en op andere werkplekken stond je naast de buitendeur. Het mooie is, dat je zelf de sneuheid daarvan niet ziet. Je bent gewoon bezig met een van je eerste levensbehoeften, terwijl je even wat stress laat wegebben en je gedachten ordent. Binnen vragen je collega’s zich af waarom rokers blijkbaar minder werkuren mogen maken. Ik haalde die tijd natuurlijk in.

Rare reacties
Ik kwam voor mezelf te werken en opereerde voortaan vanaf zolder. Om het half uur even naar beneden voor een kop koffie en dan in de tuin even een peukje. Wat was ik verslaafd aan koffie, zeg!
Soms ging er wat extra tijd voorbij na die eerste peuk - een minuut of vijf - en kon ik er nog wel één nemen. Het was niet zo druk op zolder, dus ik werd een echte tuinier. Een buitenmens.
Vanuit de kamer kreeg ik wel eens opmerkingen over ‘stank’, maar dat was gewoon raar. Ik rookte jarenlang overal in huis, had mezelf naar buiten verbannen en nu zou het opeens stinken? Ik had nooit een compliment gehad over mijn vrijwillige buiten roken. Verslaafden krijgen überhaupt veel te weinig complimenten.

Creatief rekenen
En toen, opeens, was het zover. Ik was licht bezorgd over een onverklaarbare diepe hoest, die af en toe optrad. M’n vader was zo rond deze leeftijd met roken gestopt en de hobby werd steeds duurder. Ik had me altijd voorgenomen te stoppen als een pakje shag met vloei meer dan tien gulden ging kosten. Maar u kent me inmiddels. Bij de Aldi kost de merkloze shag met goedkoop vloei nog onder de vijf euro. Kwestie van bij de omrekening niet te veel naar boven afronden.
Ik had me wel eens eerder voorgenomen te stoppen. Meestal besluit je dat ’s avonds in bed, al dan niet met wat alcohol op. Waarna je jezelf ‘s morgens wel voor de kop kunt slaan. Maar gelukkig heb je niemand over je plan verteld, dus stel je alleen jezelf teleur.
En… je hóeft niet te stoppen. Minderen is ook al heel goed en vraagt eigenlijk nog meer wilskracht. Een win-winsituatie!

Laatste kruimels
Nu besloot ik droogweg m’n pakje leeg te roken en geen nieuw te kopen. Dat gaf altijd nog een veilige buffer van een dag of twee, dus ik raakte niet in paniek. Maar dit was iets nieuws voor me, want ik bedacht het op klaarlichte dag en in verticale stand. Maar ook nu zei ik er niets over, want ik wilde het zelf doen én geen rekenschap hoeven afleggen.
Ik weet het nog precies. 18.55 uur op een donderdagavond, nu elf weken geleden. Vanuit de hoeken van het pakje komen de laatste kruimels. Ik vouw het vloeitje er voorzichtig omheen en steek hem op. M’n laatste. En nog steeds geen paniek.
Niemand merkt die avond, dat ik niet bij bijna elke tv-reclame even naar de tuin loop. Ik grinnik bij mezelf: zo’n opvallend verslaafde roker was ik dus niet.
De volgende morgen. Geen vuiltje aan de lucht. Ik begrijp niet, dat ik niet over de vloer rol terwijl mijn lichaam gilt om nicotine. Die hele eerste dag valt eigenlijk best mee. En ook de volgende dagen vraagt mijn lichaam weinig. Maar wel goed dat er geen tabak in huis is.

In de rouw
Ik wil het helemaal zelf doen en kijk dus ook niet op behulpzame websites. Maar in de krant staat een artikeltje over de middelen die het beste helpen. Er worden ook antidepressiva genoemd. Een schokje. Dat gebeurt dus. Mijn lichaam vraagt niet zo hard om nicotine, maar mijn geest mist alles waar die sigaret blijkbaar voor stond: beloning, rust, een houding. Ik ben eigenlijk in de rouw, ben depressief.
In de weken die volgen, vermindert de depressie en groeit de buikomvang. Weer zo’n gevolg waar je weinig over hoort. Je stofwisseling wordt trager en je hebt de neiging vooral ’s avonds op de bank toch iets in je mond te steken. Bij het schoenen vastmaken zit plotseling je buik in de weg en het ademen gaat ook minder makkelijk. Weer een minpuntje voor je zelfbeeld.

Wat me weerhoudt
Na negen weken was alle nicotine ruimschoots uit mijn lichaam verdwenen, maar bleek mijn geest nog net zo slim als vroeger. Er duiken weer redeneringen op, die een terugkeer vergoelijken. Variërend van: ‘Misschien ‘s een sigaartje proberen en dan niet over de longen’ tot ‘Ik ben zelf gestopt en kan dus ook zelf besluiten weer te beginnen.’ Op de een of andere manier klinkt dat anders dan: ‘Ik ben eigenlijk nog steeds geestelijk verslaafd.’
Maar er zijn dingen die me weerhouden. Ik ga naar boven en werk hard door, want dat leidt me af. Ik wil geen teleurstelling zien in de ogen van mijn vrouw. Andere mensen waarderen dat je het probeert. Ik weet, dat ik als roker – zij het onbewust - een alibi ben voor anderen. ‘Als hij het nog doet, dan…’
En wat ik zeker niet wil horen is: ‘Nou, je hebt het in elk geval geprobeerd.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief